Oude IJsselstreek Landschap

De vier landschapstypen in Oude IJsselstreek

Het landschap 

Het buitengebied van Oude IJsselstreek laat van oudsher veel afwisseling zien. Bossen, akkers, weilanden en zelfs heide. Fraaie boerderijen, rijen knotbomen en elzensingels en natuurlijk de Oude IJssel bepalen het landschapsbeeld. Deze landschappelijke waarden vormen voor veel inwoners van Oude IJsselstreek de dagelijkse leefomgeving. Zowel inwoners als toeristen komen er graag om te fietsen en te wandelen. Oude IJsselstreek heeft een groot buitengebied. En dankzij de ontstaansgeschiedenis zijn er grote verschillen in het landschap. Zo ziet het gebied rondom het Idinkbos in Sinderen er heel anders uit dan de Vennebulten ten oosten van Varsseveld of het open weidegebied bij Netterden. In de brochure ‘Een mooier buitengebied maken we samen!’ zijn de verschillende landschapstypen mooi beschreven. Het geeft een goed beeld van het typisch Achterhoekse landschap in de gemeente Oude IJsselstreek. Hieronder passeren ze de revue.

De brochure geeft ook aan welke beplanting bij welk type landschap hoort. Zo geven Oude IJsselstreek en de Stichting Landschapsbeheer Gelderland bewoners en grondeigenaren ideeën om de eigen omgeving nóg aantrekkelijker te maken. De uitgave dateert uit 2010, maar de informatie over het landschap is nog altijd actueel, want het landschap verandert niet zo snel. Bij de gemeente Oude IJsselstreek is een financiële Regeling Landschap beschikbaar om het landschap te verfraaien in het kader van ‘Een mooier buitengebied maken we samen’. Het project is een samenwerking tussen de provincie en de gemeente om het landschap te herstellen en te versterken.

Natuurlijk Achterhoek Gemeente Oude IJsselstreek

De vier landschapstypen van Oude IJsselstreek

Rivierenlandschap

Het ontstaan

Het zuidwestelijk deel van de gemeente Oude IJsselstreek is ontstaan onder invloed van rivieren. Het was ooit onderdeel van de Rijndelta. Lage delen overstroomden regelmatig of waren zeer nat (de broeklanden) en daarmee waren ze ongeschikt voor bewoning. Mensen gingen op de hoger gelegen gronden wonen, de zogenaamde oeverwallen en stroomruggen. De dorpen Megchelen en Varsselder zijn hier voorbeelden van. Deze gronden waren vooral in gebruik als bouwland en boomgaard.
De laagste delen van het kleigebied (kommen) waren vanwege het natte karakter vooral in gebruik als hooi- of weiland. Kavelgrenzen werden gemarkeerd door elzensingels of meidoornhagen, waardoor het landschap een besloten karakter had. De dalen van de Oude IJssel en de vlakte ten noorden van de Aa-strang waren laag en overstroomden regelmatig. Nadat de aanwezige moerassen ontgonnen waren, werden ook deze gebieden gebruikt als hooi- of weiland. De oude rivierduinen aan de oostkant van de Oude IJssel waren minder geschikt voor landbouw en werden bebost om overstuiving van de landbouwgronden te voorkomen. Engbergen en de Paasberg zijn hier voorbeelden van.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oude IJsselstreek

Rivierenlandschap

Huidig landschapsbeeld

Bebouwing en wegen zijn voornamelijk gesitueerd op de hogere delen. Op deze oeverwallen komt tamelijk veel beplanting voor: bomenrijen, boomgaarden en houtsingels. Door het grillige verloop van de oeverwallen is het wegenpatroon bochtig. De grootste veranderingen hebben plaatsgevonden in de laaggelegen broeklanden. Na de ruilverkaveling zijn lange rechte wegen aangelegd en is de verkaveling rationeler geworden. Naast grasland komen nu ook maïspercelen voor. Bijna alle hagen en elzensingels zijn opgeruimd, waardoor het landschap meer open is geworden.
Bebouwing is nog steeds relatief weinig aanwezig. De boerderijen staan verspreid langs de wegen. Plaatselijk zijn plassen ontstaan door klei- en zandwinning. Het gebied rondom de Oude IJssel en Aa-strang heeft nog altijd een behoorlijk open karakter en is overwegend in gebruik als grasland. Evenals de kommen is dit gebied minder nat dan vroeger.
Het verschil tussen de hogere oeverwallen en de omliggende lage delen is niet overal duidelijk herkenbaar. Door nieuwe bebouwing, gelijke beplanting en grondgebruik is het onderscheid minder goed waarneembaar.

Gebiedskenmerken

Algemeen: Het rivierenlandschap kenmerkt zich door een gevarieerd landschap. Enerzijds de natte,  laag gelegen delen; anderzijds bestaat het landschap uit de hogere delen, de zogenaamde oeverwallen en stroomruggen.
Bebouwing: Men woonde van oudsher op de droge oeverwallen, veelal in ronde of gestrekte dorpen. In de laag gelegen delen vinden we relatief weinig en verspreide bebouwing.
Grondgebruik: De natte gronden in de kommen werden gebruikt als hooi- en weiland. De meer droge en hoge delen werden als akker en weiland gebruikt.
Landschapselementen: De beplanting op de lagere delen (het rivierdal) bestaat uit knipheggen, rietkragen, elzensingels en knotwilgen. Op de hogere delen bestaat de beplanting uit elzensingels, knoteiken en hoogstamboomgaarden. Lees er meer over op de pagina Achterhoek.

Kampenlandschap

Het ontstaan

Een kamp is een kleine individuele akker, ook wel ‘eenmans-es’ genoemd, waarbij ieder gezin zijn eigen bouwland bewerkte. Om de akkers af te schermen tegen vee en wild werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren eeuwenlang mest en heideplaggen als bemesting op het land. Honderden jaren van bemesting zorgden ervoor dat de akkers steeds hoger werden, met een vrij steile rand. De boerderijen lagen veelal verspreid aan de rand van de akkertjes. De landbouw bestond uit gemengde bedrijven, met graanteelt op de akkers en het vee op de natte gronden langs de beken. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oude IJsselstreek

Kampenlandschap

Huidig landschapsbeeld

De eenmans-essen en steilranden zijn op sommige plekken nog steeds herkenbaar in het landschap. In het gebied tussen Westendorp en Sinderen staan de vele kleine kampen bekend als de ‘Varsseveldse kopjes’. Er komen nog wel oorspronkelijke beplantingselementen voor, maar in vergelijking met een eeuw geleden veel minder. De kenmerkende beplanting rondom de percelen is grotendeels verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor prikkeldraad. Het landschap is daarmee opener en minder kleinschalig geworden. De nog aanwezig beplanting bestaat naast de wegbeplanting vooral uit kleine bosjes, bomenrijen en solitaire bomen (veelal eiken) in het veld. De graanakkers hebben veelal plaatsgemaakt voor maïs dat tot veevoer wordt verwerkt of worden als grasland gebruikt. De wegen en kavels vormen nog altijd een grillig patroon in dit gebied, de beken zijn veelal gekanaliseerd.

Gebiedskenmerken

Algemeen: In het kampenlandschap vinden we veel reliëf in een verder overwegend vlak gebied. De wegen volgen het hoogteverschil en hebben daardoor een bochtig verloop. Hierdoor zijn onregelmatige blokvormige patronen van verkaveling ontstaan. Op de randen van de kleine kavels bevonden zich veel houtwallen en heggen, waardoor het kampenlandschap van oudsher erg kleinschalig was.
Bebouwing: De bebouwing vinden we op de hoge delen, die geschikt waren voor akkerbouw (kamp). De bebouwing staan niet altijd haaks ten opzichte van de weg en de afstand tot de weg varieert. Bebouwing staat verspreid in het gebied. Dit is kenmerkend en karakteristiek voor het kampenlandschap. Er staan diverse boerderijen met een voorhuis met allure, de zogenaamde T-boerderijen (een type hallehuisboerderij). Van oorsprong lagen de hallehuisboerderijen met de achterzijde of de zijkant aan de weg.
Grondgebruik: In het kampenlandschap wisselen bouwland en grasland elkaar af. Bouwland ligt over het algemeen op hogere gronden en grasland op de lagere delen.
Landschapselementen: Beplanting in het gebied bestaat vooral uit houtwallen en houtsingels. Knotbomen komen vooral in de nattere delen voor. Lees er meer over op de pagina Achterhoek.

Heide- en broekontginningslandschap

Het ontstaan

Verschillende factoren maakten het mogelijk de heidegebieden rond 1900 te ontginnen. Belangrijk waren de ontdekking van kunstmest, de komst van goedkopere wol uit Australië (waarmee het nut van de heidevelden voor de schapenhouderij verviel) en de verbetering van de ontwatering van de natte heidevelden.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oude IJsselstreek

Heide- en broekontginningslandschap

Huidig landschapsbeeld

In het heide- en broekontginningslandschap zijn de voormalige natte heidevelden en elzenbroekbossen geheel ontgonnen tot grasland en akker. Je herkent deze gebieden aan de rechtlijnige verkavelingen en de rechte wegen. Straatnamen als Heidedijk wijzen nog op het historisch grondgebruik en de natte omstandigheden. Heide is momenteel alleen te vinden in het natuurgebied de Vennebulten ten oosten van Varsseveld.
De bebouwing bevindt zich veelal direct langs de rechte wegen. De beplanting bestaat voornamelijk uit weg- en erfbeplanting in een onregelmatige blokverkaveling en elzenhakhoutsingels langs de perceelsranden. Een bijzondere omgeving is die rond Heelweg, waar nog relatief veel van de elzensingels te vinden zijn die vroeger de vele kavels omzoomden. Ook liggen hier nog veel zandwegen.
In het gebied tussen Varsseveld en Terborg zijn blokvormige (rabatten)bosjes te vinden. In de natte rabattenbossen zijn de stroken waar de bomen moesten worden geplant (rabatten) opgehoogd met de grond die vrijkwam met het graven van waterafvoerende greppels. De bomen staan daardoor hoger en droger, waardoor ze beter konden groeien. Inmiddels zijn de bosjes vaak verdroogd.

Gebiedskenmerken

Algemeen: Het heideontginningslandschap heeft een rationele, vaak rechthoekige verkaveling in een vlak landschap. Kavelgrenzen worden vaak bepaald door beken en sloten. Het landschap was in het verleden besloten door houtwallen en houtsingels op de hogere delen en knotbomen en elzensingels in de lagere gebieden. Tegenwoordig is het heideontginningslandschap meer open, doordat beplanting is verdwenen. Er zijn in het heideontginningslandschap vaak nog onverharde wegen te vinden.
Bebouwing: De voorgevels zijn op de weg gericht, de bijgebouwen staan achter het woongedeelte van de boerderij of de woning. Boerderijen, voormalige boerderijen, woningen en overige bebouwing staan verspreid in het landschap.
Grondgebruik: Grasland en bouwland komen beide veel voor.
Landschapselementen: Erfbeplanting bestaat uit hoogstamfruitbomen. Weinig beplanting op het achtererf, maar wel streekeigen beplanting langs de kavelgrens, zoals elzensingels. Lees er meer over op de pagina Achterhoek.

Veenontginningslandschap

Het ontstaan

Het veenontginningslandschap is alleen in het meest noordoostelijke puntje van de gemeente Oude IJsselstreek te vinden. Dit gebied staat bekend als het Zwarte Veen. Vele eeuwen geleden bestond het gebied uit een moeras dat zich vervolgens heeft ontwikkeld tot een hoogveen. Net zoals bij andere veengebieden in de Achterhoek maakte het Zwarte Veen deel uit van de zogenaamde markegronden van de omliggende plaatsen en mochten de markegenoten er turf en heideplaggen steken. Tijdens de crisisjaren ’30 van de vorige eeuw is het hoogveen ontgonnen en in cultuur gebracht. Na de ontginning ontstond een open landbouwgebied, doorsneden door twee rechte wegen (de 1e en 2e diek) met aan weerszijden populieren en Amerikaanse eiken.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oude IJsselstreek

Veenontginningslandschap

Huidig landschapsbeeld

De huidige situatie van het Zwarte Veen is nagenoeg onveranderd sinds de ontginning. Het relatief natte gebied kent nog hetzelfde verkavelingspatroon: grote rationale blokken. Het open en agrarische gebied wordt doorsneden door sloten en twee rechte wegen. Deze wegen zijn onverhard met populieren of Amerikaanse eiken aan weerszijden. Bebouwing ontbreekt in het Zwarte Veen.
Het Zwarte Veen is, op enkele percelen na, eigendom van de gemeente. Deze verpacht de landbouwgronden of geeft ze jaarlijks in gebruik. Stichting de Vennemarkte heeft sinds 2006 enkele percelen, bermen en afgeplagde stroken land in beheer.

Toekomstig landschapsbeeld

De gemeente Oude IJsselstreek is begonnen om het Zwarte Veen en het naastgelegen natuurgebied de Vennebulten (kampenlandschap) onder de projectnaam ’t Venne onder handen te nemen. Doel is de ecologische, landschappelijke, recreatieve en toeristische waarden van het gebied, en daarmee ook de plattelandseconomie, te versterken.
In het Zwarte Veen is inmiddels twee kilometer natuurvriendelijke oever ontwikkeld. Hier komen nog twee kilometer struweel bij en een aantal voortplantingswateren voor amfibieën als de boomkikker. Het streven is door aangepast beheer de natuurwaarde in het gebied te vergroten met behoud van de landbouwfunctie. De bedoeling is om 70 hectare buitengebied autovrij te maken op de Vennebulten en het Zwarte Veen. Er worden vier themaroutes ontwikkeld om de ontginningsstadia in het gebied te laten zien, in aansluiting op het Aaltense Goor in de gemeente Aalten.
De schaapskooi is al opgeknapt en geschikt gemaakt voor educatieve doeleinden. Het kan tevens onderdak bieden aan vrijwilligers tijdens beheerswerkzaamheden. Vanuit de uitkijktoren is dit bijzondere veenontginningslandschap van bovenaf te bekijken.