De Achterhoek

Natuurlijk Achterhoek

1 – Lochem, 2 – Zutphen, 3 – Berkelland, 4 – Bronckhorst, 5 – Doesburg, 6 – Oost Gelre, 7 – Winterswijk, 8 – Doetinchem, 9 – Montferland, 10- Oude IJsselstreek, 11 – Aalten

Wat hoort bij de Achterhoek?

De Achterhoek ligt in het zuidoosten van de provincie Gelderland. Een prachtig en gevarieerd landschappelijk gebied. In het zuiden en zuidoosten grenst het aan Duitsland, in het noorden aan de Overijsselse streken Twente en Salland. In het westen is de rivier de IJssel de grens. In het zuidwesten wordt meestal de Oude IJssel als grens gezien.

Maar de meningen verschillen hier sterk over. Dat komt omdat je de Achterhoek vanuit verschillende standpunten kunt definiëren: geografisch, toeristisch en bestuurlijk. Geografisch gezien zouden de Oude IJssel en de IJssel de grens vormen. Vanuit toeristisch oogpunt ligt dat veel ruimer en worden bijvoorbeeld Doesburg, Zutphen en een deel van de Liemers met het bosgebied Montferland erbij getrokken.

Bestuurlijk wisselt de omvang van de Achterhoek zo nu en dan. Denk alleen al aan de gemeentelijke herindeling en de wisselingen in het samenwerkingsverband Regio Achterhoek. En nu is de Achterhoek Board weer actueel: de jonge burgemeesters van Doetinchem en Winterswijk nemen het initiatief voor samenwerking die moet leiden tot meer eenheid en slagkracht in de regio. De Board, waarin naast overheidsbestuurders ook ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties zitten, moet voorstellen aandragen waar de hele Achterhoek baat bij heeft.

In zijn boek Oerend Mooie Achterhoek zegt Normaal-zanger Bennie Jolink dat hij Montferland ‘een van de mooiere plekjes van de Achterhoek vindt’. Hij noemt de eeuwenoude molen op de Paasberg in Zeddam, Peeskes Bult met uitspanning ’t Peeske in Beek en Gouden Handen in het patersklooster in ’s-Heerenberg. De purist zal zeggen dat dit de Liemers is…

Kortom, grenzen hoeven niet zo vast te staan als er zoveel moois te zien is. De natuur stopt immers niet bij de grens! Natuurlijk Achterhoek houdt het dus bij de Achterhoek in de breedste zin om zoveel mogelijk pareltjes in het landschap vast te leggen. Daarom kiest Jeroen de Jong ervoor om te fotograferen in de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen.

Discussie

De Achterhoek wordt soms ook nog wel eens de Graafschap genoemd, naar het vroegere graafschap Zutphen. Bedoeld wordt het gebied tussen de gemeenten Zutphen, Lochem, Berkelland en Bronckhorst. Maar daar valt Winterswijk dus buiten, dat tot het graafschap Lohn behoorde.

Vaak wordt aangenomen dat per plaats per se een keuze moet worden gemaakt tussen Achterhoek of  Liemers, om te bepalen waar deze onder valt. Maar doordat het bij Achterhoek en Liemers om totaal verschillende begrippen gaat, hoeft het een het ander niet uit te sluiten. Achterhoek is een geografisch niet precies afgebakend begrip, waar buitenstaanders soms zelfs Twente bij rekenen. Liemers daarentegen heeft wel historische grenzen, maar die zijn vaker veranderd en stroken niet meer met onze huidige kaarten. Zo behoort ook het in Duitsland gelegen Emmerik nog tot de historische Liemers.

Zoals je kunt zeggen dat een plaats zowel Gelders als Nederlands is, zo zou je dit ook kunnen stellen over plaatsen in het ’overlapgebied’ met o.a. Wehl, Ulft, Gendringen en ’s-Heerenberg, dat ze zowel Liemers als Achterhoeks zijn. Feit is wel dat de plaatsen in de echte kern-Liemers (Zevenaar, Duiven, Westervoort) buiten bestuurskringen doorgaans niet als Achterhoeks worden aangeduid. De globale verdeling dat de rivieren en de landsgrens de Liemers omsluiten, blijft bij dit alles een goede vuistregel. Strikt genomen valt Doesburg zo uiteen in een deel Achterhoek en een deel Liemers, met de Oude IJssel als grens.    

Nogmaals, grenzen zijn niet zo zwart-wit. We schieten gewoon mooie plaatjes in onze prachtige Achterhoek!

Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek

De Achterhoek viert in 2018 het feit dat de regio 350 jaar deze naam draagt. Dat zou te danken zijn aan de predikant en dichter Willem Sluiter (1627-1673). Hij is bekend om zijn lofzang op het eenvoudige plattelandsleven en gaf de streek zijn naam in het gedicht Eensaem Huis- en Winterlicht, dat maar liefst 450 coupletten van vier regels omvat. De naam ‘Achterhoek’ is terug te vinden in de twee meest bekende regels: Waer iemand duisent vreugden soek, mijn vreugt is in dees’ achter-hoek.

Men zegt dat hij daarmee doelde op het gedeelte van de streek waar hij werd geboren en woonde, de omgeving van de hoek Neede en Eibergen. Hoewel het ook zeer aannemelijk is dat hij het heeft over  zijn favoriete hoekje bij de haard. Het gedicht werd in 1668 voor het eerst gepubliceerd. Over beide invalshoeken verschenen in 2018, 350 jaar nadat Willem Sluiter deze regels noteerde, twee boekjes.

‘Van achter-hoek tot Achterhoek’ is een uitgave van de historische kringen van Eibergen en Neede. Gesteld wordt dat dominee Willem Sluiter de eerste was die deze streek zijn naam Achterhoek gaf. Dat klinkt leuk, maar het is niet waar dat Sluiter de naamgever van de Achterhoek is, betoogt streekonderzoeker Peter Rutgers in Sluitermania. ,,Als we ons een beeld vormen van de situatie waarin de dominee zich bevond, zal zijn achter-hoek slechts de kerkelijke gemeente beslaan waarin hij preekte. Dat waren Eibergen en zes buurtschappen.’’ Rutgers kwam de relatie tussen de dichtregels en de streeknaam een paar eeuwen na het verschijnen in 1668, niet meer tegen. Dat gebeurde pas in de afgelopen honderd jaar.

Ook Eibergenaar  Bennie te Vaarwerk beoogt dat Sluiter met het woord ‘achter-hoek’ niet de huidige geografische Achterhoek op het oog had toen hij zijn dichtregels schreef, maar het woord gebruikte als tegenstelling tot de hectiek en dynamiek van de Hollandse steden en Utrecht. Lees hier wat Te Vaarwerk schrijft over het thema ‘van achterhoek tot Achterhoek’.

1668, 1831, 1850 en 1884

In 1668 schreef Sluiter dus voor het eerst over de ‘achter-hoek’. Het geografische begrip Achterhoek, zoals wij dat nu kennen, zou pas vanaf 1850 ontstaan zijn. Rond dat jaar komt in boeken al vaker de aanduiding Achterhoek voor met betrekking tot de héle streek. Bennie te Vaarwerk, archivaris bij de Provincie Gelderland, kwam echter al een oudere vermelding tegen, namelijk in 1831 in een brief van de Gelderse aartspriester Terwindt (pastoor te  Zeddam) aan de Eibergse pastoor. Daarin verzocht hij hem om zijn brieven voortaan ‘over Doetinchem met den voerman Rademaker’ mee te geven, want deze reed ‘alle weeken door den Achterhoek’. Het Nieuws van den Dag opende op 13 oktober 1884 de krant met een verhaal over de opening van een spoorlijn van de Geldersch-Overijsselsche Locaal-spoorweg. ,,De lijn die in Twente Hengelo en Haaksbergen verbond en in de Achterhoek voer naar Neede, Borculo, Ruurlo, Eibergen, Groenlo en Winterswijk.’’ Schoolmeester Bernard Stegeman (1877-1952) uit Winterswijk schreef: ’t Gif maor enen Achterhook / Den Gelderschen, den echten.

Ode aan de Achterhoek

‘Mijn Achterhoek’ is de titel van het gedicht van woordkunstenaar Jan Steen (1922-2002) uit Terborg. Het gedicht is oorspronkelijk geschreven in 1959, maar in 1980 door Steen herschreven. Het beschrijft de destijds heersende gedachte van een letterlijk achtergebleven, onbekend gebied. Wel met het bloemrijk beschreven besef van zijn natuurschoon, nijverheid en kastelen, getuige de strofe:

Dit nijvere deel van ’t vaderland
Met rijke industrie en akker
Wie dat niet weet in Nederland
Is toch eigenlijk maar een stakker.

De slotregels van het lofdicht luiden:
In onwankelbare trouw
Mijn Achterhoek, ‘k ben trots op jou.

Het hele gedicht is te lezen op de hoge muur rondom Kasteel Wisch bij de overgang van de Hoofdstraat/Ettensestraat in Terborg. Een prominente plaats, want ernaast prijkt een lang vers van de beroemde in Gendringen geboren dichter Anthony Staring. Dat heeft als onderwerp het vogelschieten tijdens de Terborgse kermis.

Achterhoekse vlag

Bierbrouwer Grolsch, de Zwarte Cross en de Stichting Pak An namen – ook in 2018 – het initiatief voor een Achterhoekse vlag. Een ontwerpwedstrijd ‘De vlag uut veur de Achterhoek’ leverde de uiteindelijke vlag op; een ontwerp van Paul Heutinck uit Winterswijk. Zijn ontwerp is geïnspireerd door het typisch Achterhoekse coulissenlandschap. De schakering van de lichtgroene vlakken met de donkergroene vlakken zijn een sterk gestileerde weergave van de weilanden en de bossen die de Achterhoek onder meer zo sterk kenmerken. Het a-typische kruis, dat gebogen tussen deze vlakken door loopt, staat voor de kronkelende wegen met bomen erlangs, die met elkaar verbonden zijn, deze vlag verbindt! En staat tegelijkertijd ook voor de eigenzinnigheid en kracht van de Achterhoeker. Het initiatief wordt breed gesteund door voetbalclub De Graafschap, Regio Achterhoek met zijn zeven Achterhoekse gemeentes, Achterhoek2020 en Stichting Achterhoeks Toerisme.

Nog eens de naam Achterhoek

Er bestaan ook dorpen genaamd Achterhoek. Zo is er een buurtschap met die naam in de gemeente Hof van Twente in Overijssel en een buurtschap in de gemeente Nijkerk op de Veluwe. Straten met de naam Achterhoek zijn er ook, zowel in Nederland, België als in Duitsland. Vaak zijn het de straatjes achteraf.

Het ontstaan van het landschap

De combinatie van natuur en cultuur heeft het Achterhoekse landschap gevormd. Het landschap hier staat in het algemeen bekend als kleinschalig coulissenlandschap. Dit is een afwisseling tussen besloten en meer open landschappen. De beplanting tussen de percelen bestaat vooral uit houtwallen en heggen. Dit levert mooie doorkijkjes op. Maar er is veel meer. In de Achterhoek komen ook kampen, rivierduinen, stuwwallen, komgronden en uiterwaarden voor.

De basis van het Achterhoekse landschap is gevormd in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zo’n 180.000 tot 120.000 jaar geleden. Het was een zwak golvend landschap met beekjes en riviertjes die van oost naar west stromen. Ze kregen hun water vooral uit het aangrenzende Duitsland, dat aanmerkelijk hoger ligt dan de Achterhoek. Ze voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek. Wel waren cq zijn er enkele hoger gelegen delen, zoals bij Aalten, Neede en Lochem. En natuurlijk ’t Montferland.

Ook de laatste ijstijd, het Weichselien, heeft tot ongeveer 10.000 jaar voor Chr. haar stempel gedrukt op de Achterhoek. Het landijs bereikte Nederland weliswaar niet, maar de sterke poolwinden en het Arctisch klimaat zorgden voor het opwaaien van enorme hoeveelheden zand, dat door de rivieren hier neergelegd was. Hierdoor ontstonden de rivierduinen (zoals de Paasberg bij Terborg) en dekzandruggen en –kopjes, zoals de esgronden waarop Hengelo en Zelhem liggen. Ook dit heeft het patroon van bodemhoogte en –wervelingen (geomorfologie) sterk beïnvloed. Dat alles is sterk van invloed geweest op de eerste bewoningsgeschiedenis. De bewoners vestigden zich veelal op deze duinen en hogere ruggen.

Al in de 19e eeuw, maar vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw heeft een grootschalige ontginning van de woeste gronden (veelal heide en hoogveen) naar landbouwgrond plaatsgevonden. De afwatering verbeterde door de aanleg van nieuwe sloten. Daarnaast werd het wegennet uitgebreid en verbeterd en zandwegen werden grotendeels verhard. En zo veranderde het landschap ingrijpend naar hoe we het nu kennen.

Beleef de ijstijd bij Min40Celsius

Waar ooit in de zee haaien en koralen leefden. En even later op de mammoetsteppe de wolharige mammoet en wolharige neushoorn graasden of waar hyena’s en neanderthalers op zoek waren naar voedsel. Daar is nu de Achterhoek. Een landschap dat honderdduizenden jaren geleden gevormd is door het verschuiven van aardplaten, rivieren, landijs en zandstormen. Alles over de geologie, archeologie, bodemvondsten, het klimaat en landschap van de Achterhoek is te zien in bezoekerscentrum Min40Celsius aan de Hoofdstraat 14 in Varsselder. De naam van dit regionale museum verwijst naar de ijstijd, de periode waarin de Achterhoek is gevormd.

Bij Min40Celsius beleef je de ijstijd aan de hand van tientallen fossielen, haaientanden, het skelet van een wolharige neushoorn of de kop van een mammoet. Ook is er aandacht voor het Azewijnse Broek, de zandwinning die er vlakbij ligt en waar nieuwe natuur ontstaat. Een groot deel van de collectie van Min40Celsius is gevonden op zandwinlocaties de Omsteg en het Azewijnse Broek bij Gendringen. De verzameling is aangevuld met regionale vondsten bij zandwinningen en steengroeven in de hele regio (Winterswijk, Braamt, Montferland, Groenlo) en in de Duitse grensstreek.

Initiatiefnemer is René van Uum, landmeter van beroep, maar bovenal verzamelaar en al zijn hele leven gefascineerd door fossielen. Zijn verzameling, aangevuld met die van collega-verzamelaars, werd zo groot dat hij in 2014 zijn collectie bij Min40Celsius onderbracht. Van Uum probeert ook kinderen enthousiast te maken. Ze kunnen in de expositieruimte zelf graven naar mammoetbotten of ervaren wat een ijswal met het landschap doet. Lesprogramma’s voor scholen zijn ontwikkeld samen met het Gelders Erfgoed. Kinderen komen zo spelenderwijs in aanraking met het ontstaan van de Achterhoek.

Regelmatig organiseren René van Uum en de vrijwilligers van Min40Celsius zoekexcursies naar het Azewijnse Broek. Ook geeft de bevlogen fossielenverzamelaar lezingen over het ontstaan van het landschap in de Achterhoek. Hier vind je de samenvatting van zo’n lezing. Een interessant en duidelijk verhaal.

Beschrijving van het landschap

Op zoek naar een mooie beschrijving van het landschap komen we uit bij de auteurs van het boek ‘Landschappelijk Ondernemen in de Achterhoek’. Dat zijn Anne Oosterbaan, destijds in dienst van Alterra, onderdeel van Wageningen UR. En André Kaminski, voorzitter van de Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM). Het prachtig verzorgde boek is uitgegeven in 2013. Met hun toestemming is de volgende tekst met illustraties uit het boek overgenomen: Van verscheidenheid aan landschapstypen tot en met rabattenbossen. Waarvoor onze dank!

Verscheidenheid aan landschapstypen

Het oostelijke deel van de Achterhoek bestaat uit het kampen- of hoevelandschap en heide- en veenontginningen. In het noordwestelijk deel zijn kastelen en landgoederen te vinden. Nabij de (Oude) IJssel liggen komgronden, terrassen en rivierduinlandschap. De stuwwal van Montferland springt er letterlijk en figuurlijk bovenuit. Daar komen typische landschapselementen voor als bronbossen en zandbulten. We vinden er zwerfkeien en klapperstenen. Ook bijzonder zijn de Hooge Heide, op de stuwwal bij Stokkum en het bremveld bij Zeddam die via een ‘reptielencorridor’ inmiddels met elkaar verbonden zijn. Reptielen als gladde slang en hagedissen kunnen zich hierdoor verspreiden.

Uit de oppervlakteverdeling blijkt dat het heideontginningslandschap en het kampenlandschap beide ongeveer een derde deel van de totale oppervlakte van de Achterhoek innemen. Het landgoederenlandschap beslaat bijna het tiende deel. De overige landschapstypen nemen alle een relatief klein deel in, maar dragen zeker bij aan de variatie aan landschapsbeelden.
Twee gebieden, De Graafschap en Winterswijk, hebben de titel ‘Nationaal Landschap’. De Graafschap wordt gekenmerkt door kleinschaligheid, door buitenplaatsen en een bijzondere waterhuishouding. De omgeving Winterswijk kent een kleinschalige openheid en veel reliëf in het landschap van de esgronden.

Natuurlijk Achterhoek

Verdeling landschapstypen Achterhoek © StAM

Natuur

Ongeveer tien procent van het grondgebied van de Achterhoek bestaat uit natuurterreinen. De regio wordt gekenmerkt door een grote variatie aan natuur. De volgende natuurtypen zijn hier te vinden:

-bossen: droge bossen (zoals Montferland), hakhoutbossen, bronbossen en beekbegeleidende bossen (Bekendelle)
-hoogveen (zoals Korenburger- en Wooldse Veen)
-heide (zoals Needse Achterveld, Groote- en Grijze Veld)
-blauwgraslanden (Stelkampsveld, Koolmansdijk), kalkgrasland (Willinks Weust) en andere halfnatuurlijke graslanden
-stuifzand (’t Hengelse Zand)
-rivierduinen (langs de Oude IJssel)
-beken (Baakse Beek, Groenlose- en Boven-Slinge)
-oeverwallen met stroomdalvegetaties

De natuur van de Achterhoek © StAM

Natura 2000 en A-locaties

In de Achterhoek zijn zes Natura 2000-gebieden aangewezen: Teeselinkven, Stelkampsveld, Korenburgerveen, Bekendelle, Wooldse Veen en Willinks Weust. Dit zijn karakteristieke natuurgebieden met een bijzonder landschap en een hoog gewaardeerde biodiversiteit. Deze terreinen scoren wat natuurwaarde betreft in Europees verband hoog. Ons land heeft dan ook een internationale verantwoordelijkheid om de diversiteit van planten, dieren en leefgebieden in stand te houden. Hierbij wordt getracht evenwicht te bewaren met de maatschappelijke en economische activiteiten.

In de jaren negentig zijn de meest natuurlijke voorbeelden van alle in Nederland voorkomende bostypen geselecteerd. Een vijftiental van deze zogenaamde A-locaties liggen in de Achterhoek: in de Graafschap, het Montferland, bij Winterswijk en verspreid daartussen. Het gaat vooral om oudere bossen met een hoge natuurwaarde. Het beleid is gericht op de ontwikkeling naar een zo representatief mogelijk voorbeeld van natuurlijk bos. In A-locatie-bossen is naast oude en dikke bomen ook vaak veel dood hout aanwezig.

De bossen

Het grootste deel van de Achterhoekse natuurgebieden bestaat uit bos. Verreweg de meeste bossen in Nederland en ook in de Achterhoek zijn aangeplant. Soms op wat rijkere gronden, bijvoorbeeld op de landgoederen. Maar vaker op de armere, zandige gronden die voor de landbouw minder geschikt waren. Nadat er geen plaggen meer gestoken werden en de schapen op de heide verdwenen waren, zijn veel van de laatste heidestukken overgegaan in bos op arme grond. Dit bos is spontaan ontstaan en heeft daardoor een ongeordend beeld. Dat geeft ons meer een gevoel van ‘puur natuur’. Ook langs de rivieren en op andere natte plekken zijn door spontane ontwikkeling bossen ontstaan.

Veel van de Achterhoekse bossen zijn zogenoemde rabattenbossen. Bij de aanleg van deze bossen zijn rabattenstelsels gegraven. Hierdoor ontstonden lagere delen (sloten) en daartussen hogere delen (ruggen). Door deze werkwijze was het mogelijk om ook in lagere gebieden op de ruggen zomereiken en zelfs dennen aan te planten. Door dit slotenstelsel was het ook mogelijk om enige grip te krijgen op de waterhuishouding ter plekke. Daardoor werden de woeste gronden geschikt voor de hoogwaardige houtproductie. in de natste delen zie je ook wel veel zwarte els op deze rabattenruggen. De afgelopen eeuw is de Achterhoek echter verdroogd en is ook de grondwaterstand in deze rabattenbossen sterk gedaald.

Landschappelijke elementen

De houtwal en de houtsingel, de solitaire boom en laanbomen, knotbomen, de elzensingel, de struweelhaag, de poel, de hoogstamboomgaard, het vogelbosje en geriefhoutbosje, en het boerenerf. Het zijn de karakteristieke elementen die het landschap in de Achterhoek zijn charme geven. Ze zijn mooi beschreven door de Stichting Landschapsbeheer Gelderland in opdracht van de gemeente Oude IJsselstreek.

Houtwal en houtsingel

Een houtsingel is een erfafscheiding, vaak ook tussen weilanden, die bestaat uit bomen zoals eik, ruwe berk, lijsterbes en/of struiken zoals meidoorn en hazelaar. Een houtsingel is een lijnvormig element van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat. Langs houtwallen vind je vaak aan één of beide zijden greppels. Deze werden gegraven om met de vrijkomende grond de wal aan te leggen. De wallen waren tussen de 50 en 100 cm hoog.
De oorspronkelijke functie van houtwal en houtsingel was om vee en wild te keren en als eigendomsgrens. Ook leverden ze vruchten, brandhout en geriefhout op voor gereedschapsstelen en palen. De meeste houtsingels en –wallen worden als hakhout beheerd en na 10 à 12 jaar afgezaagd.
Deze elementen zijn van bijzondere ecologische waarde voor vogels, insecten en kleine zoogdieren die zich er langs verplaatsen, nestelen en voedsel zoeken. Ook groeien er allerlei varens, mossen en paddenstoelen. Door de komst van het prikkeldraad, de ruilverkavelingen en schaalvergroting zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen.

Solitaire boom en laanbomen

Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduwboom voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Ze vervulde soms ook een plaats in de rechtspraak (gerechtsboom), in de religie (kruisboom) of diende als herkenningspunt langs rivieren. Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden naast de houtproductie een andere functie. Zo werd een walnoot in de buurt van de keuken aangeplant, omdat de walnoot muggen en vliegen weert. Daarnaast zorgde de boom voor schaduw in de keuken. Een kastanje- of lindeboom geeft menig erf allure. Een grote eikenboom naast het huis functioneerde goed als bliksemafleider.
Laanbomen werden langs wegen aangeplant. Niet alleen voor verfraaiing, maar vooral om schaduw te geven aan mens en paard. Meestal werd één soort langs een weg geplant. Bomen zijn een natuurlijk eldorado voor veel dieren. Ze bieden voedsel (noten, bladeren, stuifmeel), nestgelegenheid en beschutting.

Knotbomen

Wilg, populier, es, els, eik en haagbeuk kwamen al vóór het begin van onze jaartelling veelvuldig als knotbomen voor. Knotbomen deden dienst als grensafscheiding en/of als houtleverancier. De knotboom levert makkelijk oogstbaar hout op dat voor allerlei doeleinden werd gebruikt. Zoals voor manden, oeverbeschoeiingen, takkenbossen en gebruikshout voor hekken en gereedschapsstelen.
Knotbomen komen vooral voor in de houtwallen. Knotelzen groeien vooral op vochtige en van oorsprong voedselarme gronden. Knotessen en knoteiken kunnen bijzonder oud worden. Oudere knotbomen herbergen allerlei planten en dieren, zoals insecten, vleermuizen en vogels. Het aantal diersoorten dat in een knotboom huist, is zeer groot. Van de vele vogels is de steenuil één van de trouwste bewoners. Een rijtje knotbomen vormt een verbindingsroute voor allerlei dieren, zoals vleermuizen.

De elzensingel

Een elzensingel is een rij met zwarte elzen langs slootkanten. Elzensingels ontstonden spontaan op slootkanten, langs perceels- en eigendomsgrenzen door elzenzaadjes die daar kiemden. De vroegere boeren waren blij met de op hun perceelsranden kiemende boompjes en zaagden ze periodiek af voor brandhout en gebruikshout. Veel singels bevatten naast de zwarte elzen ook een ondergroei van meidoorn of braam, vlier, hop en lijsterbes. Dit zorgde ervoor dat de elzensingel een veekerende functie had. Later werd het elzenhout ook gebruikt in ijzersmelterijen voordat de steenkool het hout verdrong. Veel elzensingels zijn echter verloren gegaan door de ruilverkavelingen en schaalvergroting in de landbouw. ’s Winters maakt de boom door zijn donkere schors en elzenproppen een zwarte indruk, vandaar zijn naam. Sijsjes zijn dol op de zaadjes in de elzenproppen.

De struweelhaag

De Achterhoek kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de struweelhaag. De struweelhaag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien. De functie van de haag was perceelsscheiding en veekering. Daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doorndragende soorten, zoals meidoorn, sleedoorn, hondsroos en braam. Soms werden ook nog wat andere struiken en (knot)bomen in de haag aangeplant. Denk hierbij aan wilg, eik of es. De hagen boden beschutting voor het vee en leverden gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, ruilverkavelingen en schaalvergroting zijn veel van deze elementen verdwenen.
Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen, zoals het leggen of vlechten van hagen (lees meer hierover verderop in dit artikel).
Hagen zijn soms al honderden jaren oud en zijn daarom van onvervangbare waarde voor planten en dieren. Ze vormen een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en ze bieden voedsel, nestgelegenheid en een plek om te overwinteren. Ook fungeren ze als verbindingslijnen tussen andere landschapselementen.

De poel

Vroeger legde men vaak poelen in het weiland aan als drinkplaats voor het vee, op plaatsen in het weiland die van nature laag liggen en waar het grondwater hoog zit. Door het gebruik van pompen werden de drinkpoelen overbodig en verdwenen zo langzaam maar zeker uit het landschap. Voor de flora en fauna zijn poelen van grote waarde. Dit geldt vooral voor kikkers, padden salamanders en libellen die zich in de poel voortplanten, maar ook voor vogels en zoogdieren. Zij maken gebruik van het water als drink- of wasplaats. Zwaluwen en watervleermuizen jagen op insecten boven het water. Het water in de poel volgt het natuurlijke ritme van het grondwater; in de zomer kan de poel in extreme gevallen zelfs droog vallen. Voor de meeste dieren en planten van de poel is dit geen probleem. Door deze afwisseling van nat en droog groeien in en rond de poel allerlei oeverplanten. Bij een flauw aflopende oever ontstaat een grote variatie in vochtigheid en kunnen vele plantensoorten hun plek vinden. Een natuurvriendelijke oever is ook zeer interessant voor amfibieën die zich in de oeverzone kunnen verschuilen. In de zomer barst het van het leven in en om de poel.

De hoogstamboomgaard

Al veel eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Van een hoogstamfruitboom spreek je als de eerste zijtakken van een fruitboom als kers, pruim, peer of appel vanaf 180 centimeter hoogte uit de stam groeien. Aanvankelijk vond je ze vooral bij kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19e eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Een groot voordeel van het hoogstamfruit is dat dieren er onder kunnen grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboogaarden flink achteruitgegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt op laagstam. Hoogstamboomgaarden hebben een grote landschappelijke en ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil broedt graag in de holle takken van fruitbomen. Van de bloesems profiteren weer bijen. Een meidoornhaag als windsingel om de boomgaard vergroot de natuurwaarde van de boomgaard. Net als een takkenwal en houtstapel biedt het een schuilplaats aan vogels, amfibieën en kleine zoogdieren zoals egels.

Het vogelbosje en geriefhoutbosje

Vogelbosjes kom je vaker tegen op het erf. Een vogelbosje is een bosje dat voornamelijk uit struiken bestaat en vaak niet groter is dan 500 m². De soorten die in het bosje aangeplant worden, zijn vooral besdragende struiken als meidoorn, Gelderse roos en lijsterbes om vogels aan te trekken. Ook zijn ze goed voor insecteneters, want ze trekken wormen, rupsen en kevers aan. Een vogelbosje dient als broedplaats en schuilplaats voor zowel vogels als kleine zoogdieren. Daardoor voegt een vogelbosje veel toe aan de ecologische diversiteit op en rondom het erf. En het geeft de bewoners veel plezier van de kwetterende en langs vliegende vogels.
Geriefhoutbosjes zijn vrij liggende elementen in het landschap. Vaak kom je ze tegen in een overhoekje tussen de weilanden, al dan niet omgeven door een sloot. De sloot deed dan dienst als veekering. Een geriefhoutbosje is groter dan 500 m² en werd vroeger aangeplant om in geriefhout, hout voor dagelijks gebruik van de boer, te voorzien. Elke boer had veel hout nodig: essenhout voor gereedschapsstelen, berkentwijgen voor bezems, wilgenhout voor in de kachel. Doordat een geriefhoutbosje voor de houtvoorziening op eigen erf meestal niet meer van toepassing is, worden tegenwoordig vaak vogelbosjes aangeplant om iets meer variatie te krijgen. Vogel- en geriefhoutbosjes kunnen door de rust die er heerst veel betekenen voor planten en dieren. Ook landschappelijk zijn vogel- en geriefhoutbosjes van groot belang.

Boerenerven 

Traditioneel gebruik: Van oudsher stonden boerderijen en boerenerven in dienst van de agrarische bedrijfsvoering. Alles wat te vinden was op en rond het erf had een functie. Nut ging altijd voor de sier en niets was toevallig. De boerenerven verschillen per regio. De grondsoort en de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering had grote invloed op de inrichting van het erg en de keuze van bomen en struiken. Maar ook de godsdienst drukte onbewust een stempel op het erf. Katholieke erven stonden vroeger vol bloemen, terwijl in de protestante gebieden van de Achterhoek het erf veel eenvoudiger was ingericht, zonder uitbundige bloemen.

Opbouw van een boerenerf: Ook de taakverdeling tussen de boer en boerin heeft een belangrijke invloed gehad op de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook. De voor- en achterkant worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het hele erf  worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen en werken goed zichtbaar wordt.

Het voor: De vrouw had de verantwoordelijkheid voor het woongedeelte, het daar dichtbij liggende terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin met bloemperken en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal ‘het voor’ genoemd en ‘het voor’ was het domein van de boerin. Voor deze delen van het boerenerf was een goede zichtbaarheid vanuit het woonhuis vereist, omdat in de boomgaard bijvoorbeeld de jonge kalveren liepen, die extra aandacht nodig hadden. ‘Het voor’ is meestal een stuk groener dan ‘het achter’. Voor staan de meeste bloemen, struiken en bomen. Ook speelde aan de voorkant mee dat men graag wilde laten zien hoe goed men het had. Daarom werden later parkbomen zoals de (treur) beuk, de paardekastanje, de rode beuk, (lei) linden en sierstruiken, kortom de wat luxere soorten, aangeplant. Het voorste deel van het boerenerf was meer gericht op het gezin en had een bepaalde beslotenheid.

Het achter: De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor ‘het achter’. Aan de achterkant moest men ruimte hebben om met paard en wagen te manoeuvreren en later met steeds groter wordende tractors. Achter stonden ook de schuren. De boer was er de hele dag te vinden. Hij hield zich bezig met het bewerken van het land, de verzorging van het vee óf met onderhoud en reparaties aan machines en bedrijfsgebouwen. ‘Achter’ werden de zakelijke contacten met de omgeving afgehandeld, koop en verkoop van zaken vonden vooral daar plaats. Aan de achterkant lag ook de verbinding met de bij het bedrijf behorende percelen.
De beplanting aan de achterkant bestond meestal uit bomen en struiken die ook in de omgeving voorkwamen. Achter op het erf bevond zich het geriefhoutbosje dat diende voor de houtvoorziening. De beplanting achter was hoog, los en afwisselend en bestond uit singelachtige beplantingen. Ook kwamen veel solitaire bomen voor. Verder waren in de weilanden veel poelen aanwezig, die dienden als drinkplaats voor het vee.

Beheer van het landschap

Wie meer wil weten over de aanplant, het beheer en onderhoud van de landschapselementen, kan contact opnemen met de Stichting Landschapsbeheer Gelderland of bekijkt de duidelijke instructiefilmpjes.

Subsidie aanvragen voor agrarisch en particulier natuurbeheer is alleen mogelijk via zogenaamde gebiedscollectieven. Voor de Achterhoek is dit de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek, de VALA. Het is een samenwerkingsverband van de zes agrarische natuurverenigingen. De VALA wil het karakteristieke landschap van de streek voor de toekomst behouden. De organisatie heeft circa 600 leden in de Achterhoek; dat zijn zowel boeren als particulieren die aan landschapsbeheer en agrarisch natuurbeheer doen.

De Stichting Heg & Landschap streeft naar mooiere heggen en heggenlandschappen in heel Nederland. ,,We willen heggen weer een plek op het platteland geven: een duurzame plek voor de heg die belangrijke rollen vervult. Heggen als ecologische verbindingsstroken. Heggen voor identiteit van streken met kleinschalige, besloten landschappen. Heggen als groene monumenten die verhalen over heggenleiers, landweren, kerkenpaden en omhaagde boomgaarden. Heggen die wandelaars en fietsen langs hun pad geleiden en niet te vergeten heggen die schapen en koeien in de wei houden’’, aldus de landelijke organisatie.

Jaarlijks wordt het NK Heggenvlechten gehouden. Op 19 november 2017 vond dit kampioenschap plaats in Vorden op boerderij Groot Windenberg aan de Rommelderdijk 2. Zo’n 25 heggenvlechters vlochten volgens eeuwenoude traditie een meidoornheg. In de Achterhoek kom je hier en daar in oude heggen nog sporen van oud vlechtwerk tegen. Ruim honderd jaar geleden werd in Amerika het prikkeldraad uitgevonden en werden heggen bijna niet meer gevlochten. De stichting wil het oude ambacht levend houden en geeft een drietal cursussen: Heggenvlechten, Groen erfgoed en Voedselbossen/Natuurlijke landbouw.

Geschiedenis van de Achterhoek

Prehistorie

Op veel plaatsen in de Achterhoek zijn sporen aangetroffen van nederzettingen uit de prehistorie, evenals urnenvelden en grafheuvels uit de brons- en ijzertijd. Het is onduidelijk of de diverse plaatsen in de loop der eeuwen permanent bewoond zijn gebleven, of dat er sprake is geweest van radicale volksverhuizingen of van vijandigheden.

Uit archeologisch onderzoek blijkt dat de eerste bewoners zich rond 8.800 voor Christus in dit gebied waagden. In een oude afzetting van de Ooijerhoekse Laak bij Zutphen vonden archeologen twee ‘afvalhopen’ van jagers. De oudste dateert van ongeveer 8.650 tot 8.400, de andere van 6.400 voor Christus. In ieder geval is het lang geleden. Uit de afvalhopen bleek dat deze eerste Achterhoekers zich in leven hielden met vlees en vis. Pas rond het begin van onze jaartelling werd de Achterhoek vrij intensief bewoond. Het waren landbouwers die een stuk oerbos kapten en daarop een akkertje aanlegden. Als de grond was uitgeput, werd een ander stuk bos gekapt. Later werden tussen opgehoogde wallen meer permanente akkers aangelegd, raatakkers geheten (ook wel celtic fields genoemd). Ze werden gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt. De sporen van raatakkers zijn nog op verscheide plaatsen in de Achterhoek te vinden en zijn vooral aangetroffen op de zandgronden.

Namen van volken, waarvan wordt aangenomen dat ze de Achterhoek hebben bewoond, zijn in chronologische volgorde de Bructeren en Chamaven (Germaanse stammen, later gerekend tot de Franken) en na de Grote Volksverhuizing (tussen 4e en 6e eeuw) de Saksen.

Kerstening

Het beter bereikbare Zutphen, in het uiterste noordwesten van de Achterhoek, wordt al beschreven in de Romeinse tijd (753 voor Christus tot 476 na Christus). De rest van de Achterhoek komt in geschriften voor vanaf de periode van zijn kerstening, ingezet in het laatste decennium van de 8ste eeuw. De kerstening vond vanuit het oosten plaats. Landsgrenzen bestonden nog niet en geologisch maakte de oostelijke Achterhoek deel uit van het aangrenzende Münsterland. Doetinchem wordt in 838 voor het eerst genoemd.

Nadat keizer Karel de Grote de Saksische hertog Widukind definitief had verslagen, eiste hij van hem en zijn onderdanen de bekering tot het christendom. Zo kreeg de Friese missionaris Liudger de opdracht om onder andere de heidense Saksen in de Achterhoek te bekeren. Hij heeft parochies gesticht in Groenlo, Wichmond, Winterswijk en Zelhem. Liudger werd later de eerste bisschop van Münster.

Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd

In de Middeleeuwen heeft zich in de Achterhoek een feodale maatschappij ontwikkeld. Het grootste deel van de Achterhoek werd onderdeel van het graafschap Zutphen. De in het noordoosten gelegen heerlijkheid Borculo was lange tijd een zelfstandig staatje, maar werd later betwist door de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Münster.

Bisschop Bernard von Galen, bijnaam Bommen Berend, heeft ook na de Vrede van Münster in 1648 met militaire acties geprobeerd de heerlijkheid tot zijn gebied te maken. Borculo behoorde immers niet tot het hertogdom Gelre en daarover stond dus niets in dat verdrag. Het is hem niet gelukt. De bisschop wist wel Groenlo, de heerlijkheid Bredevoort en de heerlijkheid Lichtenvoorde in te nemen. De bezetting duurde bijna twee jaar en in mei van het jaar 1674 trokken de Münsterse troepen weer weg uit de Achterhoek.

Plaatsen als Bronkhorst, Doesburg, Doetinchem, Terborg en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. In het gebied bevindt zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heeckeren. De Achterhoek kende dan ook tot in de 19e eeuw een feodale structuur. De families vochten een verwoede machtsstrijd uit, met name tijdens de Gelderse Successieoorlogen (1371-1379 en 1423-1448). Ook tijdens de Gelderse Oorlogen (1502-1543) en de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd in het gebied regelmatig strijd geleverd. Onder andere om het Huis Bergh, Kasteel Keppel en de steden Bredevoort en Groenlo is stevig gevochten.

Industrialisatie

In een groot deel van de Achterhoek was tot in de 19e eeuw kleinschalige landbouw de voornaamste bron van bestaan. De buurtschappen, dorpen en steden hadden hooguit een paar honderd inwoners. Ze bezaten vaak gezamenlijk enkele esgronden (hoog gelegen akkers) en heidevelden in de buurt van de nederzetting. De rest van de gronden was nog woest, met name de lagere delen. Pas in het begin van de 20ste eeuw is de Achterhoek grootschalig ontgonnen. Lange tijd heeft men veel bos in de Achterhoek gekapt ten behoeve van de houtindustrie. Eind jaren veertig van de 20ste eeuw kwam hieraan een einde.

De industrialisatie heeft voornamelijk in twee delen van de Achterhoek plaatsgehad: in een strook langs de Oude IJssel en in de oostelijke Achterhoek. Dankzij de oerhoudende grond aan weerszijden van de Oude IJssel ontstond vroeg in de 18e eeuw een ijzerindustrie rond de plaatsen Ulft, Terborg, Doetinchem en Keppel. Overal doken ijzergieterijen op, de voorlopers van de vele metaalbedrijven (die zich inmiddels transformeren tot smart industry). Deze bedrijven zorgden voor veel werkgelegenheid. Bekende namen van Achterhoekse oorsprong zijn DRU, Pelgrim, Becking en Bongers, Lovink, Atag en Vulcanus.

In de oostelijke Achterhoek, in Aalten, Bredevoort, Neede en Winterswijk, is de textielindustrie tot grote bloei gekomen, evenals in het aangrenzende Twente. Door de groeiende concurrentie uit het buitenland, met name uit de lagelonenlanden, bleek een groot deel van de textielindustrie na de Tweede Wereldoorlog niet langer levensvatbaar. Voor de textielindustrie zijn in de tweede helft van de 19e eeuw spoorlijnen aangelegd, die dit deel van de Achterhoek verbonden met Arnhem, Zutphen, Twente en Duitsland. Verschillende plaatsen werden aangesloten op het spoorwegnet van de Nederlands-Westfaalsche Spoorweg (NWS) en de GOLS, de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij. Oprichter van de GOLS was de Winterswijkse textielfabrikant Jan Willink. Al in 1878 bracht hij de spoorweg tussen Borken-Winterswijk-Zutphen tot stand.

De rest van de Achterhoek werd begin 20ste eeuw ontsloten door middel van de goedkopere trambanen na de oprichting van de Gelderse Tramwegen, de GTW. Hierdoor werd het gebied langzaam toegankelijker en nam naast de traditionele agrarische sector de industriële werkgelegenheid toe, alsook de recreatieve voorzieningen. Na de Tweede Wereldoorlog is de welvaart gestaag toegenomen en kwam het toerisme in de Achterhoek op gang. Tegenwoordig maakt de Stichting Achterhoek Toerisme promotie voor de streek, samen met Regio Achterhoek, de Provincie Gelderland en de VVV. De site geeft een positief beeld van de streek ‘waar veel te beleven is en waar het aantrekkelijk wonen, werken en recreëren is’.

Namen leven voort

In het heden ligt het verleden, zeggen ze altijd. Enkele namen en personages uit de in vogelvlucht beschreven historie van de Achterhoek leven voort. Een kort overzicht.

In Keppel ligt de jachthaven Bommen Berend, genoemd naar Bernhard van Galen, de bisschop uit Münster die een belangrijke rol speelde in de 17e eeuw in de Achterhoek. De bisschop werd (en wordt) in de volksmond Bommen Berend genoemd vanwege het veelvuldige gebruik van door kanonnen afgeschoten bommen, voor die tijd het modernste wapentuig waarmee aanzienlijke schade werd aangericht binnen de stadsmuren. Overigens heeft hij ook in Groningen z’n stempel behoorlijk op de geschiedenis gedrukt. Met het Gronings Ontzet – ook Achtentwintigsten en Bommen Berend genoemd –  wordt elk jaar gevierd dat de stad Groningen in het rampjaar 1672 het beleg door Bernhard van Galen heeft doorstaan.

Eetgalerij De Heerlyckheid, zo heet de luxe lunchroom in het centrum van het stadje Bredevoort. Bisschop Bernhard von Galen ofwel Bommen Berend, wist in de 17e eeuw de heerlijkheid Bredevoort in te nemen. Een heerlijkheid was in die tijd een gebied van een heer, een bezit waaraan een titel en sommige rechten verbonden waren. En is nu dus de naam van een horecabedrijf.

In vestingstadje Groenlo wordt elk jaar de Slag om Grolle uit het jaar 1627 nagespeeld. Nagebootst wordt de overwinning van het Staatse leger onder bevel van Frederik Hendrik op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In het hart van Groenlo staat Het Huys van Frederik Hendrik, waar je in een gemoedelijke sfeer en met een vleugje historie kunt dineren. 

Het stadje Bronkhorst heeft zijn naam van de Heren van Bronkhorst, een van de machtigste geslachten in de Achterhoek en hun Slot Bronkhorst. Zij voerden een machtsstrijd uit met de Van Heeckerens. In het buitengebied van Hummelo staat Het Wapen van Heeckeren, het monumentale café-restaurant met een rijke geschiedenis.

In Lengel, een dorpje in de gemeente Montferland, ligt de Chamavenstraat, genoemd naar een van de Germaanse stammen die in de Achterhoek leefden. De Oude Tramweg in het buitengebied van Lengel herinnert aan de tramweg Zutphen-Emmerik die door dit dorp liep.

Missionarius Liudger moest in de 8ste eeuw de heidense Saksen bekeren. Zijn naam vinden we op verschillende plekken in de Achterhoek terug. In 2009, bij de 1.200ste sterfdag van Ludger, is aan de IJssel langs de weg van Baak naar Zutphen een stalen gedenkteken van Ludger opgericht. Het herinnert aan de oversteek van de IJssel door Ludger vanuit Brummen in 794 als begin van de periode waarin hij actief is geweest in de Achterhoek en in het aangrenzende deel van Duitsland tot aan Münster.

Ludger wordt enkele keren genoemd in oude oorkonden, zoals in een Zelhemse akte uit 801 waarin de naam Salehem (Zelhem) is genoemd. Daarop baseerde Zelhem in 2001 de viering van zijn 1.200-jarig bestaan. Op de plek van de huidige Lambertikerk in het dorp, heeft ooit een door Ludger gebouwd kerkje gestaan. De replica bij Museum Smedekinck herinnert daaraan.

In sommige plaatsen zijn straten naar Ludger genoemd of herinneren ze aan de geschiedenis van het bisdom. De nieuwe grote Sint Ludgerparochie is die van Aalten-Groenlo-Lichtenvoorde en omstreken. Het Ludgerpad van Zutphen naar Aalten schijnt erg in trek te zijn. In Doetinchem staat de middelbare school Het Ludger College, in Varsseveld de St. Ludgerusschool voor speciaal basisonderwijs. Een heel klein stukje van zijn gebeente, een reliek, zit in een reliekhouder die bewaard wordt in de Willibrorduskerk in Vierakker. De Ludgerkring Oost Gelderland houdt de herinnering aan de missionaris levend.

Wandelen en fietsen in de Achterhoek

De Achterhoek is een prachtig wandel- en fietsgebied, een streek met bossen, landgoederen kastelen, kleine rivieren, pittoreske dorpjes of fraaie historische stadjes. Het kleinschalige en vriendelijke karakter maakt de streek een ideale plek om op verhaal te komen. Het coulissenlandschap biedt doorkijkjes naar authentieke boerderijen, de glooiende heuvels leveren mooie vergezichten op. Het landschap is afwisselend, de bewoners zijn gemoedelijk. En de bezoekers waarderen de rust en ruimte van de streek.

Wandel- en fietsroutes

Tientallen wandel- en fietsroutes zijn uitgezet door de Stichting Achterhoek Toerisme. Want nergens is het decor zo veelzijdig als in de Achterhoek, luidt de wervende tekst van het promotiebureau. ,,Overal word je gastvrij onthaald. Je komt langs idyllische theetuinen en ambachtelijke ijsboerderijen. Boerderijwinkels verkopen de lekkerste streekproducten voor onderweg. Langs de kant van de weg zie je manden met fruit waar je tegen wat kleingeld zelf het fruit kunt pakken. En als je geluk hebt, ontdek je een gedekt tafeltje met een goedgevulde picknickmand waar je ook weer tegen een zelfgekozen bijdrage van mag genieten. Dit is geen sprookje, dit is de Achterhoek.’’ En laat dit nou nog kloppen ook!

Maar liefst 3000 kilometer aan bewegwijzerde wandelroutes nodigen uit om de Achterhoek te verkennen. Dat kan via een wandelknooppuntensysteem met 150 startpunten. Vanuit een startpunt kun je een kant-en-klare route volgen. Onderweg kom je keuzepunten tegen, te herkennen aan een paal met een gekleurd bord met een letter en nummer erop. Op de keuzepunten kun je overstappen op een andere wandelroute. Om nog meer wandelmogelijkheden te creëren zijn er grijze routes aangelegd. Dit zijn verbindingen tussen twee wandelroutes. Het  netwerk maakt het gemakkelijk om ook zelf een route samen te stellen. Naast de markering op de keuzepuntenpaaltjes is er een wandelkaart die in vier deelkaarten te koop is bij alle VVV’s en Toeristische Informatiepunten in de Achterhoek.

Klompenpaden

Klompenpaden zijn gemarkeerde wandelroutes over onverharde paden door het boerenland, over landgoederen en historische tracés in de provincies Utrecht en Gelderland. In totaal zijn er meer dan 100 klompenpaden. In de Achterhoek zijn dat de volgende routes:

Het Boereneschpad is een wandeling in het gebied tussen Geesteren, Gelselaar en Noordijk met landgoed Hilhorst in het hart van de route in de gemeente Berkelland. Hier wandel je over de eeuwenoude es, langs landgoederen en beken en door de prachtige natuur van het Noordijkerveld. Eén van de hoogtepunten is de doorwaadbare plaats in de Schipbeek. Hier kun je een moderne boomtuin bezoeken. Via een open wenteltrap die langs de stam van een circa 250 jaar oude eik omhoog gaat, kom je op een plateau waarop een boomtuin met varens en mossen is aangelegd. Er loopt een klein paadje naar een bankje waar je kunt uitrusten van de wandeling. Door de bladeren van de boom heb je een mooi uitzicht over het landschap en de Schipbeek. Een sprookjesachtige tuin voor twee. De hoofdroute van 12 km is op meerdere punten te verlengen tot ruim 20 km.
Het Boereneschpad is in 2017 door de ANWB geselecteerd als één van de tien pareltjes van het Klompenpadennetwerk. De folder met uitgebreide informatie over de route is o.a. te koop bij VVV- en TIP-kantoren en bij Erve Brooks, een horecabedrijf in een vijf eeuwen oude Saksische boerderij in Gelselaar. Ook zijn de wandelroutes te downloaden via de gratis app. In de app zijn informatie en filmpjes beschikbaar over verschillende punten van de route.  Zo kom je meer te weten over de cultuurhistorie en het landschap.

 Andere mooie klompenpaden in de Achterhoek zijn het Ganderpad (13 km) langs de Oude IJssel en over rivierduinen rondom het dorp Gaanderen; het Leestensche Broekpad (11 km) langs de IJssel en door het buitengebied van Zutphen; en het Achterwooldsepad (10 km) door het coulissenlandschap van de buurtschap Woold bij Winterswijk.

Nog meer wandelingen

Ook het Pieterpad loopt dwars door de streek. Van Vorden naar Montferland. Maar er zijn veel meer initiatieven, teveel om allemaal op te noemen. Vooruit, ééntje dan: ‘Kuieren, kijken en kieken in de Achterhoek’ van gepassioneerd wandelaar en fotograaf Truus Wijnen. In dit boekje beschrijft zij vijftien kuierroutes in dit deel van Nederland en de grensstreek. De routes gaan over fraaie landgoederen, langs geheimzinnige zwarte en witte kolken, langs historische watermolens en oude vestingstadjes als Bredevoort. De wandelingen variëren in afstand van 3 tot 10 kilometer. De beschrijvingen zijn voorzien van routekaartjes en adressen van horecagelegenheden. De belangrijkste bezienswaardigheden onderweg worden ook beschreven. De wandelaar maakt op deze manier ook kennis met de traditionele en regionale activiteiten als klootschieten, touwtrekken en biljarten.

En nóg ééntje: ‘Bergherbos. Een cultuurhistorische wandeling’ van 13,5 kilometer. Zoals de naam al zegt, ligt de nadruk op de cultuurhistorie. Deze erfgoedroute voert langs de geschiedenis en het natuurschoon van de Berghse bossen in de gemeente Montferland. De route start bij de waterpartijen van ’t Peeske, al lange tijd een toeristische trekpleister in de omgeving van het Bergherbos. De wandeling leidt langs lanen en ijzerkuilen en langs een van de meest markante historische elementen uit de omgeving, de motte Montferland. Dit is de grootste motte ofwel kasteelheuvel van Nederland. Het boekje maakt deel uit van de reeks Cultuurhistorische routes in Nederland.
Meer wandelingen en fietstochten vind je onder de gemeenten op de site van Natuurlijk Achterhoek.

In groepsverband

Wandelen en fietsen in georganiseerd verband is er jaarlijks met de Achterhoekse Wandel4daagse in mei. Duizenden deelnemers verzamelen zich in Doetinchem om routes van ca 12, 20, 30 en 40 kilometer door de mooiste delen van de Achterhoek te wandelen. Of de Achterhoekse Fiets4daagse in de maand augustus, die ook een stukje Twente meepakt. De tocht start in Laren en biedt routes van 30, 45 en 60 kilometer.
Elk jaar start op Hemelvaartsdag het Achterhoeks Fietsweekend. Dat betekent vier dagen lang dauwtrappen in de Achterhoek, van donderdag tot en met zondag. De routes zijn uitgezet over goed berijdbare wegen en paden door het coulissenlandschap. De afstanden zijn 40 en 60 kilometer per dag, waarbij je op de controleplaats (na 20 km) steeds kunt kiezen welke afstand je die dag wilt afleggen. De routes gaan iedere dag in een andere richting.

Beste Fietsregio

In 2012 werd de Achterhoek uitgeroepen tot ‘Beste Fietsregio van Nederland’ door het landelijke Fietsplatform. Vooral de toegankelijkheid, de kwaliteit van de routes en het onderhoud aan de bewegwijzering scoorden hoog in de kwaliteitsmonitor. De Achterhoek heeft in totaal 362 kilometer aan fietsmogelijkheden met 302 knooppunten. Het Fietsplatform is een onafhankelijke stichting. In het bestuur zitten onder andere de Fietsersbond, de ANWB en de provincies.

Achtkastelenroute

Landelijk bekend is de Achtkastelenroute van Vorden (34 km); deze is misschien wel de oudste fietstocht van Nederland. Al in 1913 nam de burgemeester van Vorden toeristen mee om ze het natuurschoon en de prachtige kastelen van zijn dorp te laten zien. Tegenwoordig kunnen geïnteresseerden iedere woensdagmiddag van juni tot begin september de route met een VVV-gids fietsen. Het is een laagdrempelige route. Letterlijk, omdat er nauwelijks hoogteverschillen zijn. Maar ook figuurlijk, want de route is goed bewegwijzerd. Wie helemaal comfortabel wil fietsen, kan de Achtkastelenroute downloaden voor gps of smartphone.

Smartbikes met wifi

In de zomer van 2018 start een proef waardoor toeristen gebruik kunnen maken van deelfietsen in de Achterhoek. De in eerste instantie 80 deelfietsen – zogenaamde smart-bikes met wifi – worden onder meer neergezet op de stations in Ruurlo, Lievelde en Winterswijk. Als de proef slaagt, wordt het project uitgebreid in de hele Achterhoek. Voordeel van een deelfiets is dat de fietser per rit betaalt en de fiets kan achterlaten op één van de deelpunten. Behalve op de drie stations zijn ook deelfietsen te huren bij vier grote recreatieondernemers: Marveld in Groenlo; Strandlodge, Vreehorst en De Twee Bruggen in Winterswijk; en de Heikamp in Ruurlo. De vier zijn samen met Hotel Villa Ruimzicht in Doetinchem initiatiefnemer van het project, evenals elf Achterhoekse gemeenten, de Provincie Gelderland en ov-bedrijf Arriva.
Behalve in deelfietsen voorziet de proef ook in een website en een app, waarop alle informatie over recreëren in de Achterhoek te vinden is. Met een pasje kan een fiets van het slot worden gehaald. Reserveren kan ook met een pasje, met de app of telefonisch.

Cultureel erfgoed

Cultureel erfgoed is een breed begrip. Het staat in principe voor alles wat we erven van voorgaande generaties en het bewaren waard vinden. De verzamelnaam voor monumenten, archieven, beschermde voorwerpen, archeologische vondsten en oude stads- en dorpsgezichten is het materieel erfgoed. Onder immateriaal erfgoed vallen tradities, dialecten, volksverhalen, liederen, feesten, rituelen, processies en ambachten.
Op deze pagina is er aandacht voor tradities en gebruiken, voor het dialect en de activiteiten van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) en tot slot voor industrieel erfgoed, dat een nieuwe invulling heeft gekregen.

Tradities en gebruiken

In de Achterhoek worden nog altijd veel tradities levend gehouden. Het carbid schieten en het blazen op de midwinterhoorn staan zelfs op de lijst van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Paasvuur

Overal in de Achterhoek (en in het noorden en oosten van Nederland) worden met Pasen paasvuren ontstoken. Van kleine vuurtjes tot enorme vuren. Het aansteken van een paasvuur is een oud ritueel. Vaak wordt weken of zelfs maanden tevoren veel hout ingezameld en op een grote bult gelegd die soms tientallen meters hoog is. Is het vuur eenmaal aangestoken, dan geniet jong en oud van de vlammen en de vonken. Het paasvuur mondt in steeds meer plaatsen uit in een groot feest voor de bevolking.
In Meddo-Winterswijk is een van de grootste paasvuren. Daar komen jaarlijks duizenden mensen op af. Het paasvuur is er uitgegroeid tot een festival met een lasershow, zes podia, drie tenten waaronder een après skihut, een kinderweide en veel eettentjes. De organisatoren doen hun best om de jeugd zo veel mogelijk bij het paasvuur te betrekken. De tradities worden zo ook in stand gehouden. De beste ‘holtslöppers’ mogen het vuur met grote fakkels aansteken als het duister invalt. Holtslöppers zijn de vrijwilligers die het hout inzamelen. Ze worden vergezeld door kinderen uit Meddo, die zelfgemaakte lampionnen dragen.
In vroeger tijden was het voor jongelui de sport om het paasvuur al vóór Pasen in brand te steken. ‘Och voeligheid van de jonges’ werd toen gezegd. Dat wordt nu niet meer gewaardeerd. Voor de zekerheid is er bij grote paasvuren dan ook bewaking van de brandstapel.

Midwinterhoorn blazen

De midwinterhoorn schalt over het Achterhoekse landschap vanaf de eerste Advent (eind november) tot en met Driekoningen (6 januari). Een haast hees en bij vlagen hoog ‘Oehoehoehoe’ klinkt door de winterse lucht, dat ‘beantwoord’ wordt vanuit een andere hoek. In verschillende plaatsen worden cursussen gegeven om zelf het instrument te maken van een verse berken-, elzen- of wilgenstam met een lichte kromming aan het eind. Gedroogd, door midden gezaagd en over de hele lengte uitgehold.Van een takje van de vlierstruik wordt het mondstuk gemaakt. Wekenlang zijn mensen daarmee onder de pannen. En dan ook nog oefenen om er geluid uit te krijgen; het zijn vooral eenvoudige tonen.

Is het nu vooral een traditie die nieuw leven ingeblazen is, in vroeger tijden was de midwinterhoorn een communicatiemiddel. Bekend is dat de midwinterhoorn in de grensstreek gebruikt werd om smokkelaars te waarschuwen voor de politie. Het gebruik zou z’n oorsprong vinden in de Germaanse joelfeesten, die zich afspeelden rond de midwinter-zonnewende op 21 december.
De hoornblazers staan op kerstmarkten en andere decemberevenementen, of verspreid op speciale wandelroutes. De oerklanken zijn behalve in de Achterhoek ook te horen in Twente, Drenthe, Groningen en op de Veluwe. Het blazen op de midwinterhoorn staat sinds december 2013 op de lijst van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Carbid schieten

De traditie van het carbid schieten of knallen op 31 december in in de Achterhoek nog springlevend. Het jaar uitluiden met de doffe knal van de melkbus, een tent vol vrienden, familie en buurtgenoten en een borrel of verse oliebol binnen handbereik. Sinds 2014 behoort het in Nederland officieel tot het cultureel erfgoed. De passie voor het carbid knallen is groot. Of dat nu met een enkele melkbus of met een batterij van dertig melkbussen in een weiland gebeurt. Zo hard mogelijk knallen, dat is de uitdaging. De sfeer is gemoedelijk met muziek en vuurkorven.

Bij het carbid schieten gaan brokken carbid in een melkbus. Door water bij te voegen en de melkbus af te sluiten met een bal, ontstaat een explosief mengesel van gas en zuurstof. Een vlammetje laat dat mengsel exploderen, waardoor een doffe of harde knal klinkt en de bal hoog door de lucht vliegt. Het gebruik van een deksel is verboden, het is te gevaarlijk.
De uitdaging van het carbid schieten ligt hem in de moeilijkheid van het timen. Door de hoeveelheid carbid en water en de tijdsduur tot ontsteking te variëren, is het een sport een optimale knal te veroorzaken. In sommige dorpen wordt geschoten met tientallen bussen tegelijkertijd en is het zaak om het schieten goed te regisseren, zodat de bussen allemaal regelmatig achterelkaar knallen. Deze vorm van georganiseerd carbid schieten ligt vaak in handen van een sportvereniging, een speciale carbid- of oudjaarsvereniging. Carbid werd voor de Tweede Wereldoorlog gebruikt voor fietsverlichting.

Kniepertjes eten

Vooral in de noordelijke Achterhoek eten ze kniepertjes rond de jaarwisseling. Ze worden gebakken in speciale wafelijzers. Vroeger waren dit smeedijzeren knijpijzers die boven het haardvuur werden gehouden. Nu worden elektrische wafelijzers gebruikt. Het meest lijken knieperties nog op oubliehoorns, zoals gebruikt voor schepijs; echter het recept is anders: zoeter, en met kaneel. Direct na het bakken, als het baksel nog warm is, kan het rond een stokje opgerold worden. Na afkoelen blijft een knapperig, hol rolletje over, dat door sommige mensen volgespoten wordt met slagroom. Anderen verkiezen een plat kniepertje.
Het verhaal gaat dat de platte wafels bij oudjaar horen. Het jaar heeft al zijn geheimen prijs gegeven, is helemaal open. Op Nieuwjaarsdag symboliseert het rolletje het onbekende nieuwe jaar, het zit nog verborgen. De platte versie wordt vooral in Drenthe en in de noordwesthoek en Salland van Overijssel gezien, de opgerolde versie meer in Groningen, Twente en de Achterhoek.
Op Nieuwjaarsdag gaan de kinderen bij de naaste buren ‘nieuwjaar winnen’ en krijgen dan een zak snoep.

Meiboom zetten

Als de bouw van een huis het hoogste punt heeft bereikt, dan wordt er een meiboom geplaatst door de buurt, nog voor het dak dicht zit. De meiboom is een denneboom met alleen het topje nog groen; de takken zijn eraf gehaald. De boom wordt door de buurmannen uit het bos gehaald. Onder de top hangen een krans, versierd met door de vrouwen gemaakte roosjes van crêpepapier. De boom moet hoger zijn dan het dak, want volgens de traditie moet de eigenaar er een ladder van kunnen laten maken tot de nok. Willen daarna vrienden of familie er ook nog één zetten, dan moet die nóg langer zijn. De naaste buurman is de organisator. Het plaatsen van de meiboom gaat altijd met alcohol gepaard, want op het nieuwe huis moet gedronken worden. Het pannenbier, een begrip dat op meer plaatsen in Nederland bekend is.

Groen maken

Een soortgelijke traditie is het groen maken bij een huwelijk. Of dat nu bij de trouwerij van een jong stel is, of bij een 25-, 40-, of 50-jarig huwelijk. De mannen halen de dennetjes in het bos of bij een kwekerij, de vrouwen maken de roosjes van crêpe- of zilverpapier. Dat gebeurt altijd enkele dagen voor het feest. Als het groen – dennetjes en huwelijksboog – bij de voordeur geplaatst is, dan moet het bruidspaar het geheel komen keuren, waarna de buurtgenoten worden uitgenodigd voor een drankje bij het paar. Vroeger was er altijd wel een buurvrouw, die de stoep ging vegen of langs de heg harken ‘zodat alles netjes was voor het feest’. Ook bij de feestzaal werd ‘groen gemaakt’, al is die traditie teruggelopen omdat er minder grote trouwfeesten worden gegeven.

Buurt maken

Als je ergens ‘nieuw’ gaat wonen, is het traditie om buurt te maken. Dat wil zeggen je nodigt de buren uit voor een hapje en een drankje. Als je eenmaal buurt had gemaakt, waren of zijn dat voor altijd ‘jouw buren’. Aan de naaste buurman, de naoste naober, geef je door wie er allemaal bijhoren. Als de nieuwe bewoners kwamen, hielp de buurt meteen het huis te schrobben en te poetsen. Natuurlijk gevolgd door een ‘dröpken uut `t glas’. Ook deze traditie is de laatste decennia minder geworden.

Naoberschap

Typisch voor de Achterhoek is het naoberschap. Vanouds was het een ruime en intensieve vorm van burenhulp, die noodzakelijk was voor de bewoners van boerderijen en in dorpen in een tijd dat er geen goede openbare voorzieningen waren. Naoberschap, je vindt het behalve in de Achterhoek ook in Twente, Drenthe en over de grens in de regio Bad Bentheim.
Vooral bij de vele kleine boeren was het noodzaak om elkaar van tijd tot tijd te helpen. De hulp was wederkerig, want iedereen had z’n buurman wel eens nodig. De naoste naober ofwel de eerste naober had een nog sterkere naoberplicht. Hij moest alles regelen bij diverse gebeurtenissen, of dat nu bij een huwelijk, een jubileum of bij een begrafenis was. Vroeger was het erg belangrijk dat de groep niet te klein was. De buurt was kraamhulp, ceremoniemeester en begrafenisondernemer en de gasten werden bediend door – jawel – de buurvrouwen. Ook bij ziekte van mens of dier kwam de buurt waken of haalden ze de dokter of geestelijke als het nodig was. Naoberschap in deze intensieve vorm is er eigenlijk niet meer. Die afhankelijkheid van de buren, en daarmee ook de sociale controle, is met de groei van de welvaart, de toegenomen mobiliteit en de sterk veranderende samenleving minder geworden.

Modern naoberschap is dat de buren je planten, post of huisdieren verzorgen als je op vakantie bent. Modern naoberschap is bijvoorbeeld ook voedsel verbouwen voor de Voedselbank. Het begrip staat weer in de belangstelling, omdat de overheid op de zorg van ouderen bezuinigt en er zo weer vaker een beroep op de buren gedaan wordt. In 2013 verscheen een boek hierover: ‘Modern naoberschap: hype of houvast’.

Abraham en Sara

De traditie om een Abraham of Sara te plaatsen bij iemand die 50 wordt, is onverminderd groot in de Achterhoek. Sommige jarigen hebben wel vijf tot tien poppen in de tuin staan, vergezeld van de bontste spreuken. In het buitengebied zie je grote poppen van stro of hooi in het weiland staan.

Kraomschudden

Jongeren maken vaak deel uit van hechte vriendengroepen, die soms zelfs een eigen drankkeet hebben. Vriendschappen voor het leven ontstaan hier. Bij de geboorte van een kind in de groep wordt ‘een ooievaar’ in de tuin geplaatst. Zo wordt de baby welkom geheten in de vriendenclub of in buurt. Hoe meer vrienden het echtpaar heeft, des te hoe meer ooievaars en welkomstkreten bij een huis staan. Soms is het een enorm spektakel.
Vroeger kende men het begrip ‘kraomschudden’ ofwel het op kraamvisite gaan bij de jonge ouders. Het bezoek nam dan een enorm krentenbrood mee van wel twee meter lang. Tijdens de visite kreeg iedereen een plak krentenwegge, rijkelijk besmeerd met roomboter. De baby werd aan iedereen getoond. Tegenwoordig is de krentenwegge vervangen door beschuit met muisjes.

Slachtvisite

Soms wordt een traditie nieuw leven in geblazen, zoals de jaarlijkse slachtvisite bij Erve Brooks in Gelselaar in de slachtmaand november. Rein Hofman van slagerij Kastelein uit Diepenheim kruipt in de huid van de huisslachter, een inmiddels uitgestorven beroep, maar eentje dat in de eerste helft van de vorige eeuw nog volop beoefend werd. Een huisslachter kwam bij de boeren langs om te slachten.
Eenmaal geslacht en wel werd het varken aan de ladder gehangen en begon het ‘vet priezen’. Buren kwamen het varken bekijken en spraken hun lof uit over het dikke spek en de prachtige hammen. Daarop deelden de boer en de boerin vanzelfsprekend de nodige borrels uit en de ‘slachtvisite’ was een feit. Boer en boerin, medewerkers en buurt; iedereen hielp het vlees te verwerken, te zouten, drogen of in te wecken. Kinderen snoepten van de bloedworst en speelden met foekepotten of snorrebotjes, gemaakt van varkensblaas en varkenskootjes. Ambachten die tegenwoordig nog maar weinigen beheersen.
Bezoekers kunnen tijdens de slachtvisite bij Erve Brooks zien, proeven en ervaren hoe dit bijzondere gebruik in leven wordt gehouden. Voor de oudere plattelandsgeneratie pure nostalgie, voor de jongere een kennismaking met de tijd, waarin men nog precies wist waar het vlees op hun bord vandaan kwam. Toen er nog balkenbrij op het menu stond, bloedworst of naegelholt.

Tot slot

Dit overzicht van tradities en gebruiken is nog lang niet compleet. Sommige zijn alleen in bepaalde plaatsen te vinden, zoals de schuttersfeesten met het vogelschieten en het vendelzwaaien, het Volksfeest in Hummelo met zijn bielemannen of de jaarlijkse hanenkraaiwedstrijden in Neede.

Dialect van de Achterhoek

In de Achterhoek spreekt men van oudsher een variant van het Nedersaksisch, dat in grote delen van Oost- en Noord-Nederland gesproken wordt. Er zijn veel verschillen in het dialect in een relatief klein gebied (zeg je hoes of huus). Van dorp tot dorp kan niet alleen de uitspraak anders zijn, vaak zijn er ook totaal verschillende woorden ‘in het plat’ voor hetzelfde begrip. Je kunt in de streektaal sowieso meer zeggen dan in het Nederlands; er zijn veel meer woorden om precies uit te drukken wat je bedoelt. Als je mensen in het dialect benadert, heb je eerder een gesprek. Elke Achterhoeker kent het motto van Normaal: høken, brekken en angaon. Leg dát maar eens uit aan een westerling.
Het Achterhoeks als gangbare streektaal hoor je steeds minder, maar de Achterhoekers die geboren en getogen zijn in de regio en die het van huis uit meekrijgen, gebruiken in het dagelijks leven nog volop het dialect om zich uit te drukken. Er zijn tal van initiatieven om de Achterhoekse taal levend te houden en er verschijnen regelmatig publicaties over en in de streektaal.

Woordenboek

In de jaren tachtig van de vorige eeuw begon het Staring Instituut met het WALD, het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten. Een systematisch woordenboek, dat uit vijf hoofddelen bestaat. De WALD-woordenboeken zijn inmiddels gedigitaliseerd en dus doorzoekbaar. Inmiddels zijn er ook al heel wat Telgen van ’t WALD verschenen, waaronder een Trop Barghse Weurd. Het werk van het Staring Instituut, en dus ook van het WALD, is voortgezet door het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers.
De WALD-spelling is vastgesteld toen de plannen voor het woordenboek gerealiseerd werden. Een klank wordt altijd op dezelfde manier geschreven, of je nu in het noorden, oosten, zuiden of westen van de Achterhoek woont. Het is dus een universele spelling, die gebruikt wordt in dat woordenboek. Maar de WALD-spelling is zodanig ontworpen, dat zij ook voor verhalen in het dialect kan worden gebruikt. Voor de liefhebbers zijn er cursussen om de WALD-spelling onder de knie te krijgen en het jaarlijkse Oost-Gelders Streektaal Dictee. De deelnemers zijn meestal boven de 60; zij willen het dialect graag voor het nageslacht behouden. Tegenwoordig is er een aparte versie voor inwoners van de Achterhoek en voor de Liemers, want het verschil tussen die twee dialecten is enorm.

Dialectkring

Dialectkring Achterhook en Liemers telt een kleine 300 leden. Om meer bekendheid te geven aan de taal organiseert zij regelmatig op verschillende plaatsen in de Achterhoek en Liemers een dialectavond, zo mogelijk met een plaatselijk accent, waarbij diverse schrijvers optreden. Voor de mensen een goede gelegenheid om dicht bij huis kennis te maken met het werk van hedendaagse en bekende vroegere dialectschrijvers. De leden publiceren hun proza of poëzie in de Moespot.

In en rondom Winterswijk en in de buurtschappen Meddo, Ratum, Kotten, Woold, Miste en Corle staan borden in de streektaal. Het zijn teksten van auteurs, die in Winterswijk zijn geboren of er hebben gewoond; ze hebben deels betrekking op hun woon- en werkomgeving. Initiatiefnemer voor de gedichtenborden is de Dialectkring Achterhook en Liemers. ‘Met dialect op de koffie’, zo heet het programma met een optreden van een dialectdichter of schrijver, die vertelt van en voordraagt uit eigen werk. Deze ochtenden worden gehouden op de deel van Erve Kots in Lievelde.
Ook het Schrieverspad is een initiatief van de dialectkring, naar een idee van een van de oprichters Henk Krosenbrink. Op Landgoed Kotmans in de buurtschap Miste zijn bomen geplant, en bij elke boom staat een gedicht of een spreuk in het dialect. Een mooi stukje natuur, gecombineerd met cultuur. Sinds 2003 worden elk jaar twee à drie bomen geplant door een bekende Achterhoeker. In de zomer zijn er dialectavonden op het Schrieverspad, waar voorgedragen wordt uit eigen werk.

Boezewind

Ook Boezewind maakt zich sterk voor de streektaal. Het woord ‘boezewind’ betekent ‘koude bries die door alle kieren en naden waait’. Geen vereniging, geen stichting, geen instituut, maar gewoon een club van dialectliefhebbers. Een beweging waar iedereen die de streektaal een warm hart toedraagt, zich bij aan kan sluiten. Ook oudheidkundige verenigingen hebben tegenwoordig een eigen dialectclub, onder andere de Heemkundekring Bergh.

Plat Gespöld

In de regionale (pop)muziek is het gebruik van het dialect springlevend. Tal van muzikanten en bands zingen in het dialect, iets waar de groep Normaal in 1975 mee begon. Jaarlijks organiseert het Erfgoedcentrum het streektaalfestival Plat Gespöld. Tijdens dit festival wordt ook de winnaar bekend gemaakt van de Gelderse Kleiroze: een prijs voor het ‘heavigste streektaalliedje’.

Dialect en religie

Sinds 1980 is er een werkgroep Dialect en Religie die werkt aan vertalingen van teksten voor gebruik in kerkdiensten. De werkgroep, bestaande uit kenners van het Achterhoeks dialect en dialectsprekende theologen, heeft zich tot doel gesteld om (kerk)liederen en bijbelgedeelten (uiteindelijk de gehele bijbel) vanuit de grondtekst te vertalen in het Achterhoeks.

Lesmateriaal

Kinderen leren het dialect niet meer van hun ouders, dat is een feit. Het Erfgoedcentrum in Doetinchem ontwikkelt lesmateriaal om aandacht aan het dialect te besteden op basis- en middelbare scholen. Voor buitenstaanders die het Achterhoeks willen leren – voor zover dat kan – is er het boekje ‘Achterhoeks voor beginners’. Want zo gemakkelijk is het dialect niet: Jao betekent ja, maar jao jao betekent nee. En als iemand zegt: ik bekiek ’t nog wel, dan betekent dat eigenlijk: reken er maar niet op.

Tot slot: De Dichter des Achterhoeks, die elke twee jaar wordt benoemd, hoeft niet persé in het dialect te dichten. Maar hier zeggen ze: Aj plat könt praote, dan mo-j ’t niet laote…

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

Het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers is in 2011 ontstaan uit een fusie tussen het Achterhoeks Archief en het Staring Instituut. Daarmee heeft het Erfgoedcentrum, dat gevestigd is in ’t Brewinc aan de IJsselkade in Doetinchem, zowel archieftaken als zogeheten streekeigentaken.

Achterhoek en Liemers worden vaak in één adem genoemd, maar het zijn toch echt twee heel verschillende gebieden. Het Erfgoedcentrum bedient het publiek in beide regio’s met informatie over de streekcultuur en – historie. Beeldcollecties, boeken en documentatie zijn voor iedereen in te zien in de studiezaal op de eerste verdieping in het Brewinc-pand of via de website. Ook beheert het Erfgoedcentrum de archieven van de acht Achterhoekse gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Hieronder een kort overzicht van de activiteiten:

Het dialect

Het Erfgoedcentrum draagt het dialect een warm hart toe. Daarom worden er activiteiten georganiseerd om de streektaal onder de aandacht te brengen en te houden, en zorgt het centrum ervoor dat het dialect wordt gedocumenteerd in het WALD, het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten. Eén keer per jaar wordt het Streektaaldictee georganiseerd. Voor scholen is lesmateriaal met betrekking tot het dialect ontwikkeld.

Jaarlijks organiseert het Erfgoedcentrum samen met de Dialectkring Achterhoek en Liemers en de Vrienden van de Streektaal Lochem en Umgeving de Verkiezing Beste Boek Achterhoek en Liemers en de daaraan gekoppelde Boekenweek. Doel is de promotie van verschenen publicaties uit en over de streek, en ook bedoeld als stimulans voor de productie van boeken uit de regio.
De Mr. Steenbergenstichting (genoemd naar een kantonrechter in Groenlo) is de eigen uitgeverij. Zij geeft diverse boeken met betrekking tot de regio uit. Voorbeelden van structurele uitgaven zijn de Achterhoekse Almanak en het Jaarboek Achterhoek en Liemers. Twee keer per jaar is er een boekenverkoop, waarbij zowel nieuwe als tweedehandsboeken worden verkocht.

Onze regio kent een rijke popgeschiedenis. Het Poparchief Achterhoek en Liemers (PAL) heeft een digitaal archief opgebouwd, waarin het muzikale verleden van de streek is opgeslagen. Van pop tot rock-’n roll. Ook op dialectgebied zijn er de afgelopen tientallen jaren mooie liedjes gemaakt. Het muzikale erfgoed is te vinden bij het Erfgoedcentrum.

Regionale identiteit

Een belangrijke rol is de regionale identiteit, de eigenheid van de Achterhoek en Liemers in beeld te brengen en te stimuleren. Onder het mom ‘Wat je van de Achterhoek moet weten’ organiseert het Erfgoedcentrum het Achterhoek College. Met een serie van zes colleges biedt het een leergang aan voor mensen die in de Achterhoek (komen) wonen en werken en inzicht willen krijgen in de Achterhoekse samenleving vanuit historisch, economisch, cultureel en sociologisch perspectief. De colleges worden gegeven door autoriteiten op hun vakgebied.

Er is educatiemateriaal op het gebied van erfgoed en streektaal voor kinderen, jongeren en volwassenen. Köj mi-j verstaon? is een leuk project voor groep 3 en 4, dat ingaat op de verschillende dialecten. De lesbrief Boerenbrulfte is bedoeld voor de groepen 5 tot en met 8. Aan de hand van opdrachten over huwelijk, erfgoed en het verleden ontdekken de leerlingen hun eigen geschiedenis en die van de streek. Niet elk kind kent de Achterhoekse gewoonten en gebruiken, zoals het paasvuur, het naoberschap, groen maken, een Sarah of Abraham zetten. Het Erfgoedcentrum levert maatwerk aan scholen uit de regio.

Cursussen

Volwassenen worden bediend met een cursus genealogie voor beginners en gevorderden. Ze leren wat stamboomonderzoek inhoudt en hoe je met zo’n onderzoek kunt beginnen. De vervolgcursus is bestemd voor degenen die al kennis hebben gemaakt met het Bevolkingsregister, de Burgerlijke Stand en de Doop-, Trouw- en Begraafregisters. Behandeld worden o.a. het Kadaster en de Militieregisters.

Bij het bestuderen van archiefstukken van vóór 1800 vormt het schrift vaak een probleem: de letters en cijfers hebben andere vormen dan we gewend zijn. Vaak kom je in onbruik geraakte woorden, spellingsvormen en afkortingen tegen. De cursus paleografie, het leren lezen van oud schrift, is voor mensen die hiermee te maken hebben een oplossing. Deze cursus wordt in samenwerking met de Nederlandse Genealogische Vereniging georganiseerd.

Het Kadaster is voor genealogen een belangrijke bron, omdat hierin het bezit en gebruik van onroerende eigendommen is vastgelegd. Het trad in 1832 in werking en had als doel een rechtvaardige heffing van grondbelasting mogelijk te maken. De workshop kadasteronderzoek heeft een theoretisch en een praktisch gedeelte.

Verenigingen

Veel plaatsen hebben hun eigen heemkunde- en historische verenigingen. Van ADW, de Oudheidkundige Werkgemeenschap Aalten Dinxperlo Wisch tot en met de Historische Vereniging Zutphen. Ze organiseren lezingen en activiteiten en geven een eigen tijdschrift uit. Deze clubs staan los van het Erfgoedcentrum, al is een compleet overzicht met alle links op de erfgoed-site te vinden.

En dan zijn er nog al die boeken met het woord Achterhoek en/of Liemers in de naam. Boeken over dorpen, de industrie, de geschiedenis of het culinaire aanbod van de streek. Teveel om op te noemen. Je kunt ze beter gaan bekijken in de bibliotheek van het Erfgoedcentrum.

Nieuwe invulling van industrieel erfgoed

Een groot aantal traditionele bedrijven is inmiddels verdwenen uit de Achterhoek. Sinds de herwaardering van het industrieel erfgoed vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, wordt er regelmatig een nieuwe invulling van een oud fabriekspand gevonden. Enkele voorbeelden.

Bierbrouwerij

Grolsch-bier werd sinds 1615 gebrouwen in Groenlo. In 2004 is de Grolsche Bierbrouwerij gesloten en is het bedrijf naar Enschede in Twente verhuisd. Tot groot verdriet van de Achterhoekers, die trots zijn op hun knalpot, het bier in de karakteristieke beugelfles.
In de loop van 2018 kunnen de Grollenaren weer een biertje uit eigen stad drinken. In en rondom Villa Adriana, de oude directeurswoning van Grolsch, komt een nieuwe bierbrouwerij, Brouwersnös geheten. Dat is Achterhoeks dialect en betekent Brouwersnest. Deze naam is toepasselijk. Grolsch was namelijk het bedrijf van de familie De Groen. Nu keren de voormalig directeuren, de neven Frans en Andries de Groen, terug op het oude nest. Jos Oostendorp, oud-medewerker van Grolsch wordt het gezicht van Brouwersnös. De statige villa wordt kantoor en proeflokaal. Achter de villa komt een productieruimte, waar het speciaalbier op kleine schaal gebrouwen zal worden. Brouwersnös, broedplaats van Achterhoekse bieren.

DRU Industriepark

Lange tijd was de DRU in Ulft een belangrijke werkgever in de regio. Inmiddels is de industriële bedrijvigheid verdwenen. De voormalige ijzergieterij, opgericht in 1754 langs de Oude IJssel, is tegenwoordig een complex waar het culturele erfgoed van de oude fabrieksgebouwen gekoesterd wordt.
Het DRU Industriepark telt zeven rijksmonumenten die allemaal een nieuwe bestemming hebben gekregen. Liefhebbers van theater, film en popmuziek kunnen terecht bij de DRU Cultuurfabriek in het Portiersgebouw. De SSP-HAL is getransformeerd tot evenementenhal voor beurzen, markten, exposities en congressen. In de voormalige Afbramerij zijn innovatiecentrum ICER en het Nederlands IJzermuseum gevestigd. In het Beltmancomplex en de Badkuipenfabriek wordt wonen en werken met elkaar gecombineerd. Het Ouhrlokaal in het Ketelhuis is een officiële trouwlocatie. En in het Loonbureau is de regionale omroep Regio8 gehuisvest. Buiten is er een waterspeelplaats voor kinderen en een skatebaan voor jongeren. Het complex, met de markante watertoren als baken, is beeldbepalend voor het oude industriële landschap en ademt meer dan 250 jaar historie.

De Tricot

De Tricot, een vervallen textielfabriek in Winterswijk, is verbouwd tot een modern wooncomplex met de status van rijksmonument. Het industriële karakter is gebleven en geeft een meerwaarde aan het wonen hier. Het Wilhelmina-gebouw uit 1890 bestaat uit baksteen en glas en is een aaneenschakeling van onderdelen uit diverse perioden en bouwstijlen. De Spoelerij uit 1912 is een van de eerste constructies in Nederland met gewapend beton. De twee gerenoveerde monumentale gebouwen zijn de enige overblijfselen van het vroeger zo belangrijke Tricot-complex. De textielindustrie in Winterswijk is niet meer. Maar het appartementencomplex herinnert aan het verdwenen tijdperk.

GOLS-stations

De treinstations van de GOLS, de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij (1881-1926), zijn juweeltjes van gebouwen, her en der verspreid door de Achterhoek. Een aantal is in de vorige eeuw gesloopt, enkele zijn na een forse renovatie weer in gebruik genomen. Maar nu als woonhuis of kantoorruimte. Vaak zijn het gemeentelijke monumenten.
Het voormalige GOLS-station in Winterswijk fungeert als museum over de spoorweggeschiedenis van de Achterhoek. Een grote modelspoorbaan beeldt de spoorsituatie uit de jaren twintig van de vorige eeuw uit. Ook beleef je er de historie van de textielindustrie in Winterswijk, het kolenvervoer en het openbaar vervoer in Oost-Nederland. De bezoeker maakt kennis met Jan Willink, grondlegger van het eerste spoor in de Achterhoek en ontdekt hoe belangrijk de spoorwegen waren in de vorige eeuw. En hoe dit veranderde met de komst van de vrachtwagens en autobussen. De collectie mobiel erfgoed geeft een goed beeld hoe het openbaar vervoer op de weg zich heeft ontwikkeld.

Graansilo

Er is ook industrieel erfgoed van jongere datum dat nieuw leven ingeblazen is. Wie met de trein van Arnhem naar Doetinchem reist kan hem niet missen: de oude graansilo aan de rand van Wehl naast het spoor. Het fabriekscomplex werd vanaf het begin van de vorige eeuw gefaseerd opgebouwd in opdracht van de agrarische coöperatie. Het magazijn dateert uit de jaren twintig van de vorige eeuw en is het oudste nog bestaande deel. In 1956 werd het fabriekscomplex voltooid en verrees ook de silo. Het is een herkenbaar punt in de wijde omgeving, vandaar dat silo’s ook wel de kathedralen van het platteland worden genoemd. De graansilo van Wehl is nu een inspirerende werkplek voor creatieve ondernemers. De hoge ruimtes zijn ook af te huren voor vergaderingen, trainingen en teambijeenkomsten. Eigenaar is BOEi, die zich inzet voor de restauratie en herbestemming van industrieel erfgoed in heel Nederland.

Het gemaal

Bij de monding van de Grote Beek in de IJssel, ten zuiden van het stadje Bronkhorst, staat een elektrisch aangedreven schroefpompgemaal dat dateert uit 1953. Het is gebouwd door de Provinciale Waterstaat in het kader van de dichting van de Baakse Overlaat. Het gemaal heeft tot taak om het water te bemalen uit het stroomgebied van de Grote Beek, Dremptse Wetering en Oldenhaafse Wetering. De cultuurhistorische waarde is hoog vanwege de gaaf bewaarde architectuurstijl uit de wederopbouwperiode. Het pompgemaal, evenals de voormalige woning van de beheerder, is een bescheiden maar zuiver voorbeeld van het Moderne Bouwen. Beide zijn dan ook in 2011 als gemeentelijk monument erkend.
In de woning zit nu Het Kunstgemaal, een galerij voor hedendaagse kunst en vormgeving. Het Keukengemaal is de naam van de kleinschalige horeca naast het charmante pand, met prachtig uitzicht op de uiterwaarden. Het Keukengemaal bestaat uit enkele mooi gecamoufleerde zeecontainers, want op de dijk mag niet gebouwd worden. Het gemaal werkt nog altijd, en wel volautomatisch.

De bandenfabriek

Bandenfabriek Vredestein had van 1934 tot 2001 een vestiging in Doetinchem voor de productie van rubberen fiets- en autobanden. Na de sluiting van de fabriek kwam het terrein vrij voor nieuwe ontwikkelingen. De bouwwerken zijn inmiddels gesloopt, met uitzondering van het ketelhuis met ernaast een grote rode schoorsteen. Het ketelhuis uit 1934 was jarenlang een bouwval, maar is in 2017 grondig gerestaureerd met behoud van allerlei historische elementen. De oude spanten en de stalen profielen zijn zoveel mogelijk intact gelaten. Het meest bijzondere is misschien wel dat een halve meter achter de pui, waar niets aan mocht veranderen, een nieuwe glazen pui is verrezen. Met getint glas en een zonweringssysteem, want anders zou het er heel snel te warm worden. In het oude gebouw is een hypermodern klimaatsysteem voor verwarmen en koelen gebouwd. Een luchtbehandelingssysteem met een warmtewisselaar zorgt ervoor dat het pand ook slim geventileerd kan worden. In het ketelhuis met industriële look is nu een uitzendbureau voor Poolse werknemers gevestigd.

En zo zijn er nog véél meer industriële panden in de Achterhoek te vinden die ‘gerecycled’ zijn en klaar voor de toekomst.

Nieuwe kansen voor vitale Achterhoek

Om de toekomstige scheefgroei van de bevolkingsopbouw door vergrijzing (meer ouderen) en ontgroening (minder jongeren) te keren, zijn er tal van initiatieven om de Achterhoek verder op de kaart te zetten en aantrekkelijk te maken, ook voor jongeren. Dat kunnen innovatieve ideeën van inwoners, organisaties, bedrijven of van de overheid zijn. En ze voeren bijna allemaal de naam ‘Achterhoek’.

Wijnbouw

Door de komst van nieuwe druivenrassen en de ontwikkeling van nieuwe vinificatietechnieken is wijnbouw in Nederland mogelijk. De vruchtbare bodem van de Achterhoek blijkt bij uitstek geschikt voor de teelt van wijndruiven. Menig Achterhoekse boer heeft dan ook rond de eeuwwisseling het roer omgegooid en zich de kunst van het wijnmaken eigen gemaakt. In veel gevallen mede dankzij de inhuur van (buitenlandse) expertise. Inmiddels produceren tientallen wijngaarden in de Achterhoek tussen de 20.000 en 40.000 flessen per jaar, afhankelijk van de seizoensomstandigheden. De rode, witte en rosé wijnen weten hun weg naar de consument goed te vinden, al zijn ze soms in prijs wat hoger dan de wijnen uit de supermarkt. De Verenigde Achterhoekse Wijnbouwers produceren kwaliteitswijnen op milieuvriendelijke wijze. Regelmatig worden de wijnen dan ook gewaardeerd met (internationale) onderscheidingen. Met ruim dertig hectare aan wijngaarden is de Achterhoek inmiddels één van de grootste wijnstreken van Nederland.

Wijnbouw is een vorm van plattelandsvernieuwing, die kansen voor ondernemers biedt. Tientallen bedrijven en particulieren in het buitengebied geven een nieuwe invulling aan het platteland. Zoals een caravanstalling, zorgboerderij, landwinkel, paardenpension, bed & breakfast, theeschenkerij, zuivelmakerij, mini-camping, maisdoolhof of een galerie.

Zonnepanelen

Achterhoekse landbouwgronden kunnen in de toekomst waarschijnlijk gevuld worden met zonnepanelen. De gemeenten gaan regels maken om ze onder bepaalde voorwaarden toe te staan op velden en akkers. Zonneparken moeten wel landschappelijk ingepast worden. Het moet dus passen bij de omgeving of daarop aangepast worden. Een mooi voorbeeld is Solarpark De Kwekerij in Hengelo, waar het publiek kan recreëren in het groen. Een zonnepark mag er alleen komen als het terrein een dubbele functie heeft. Denk dan naast de zonnepanelen aan schapen die er grazen, aan fruit dat verbouwd wordt of aan wandelpaden of speelplekken voor kinderen. De belangrijkste voorwaarde is echter dat mensen die in het buurt van het zonnepark wonen, energie kunnen afnemen.
Maar het laatste woord is hierover nog niet gezegd. LTO Noord, afdeling West-Achterhoek vindt dat weilanden niet moeten worden gebruikt voor het plaatsen van zonnepanelen. De belangenorganisatie voor bedrijven in de land- en tuinbouw pleit vooral voor het volleggen van daken. Voorzitter Marja Hartman zegt daarover in de Gelderlander van 9 februari 2018: ,,We hebben de landbouwgronden hard nodig, dat is een gegeven. Ook vanwege alle eisen die gesteld worden aan het uitrijden van mest. Het heeft consequenties als je landbouwgrond een andere bestemming geeft en na twintig jaar weer wilt omzetten. Het kost jaren om de grond weer bruikbaar te maken. Het opofferen van landbouwgrond is de weg van de minste weerstand. Mensen willen toch grazende koeien zien en geen grijs plaatwerk.’’ Wordt vervolgd.

Zon op erf

Bij het project Zon op Erf maken leegstaande schuren van boerderijen plaats voor zonnepanelen. De lege schuren worden gesloopt en het asbest gesaneerd. De vrijkomende boerenerven worden benut voor de opwekking van zonne-energie. De provincie Gelderland trekt 500.000 euro subsidie uit om vijf demonstratieprojecten van Zon op Erf uit te laten voeren door de Achterhoekse Groene Energiemaatschappij (AGEM). Twee van de vijf demonstratieprojecten zijn in 2018 van start gegaan. Bij agrariër en wijnboer Leon Masselink in Gendringen wordt circa 3.000 m² schuren en overige opstallen gesloopt en ongeveer 9.500 m² zonnepanelen geplaatst. Bij Patrick Schut in Varsselder gaat het om sloop van 4.500 m² opstallen. Bij deze agrariër worden maar liefst 11.000 m² zonnepanelen geplaatst. Het zonnepark moet medio 2018 operationeel zijn.

Stichting Pak An

Mien kassa is ow kassa. Onder dat motto beloont de Stichting Pak An originele initiatieven die bijdragen aan de toekomst van de Achterhoek. De Stichting Pak An is in mei 2016 opgericht door Bierbrouwerij Grolsch en De Feestfabriek, de organisator van de Zwarte Cross. Elk jaar gaat de stichting maximaal 100 goede ideeën honoreren en ondersteunen met deskundige en persoonlijke coaching bij de realisatie en tevens een financiële bijdrage leveren. Het beoogde maatschappelijk effect: behoud van jongeren op het platteland, toename van de werkgelegenheid, toename van startende bedrijven, evenementen en zzp-ers. Kortom, Pak An wil een meer ondernemende houding bewerkstelligen op een laagdrempelige wijze, die direct aansluit bij de bewoners. Deze praktische insteek is gebaseerd op de van oudsher aanwezige cultuur van samenwerken, op het platteland beter bekend als ‘naoberschap’.
Enkele ideeën die al gehonoreerd zijn: het Dorpsontbijt Etten; een bed & breakfast in Lievelde met de nadruk op LHBT (lesbisch, homo, bi, transgender); het Welkom in Toldiek Bordspel; de Koppelkerk Bredevoort die een culturele invulling aan de kerk geeft; het Gerrit Komrij Festival in Winterswijk rondom de bekende schrijver; het Voedselbos Achterhoek; het OERkracht Festival der Ambachten of het boek Parels van de Achterhoek met portretten van Achterhoekers die het ultieme in hun vakgebied hebben bereikt. Klik hier voor alle Anpakkers.

Achterhoek Open Innovatieprijs

De Achterhoek Open Innovatieprijs is in het leven geroepen om de Nederlandse maakindustrie in de schijnwerpers te zetten en in het bijzonder innovatie uit de Achterhoek zichtbaar te maken voor de rest van het land. In 2017 won TRiOS Precision Engineering & JPT uit Neede samen met Sirius Medical Systems deze prestigieuze prijs. Zij ontwikkelden gezamenlijk de MaMaLoc. Dit is een chirurgische techniek waarbij borstkankertumoren vóór de operatie worden gemarkeerd met een zeer kleine magnetische marker.
In 2018 kreeg Claymount Assemblies uit Dinxperlo de prestigieuze prijs uitgereikt tijdens het InnovatieFestival bij ICER in Ulft. Nu ging het om het opsporen van borstkanker. Het bedrijf ontwikkelde in nauwe samenwerking met Sigmascreening een techniek voor het beter comprimeren van een borst tijdens het maken van een mammogram. Bij de oude techniek ging het op basis van kracht, bij de nieuwe techniek gaat het op basis van druk. Bij een grotere borst wordt de kracht hoger, maar is de druk hetzelfde als bij een kleinere borst. Dit zorgt voor een constantere manier van werken en leidt tot een betere diagnose.

Achterhoek Board

De Achterhoek Board moet voorstellen aandragen waar de hele Achterhoek baat bij heeft. Het doel is meer (economische) slagkracht te creëren en zo meer een eenheid te vormen in de richting van provincie, rijk en ‘Brussel’. Het nieuwe samenwerkingsverband tussen zeven Achterhoekse gemeenten, het bedrijfsleven en diverse organisaties, is 1 juli 2018 een feit geworden. Het initiatief werd in 2017 gelanceerd naar een idee van de jonge burgemeesters Mark Boumans van Doetinchem en Joris Bengevoord van Winterswijk.
De Board bestaat uit elf personen, onder wie een onafhankelijke voorzitter. De gemeenten, bedrijven en organisaties dragen leden voor. Daarnaast is er ter controle van de Board een Achterhoek Raad met daarin 49 gemeenteraadsleden. Regio Achterhoek ondersteunt het geheel en heeft de regie op de uitvoering. De Achterhoek Board hoopt nog op aansluiting van de gemeenten Montferland, Zutphen en Lochem om samen een nog grotere factor te worden.

Regio Achterhoek

Regio Achterhoek is een samenwerkingsverband van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Zij behartigt de belangen van Achterhoekse gemeenten, ondernemers en organisaties bij de provincie, het rijk en in Europa. De organisatie maakt deel uit van de Euregio en werkt nauw samen met Regio Twente en Kreis Borken.

De samenwerking met ondernemers en maatschappelijke organisaties gebeurt onder de vlag van Achterhoek2020. De thema’s Werken, Wonen en Bereikbaarheid vormen een totaalaanpak voor een toekomstbestendige en vitale Achterhoek. De focus ligt op het innovatieve programma ‘Smart Werken’. Doel is door de verdere ontwikkeling van de ‘smart industry’ de Achterhoekse economie fundamenteel te versterken. Smart industry staat voor het maximaal gebruikmaken van de nieuwste informatie- en technologische ontwikkelingen. Simpel gezegd de digitalisering van de innovatieve maakindustrie, waardoor de efficiëntie, flexibiliteit of kwaliteit van het werk verbetert. Het programma ‘Smart Werken’ biedt niet alleen kansen voor de maakindustrie, maar biedt ook mogelijkheden voor kansrijke kruisbestuivingen met andere sectoren, zoals de zorg, agrofood/biobased economy, duurzame energietransitie en de vrijetijdseconomie.

Met de slogan ‘Smarthub Achterhoek: Toekomst in de maak’ wil Achterhoek2020 onderstrepen dat talenten en bedrijven hier prima kunnen gedijen. Achterhoekse bedrijven en organisaties bieden stage- en afstudeerplekken aan studenten van universiteiten en hbo’s aan. Achterliggende gedachte is dat er zo jong talent naar de regio wordt getrokken, dat zich hier wellicht (direct of later) ook vestigt. Nu verdwijnt jong talent veelal uit de streek. Bedrijven die meedoen zijn onder meer Kaak Group, Nedcon, Aviko, de Rabobank, het Graafschap College en de Provincie Gelderland. De Smarthub streeft naar een platform van 100 à 300 bedrijven om jongeren een stageplaats te bieden en toekomstige vacatures op te kunnen vullen.

Een initiatief van Achterhoek2020 in 2017 en 2018 was de Achterhoek Toekomst Toer. Ondernemers, bestuurders en inwoners maakten in bussen een rondje langs locaties waar de laatste ontwikkelingen op technisch gebied (robots, politiedrones, 3D virtualitybril, 3D betonprinter, 3D pannenkoekenprinter) en op het gebied van zorg en duurzaamheid werden getoond (o.a een app die samenreizen bevordert en een sensorsysteem die in de landbouw alles kan registreren, van grondwaardes tot aan de exacte locatie van koeien in de wei). Vernieuwende initiatieven als opmaat naar nieuwe doelstellingen van de Regio Achterhoek in de Agenda 2030.

Achterhoek2020 Jong is een bundeling van jongereninitiatieven die op meerdere manieren samenwerken om de Achterhoek aantrekkelijk te maken en te houden voor jongeren. Verschillende jonge ondernemers, studenten, ambtenaren en belangenverenigingen werken hierin samen. Aangesloten zijn onder andere Achterhoek Werkt, Jong Achterhoek, Innovatiehub Innovar, Jonge Ambtenaren Achterhoek, Plattelandsjongeren Gelderland en uiteraard Regio Achterhoek. Ook hbo- en universiteitsstudenten en andere geïnteresseerden nemen deel.

De Regiobarometer geeft actuele feiten en cijfers over de Achterhoek en laat zien dat ondanks de toekomstige krimp in de bevolkingsomvang, het op onderdelen als werkloosheid, onderwijs en openbaar vervoer goed gaat met de streek. Tot slot richt De Tafel van Groenlo richt zich op het aanjagen van de energietransitie in de Achterhoek.

Er zijn twee toekomstige icoonprojecten. De plannen zijn ambitieus, maar investeerders moeten nog worden gevonden.

Stadshub Hotel Achterhoek in Doetinchem is een supermodern en ‘chill’ jongerenverblijf voor kort of langer wonen. Met dit eigentijdse concept wil Jong Achterhoek 2020 jong talent trekken, binden én boeien. Smarthub Achterhoek wil zo dé stage- en afstudeerregio van Nederland worden. Ze hopen dit te realiseren pal naast het NS-station.

De tweede toekomstparel is Park Achterhoek in Winterswijk. Een medisch cluster in een groene omgeving, waar behandeling en verzorging elkaar versterken. Mensen kunnen er terecht in een zorggemeenschap van gespecialiseerde behandelingen met verblijf, revalidatie, wellness, sport, ontspanning en recreatie Niet alleen voor Achterhoekers, maar voor iedereen die in een mooi landschap en in alle rust wil werken aan herstel. Want er is aangetoond dat mensen sneller genezen in een groene omgeving. Initiatiefnemer is de gemeente Winterswijk.

Achterhoek Performance Center

Jeroen de Jong, landschapsfotograaf en eigenaar van deze site Natuurlijk Achterhoek, is tevens ondernemer. Met zijn bedrijf Achterhoek Performance Center maken hij en zijn compagnons zich er sterk voor om jonge talenten voor de Achterhoek te behouden en professionals die nu buiten de regio werken weer terug naar de Achterhoek te krijgen.
Het streven is om een groot kenniscentrum in de Achterhoek op te bouwen met betrekking tot digital marketing, e-commerce, technologie en big data. Je bedrijf internationaal profileren en zelfs uitbouwen kan tegenwoordig vanachter de computer, gewoon in de Achterhoek. De partners willen zo hun kennis inzetten om Achterhoekse bedrijven te helpen om op dit gebied flinke stappen te zetten.

,,We ontwikkelen primair een key performance-team dat in staat is om iedere willekeurige businesscase succesvol uit te rollen. Daarmee kunnen we ambitieuze ondernemers daadkrachtig bijstaan om hun doelen te verwezenlijken. Als we in een bedrijf geloven, dan bestaat zelfs de mogelijkheid dat we er ook in investeren met kennis en geld. Zo creëren we win-win situaties voor een beter economisch klimaat in de Achterhoek’’, aldus Jeroen de Jong.

Heb je ook een initiatief dat bijdraagt aan de toekomst van de Achterhoek en ben je van mening dat die hier ook in het rijtje thuis hoort, neem dan contact met het Achterhoek Performance Center op.