Landschap

Het ontstaan van het landschap

De combinatie van natuur en cultuur heeft het Achterhoekse landschap gevormd. Het landschap hier staat in het algemeen bekend als kleinschalig coulissenlandschap. Dit is een afwisseling tussen besloten en meer open landschappen. De beplanting tussen de percelen bestaat vooral uit houtwallen en heggen. Dit levert mooie doorkijkjes op. Maar er is veel meer. In de Achterhoek komen ook kampen, rivierduinen, stuwwallen, komgronden en uiterwaarden voor.

De basis van het Achterhoekse landschap is gevormd in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zo’n 180.000 tot 120.000 jaar geleden. Het was een zwak golvend landschap met beekjes en riviertjes die van oost naar west stromen. Ze kregen hun water vooral uit het aangrenzende Duitsland, dat aanmerkelijk hoger ligt dan de Achterhoek. Ze voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek. Wel waren cq zijn er enkele hoger gelegen delen, zoals bij Aalten, Neede en Lochem. En natuurlijk ’t Montferland.

Ook de laatste ijstijd, het Weichselien, heeft tot ongeveer 10.000 jaar voor Chr. haar stempel gedrukt op de Achterhoek. Het landijs bereikte Nederland weliswaar niet, maar de sterke poolwinden en het Arctisch klimaat zorgden voor het opwaaien van enorme hoeveelheden zand, dat door de rivieren hier neergelegd was. Hierdoor ontstonden de rivierduinen (zoals de Paasberg bij Terborg) en dekzandruggen en –kopjes, zoals de esgronden waarop Hengelo en Zelhem liggen. Ook dit heeft het patroon van bodemhoogte en –wervelingen (geomorfologie) sterk beïnvloed. Dat alles is sterk van invloed geweest op de eerste bewoningsgeschiedenis. De bewoners vestigden zich veelal op deze duinen en hogere ruggen.

Al in de 19e eeuw, maar vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw heeft een grootschalige ontginning van de woeste gronden (veelal heide en hoogveen) naar landbouwgrond plaatsgevonden. De afwatering verbeterde door de aanleg van nieuwe sloten. Daarnaast werd het wegennet uitgebreid en verbeterd en zandwegen werden grotendeels verhard. En zo veranderde het landschap ingrijpend naar hoe we het nu kennen. Ontwikkelingen in de 21ste eeuw, zoals windmolens en de nieuwe hoogspanningsverbinding Wesel-Doetinchem, hebben grote impact op het landschap.

Natuurlijk Achterhoek

Steengroeve Winterswijk. Hier komen 240 miljoen jaar oude kalksteenlagen aan de oppervlakte.

De ijstijd in de Achterhoek

Waar ooit in de zee haaien en koralen leefden. En even later op de mammoetsteppe de wolharige mammoet en wolharige neushoorn graasden of waar hyena’s en neanderthalers op zoek waren naar voedsel. Daar is nu de Achterhoek. Een landschap dat honderdduizenden jaren geleden gevormd is door het verschuiven van aardplaten, rivieren, landijs en zandstormen. Alles over de geologie, archeologie, bodemvondsten, het klimaat en landschap van de Achterhoek is te zien in bezoekerscentrum Min40Celsius aan de Hoofdstraat 14 in Varsselder. De naam van dit regionale museum verwijst naar de ijstijd, de periode waarin de Achterhoek is gevormd.

Bij Min40Celsius beleef je de ijstijd aan de hand van tientallen fossielen, haaientanden, het skelet van een wolharige neushoorn of de kop van een mammoet. Ook is er aandacht voor het Azewijnse Broek, de zandwinning die er vlakbij ligt en waar nieuwe natuur is ontstaan. Een groot deel van de collectie van Min40Celsius is gevonden op zandwinlocaties de Omsteg en het Azewijnse Broek bij Gendringen. De verzameling is aangevuld met regionale vondsten bij zandwinningen en steengroeven in de hele regio (Winterswijk, Braamt, Montferland, Groenlo) en in de Duitse grensstreek.

Initiatiefnemer is René van Uum, landmeter van beroep, maar bovenal verzamelaar en al zijn hele leven gefascineerd door fossielen. Zijn verzameling, aangevuld met die van collega-verzamelaars, werd zo groot dat hij in 2014 zijn collectie bij Min40Celsius onderbracht. Van Uum probeert ook kinderen enthousiast te maken. Ze kunnen in de expositieruimte zelf graven naar mammoetbotten of ervaren wat een ijswal met het landschap doet. Kinderen komen zo spelenderwijs in aanraking met het ontstaan van de Achterhoek. Lesprogramma’s voor scholen zijn ontwikkeld samen met het Gelders Erfgoed.

Regelmatig organiseren René van Uum en de vrijwilligers van Min40Celsius zoekexcursies in het Azewijnse Broek. Ook geeft de bevlogen fossielenverzamelaar lezingen over het ontstaan van het landschap in de Achterhoek. Hier vind je de samenvatting van zo’n lezing. Een interessant en duidelijk verhaal.

Natuurlijk Achterhoek

Zandafgraving in het Azewijnse Broek bij Netterden.

Ook komen veel vondsten uit de ijstijd uit de steengroeve in Winterswijk. Ze zijn tentoongesteld op een prominente plek in Museum Naturalis in Leiden: een vitrine bij de entree van het natuurmuseum. Met als opschrift: Winterswijk. In de toekomst zijn ze ook te zien in Terra Temporalis, het nog te bouwen bezoekerscentrum bij de steengroeve.

Beschrijving van het landschap

Op zoek naar een mooie beschrijving van het landschap komen we uit bij de auteurs van het boek ‘Landschappelijk Ondernemen in de Achterhoek’. Dat zijn Anne Oosterbaan, destijds in dienst van Alterra, onderdeel van Wageningen UR. En André Kaminski, voorzitter van de Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM). Het prachtig verzorgde boek is uitgegeven in 2013. Met hun toestemming is de volgende tekst met illustraties uit het boek overgenomen: Van verscheidenheid aan landschapstypen tot en met rabattenbossen. Waarvoor onze dank!

Natuurlijk Achterhoek

In de gemeente Oude IJsselstreek.

Verscheidenheid aan landschapstypen

Het oostelijke deel van de Achterhoek bestaat uit het kampen- of hoevelandschap en heide- en veenontginningen. In het noordwestelijk deel zijn kastelen en landgoederen te vinden. Nabij de (Oude) IJssel liggen komgronden, terrassen en rivierduinlandschap. De stuwwal van Montferland springt er letterlijk en figuurlijk bovenuit. Daar komen typische landschapselementen voor als bronbossen en zandbulten. We vinden er zwerfkeien en klapperstenen. Ook bijzonder zijn de Hooge Heide op de stuwwal bij Stokkum en het bremveld bij Zeddam, die via een ‘reptielencorridor’ inmiddels met elkaar verbonden zijn. Reptielen als gladde slang en hagedissen kunnen zich hierdoor verspreiden.

Uit de oppervlakteverdeling blijkt dat het heideontginningslandschap en het kampenlandschap beide ongeveer een derde deel van de totale oppervlakte van de Achterhoek innemen. Het landgoederenlandschap beslaat bijna het tiende deel. De overige landschapstypen nemen alle een relatief klein deel in, maar dragen zeker bij aan de variatie aan landschapsbeelden.
Twee gebieden, De Graafschap en Winterswijk, hebben de titel ‘Nationaal Landschap’. De Graafschap wordt gekenmerkt door kleinschaligheid, door buitenplaatsen en een bijzondere waterhuishouding. De omgeving Winterswijk kent een kleinschalige openheid en veel reliëf in het landschap van de esgronden.

Natuurlijk Achterhoek

Verdeling landschapstypen Achterhoek © StAM

Natuur

Ongeveer tien procent van het grondgebied van de Achterhoek bestaat uit natuurterreinen. De regio wordt gekenmerkt door een grote variatie aan natuur. De volgende natuurtypen zijn hier te vinden:

-bossen: droge bossen (zoals Montferland), hakhoutbossen, bronbossen en beekbegeleidende bossen (Bekendelle)
-hoogveen (zoals Korenburger- en Wooldse Veen)
-heide (zoals Needse Achterveld, Groote- en Grijze Veld)
-blauwgraslanden (Stelkampsveld, Koolmansdijk), kalkgrasland (Willinks Weust) en andere halfnatuurlijke graslanden
-stuifzand (’t Hengelse Zand)
-rivierduinen (langs de Oude IJssel)
-beken (Baakse Beek, Groenlose- en Boven-Slinge)
-oeverwallen met stroomdalvegetaties

De natuur van de Achterhoek © StAM

Natura 2000 en A-locaties

In de Achterhoek zijn zes Natura 2000-gebieden aangewezen: Teeselinkven, Stelkampsveld, Korenburgerveen, Bekendelle, Wooldse Veen en Willinks Weust. Dit zijn karakteristieke natuurgebieden met een bijzonder landschap en een hoog gewaardeerde biodiversiteit. Deze terreinen scoren wat natuurwaarde betreft in Europees verband hoog. Ons land heeft dan ook een internationale verantwoordelijkheid om de diversiteit van planten, dieren en leefgebieden in stand te houden. Hierbij wordt getracht evenwicht te bewaren met de maatschappelijke en economische activiteiten.

In de jaren negentig zijn de meest natuurlijke voorbeelden van alle in Nederland voorkomende bostypen geselecteerd. Een vijftiental van deze zogenaamde A-locaties liggen in de Achterhoek: in de Graafschap, het Montferland, bij Winterswijk en verspreid daartussen. Het gaat vooral om oudere bossen met een hoge natuurwaarde. Het beleid is gericht op de ontwikkeling naar een zo representatief mogelijk voorbeeld van natuurlijk bos. In A-locatie-bossen is naast oude en dikke bomen ook vaak veel dood hout aanwezig.

Natuurlijk Achterhoek, Korenburgerveen

Korenburgerveen bij Winterswijk.

De bossen

Het grootste deel van de Achterhoekse natuurgebieden bestaat uit bos. Verreweg de meeste bossen in Nederland en ook in de Achterhoek zijn aangeplant. Soms op wat rijkere gronden, bijvoorbeeld op de landgoederen. Maar vaker op de armere, zandige gronden die voor de landbouw minder geschikt waren. Nadat er geen plaggen meer gestoken werden en de schapen op de heide verdwenen waren, zijn veel van de laatste heidestukken overgegaan in bos op arme grond. Dit bos is spontaan ontstaan en heeft daardoor een ongeordend beeld. Dat geeft ons meer een gevoel van ‘puur natuur’. Ook langs de rivieren en op andere natte plekken zijn door spontane ontwikkeling bossen ontstaan.

Veel van de Achterhoekse bossen zijn zogenoemde rabattenbossen. Bij de aanleg van deze bossen zijn rabattenstelsels gegraven. Hierdoor ontstonden lagere delen (sloten) en daartussen hogere delen (ruggen). Door deze werkwijze was het mogelijk om ook in lagere gebieden op de ruggen zomereiken en zelfs dennen aan te planten. Door dit slotenstelsel was het ook mogelijk om enige grip te krijgen op de waterhuishouding ter plekke. Daardoor werden de woeste gronden geschikt voor de hoogwaardige houtproductie. In de natste delen zie je ook wel veel zwarte els op deze rabattenruggen. De afgelopen eeuw is de Achterhoek echter verdroogd en is ook de grondwaterstand in deze rabattenbossen sterk gedaald.

Natuurlijk Achterhoek, Bergherbos

Bergherbos, vanaf de uitkijktoren op de Hulzenberg bij Stokkum.

Landschappelijke elementen

De houtwal en de houtsingel, de solitaire boom en laanbomen, knotbomen, de elzensingel, de struweelhaag, de poel, de hoogstamboomgaard, het vogelbosje en geriefhoutbosje, en het boerenerf. Het zijn de karakteristieke elementen die het landschap in de Achterhoek zijn charme geven. Ze zijn mooi beschreven door de Stichting Landschapsbeheer Gelderland.

Houtwal en houtsingel

Een houtsingel is een erfafscheiding, vaak ook tussen weilanden, die bestaat uit bomen zoals eik, ruwe berk, lijsterbes en/of struiken zoals meidoorn en hazelaar. Een houtsingel is een lijnvormig element van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat. Langs houtwallen vind je vaak aan één of beide zijden greppels. Deze werden gegraven om met de vrijkomende grond de wal aan te leggen. De wallen waren tussen de 50 en 100 cm hoog.
De oorspronkelijke functie van houtwal en houtsingel was om vee en wild te keren en als eigendomsgrens. Ook leverden ze vruchten, brandhout en geriefhout op voor gereedschapsstelen en palen. De meeste houtsingels en –wallen worden als hakhout beheerd en na 10 à 12 jaar afgezaagd.
Deze elementen zijn van bijzondere ecologische waarde voor vogels, insecten en kleine zoogdieren die zich er langs verplaatsen, nestelen en voedsel zoeken. Ook groeien er allerlei varens, mossen en paddenstoelen. Door de komst van het prikkeldraad, de ruilverkavelingen en schaalvergroting zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen.

Natuurlijk Achterhoek

In de gemeente Oude IJsselstreek.

Solitaire boom en laanbomen

Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduwboom voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Ze vervulde soms ook een plaats in de rechtspraak (gerechtsboom), in de religie (kruisboom) of diende als herkenningspunt langs rivieren. Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden naast de houtproductie een andere functie. Zo werd een walnoot in de buurt van de keuken aangeplant, omdat de walnoot muggen en vliegen weert. Daarnaast zorgde de boom voor schaduw in de keuken. Een kastanje- of lindeboom geeft menig erf allure. Een grote eikenboom naast het huis functioneerde goed als bliksemafleider.
Laanbomen werden langs wegen aangeplant. Niet alleen voor verfraaiing, maar vooral om schaduw te geven aan mens en paard. Meestal werd één soort langs een weg geplant. Bomen zijn een natuurlijk eldorado voor veel dieren. Ze bieden voedsel (noten, bladeren, stuifmeel), nestgelegenheid en beschutting.

Natuurlijk Achterhoek

Maandagsdijk, landgoed Beekvliet.

Knotbomen

Wilg, populier, es, els, eik en haagbeuk kwamen al vóór het begin van onze jaartelling veelvuldig als knotbomen voor. Knotbomen deden dienst als grensafscheiding en/of als houtleverancier. De knotboom levert makkelijk oogstbaar hout op dat voor allerlei doeleinden werd gebruikt. Zoals voor manden, oeverbeschoeiingen, takkenbossen en gebruikshout voor hekken en gereedschapsstelen.
Knotbomen komen vooral voor in de houtwallen. Knotelzen groeien vooral op vochtige en van oorsprong voedselarme gronden. Knotessen en knoteiken kunnen bijzonder oud worden. Oudere knotbomen herbergen allerlei planten en dieren, zoals insecten, vleermuizen en vogels. Het aantal diersoorten dat in een knotboom huist, is zeer groot. Van de vele vogels is de steenuil één van de trouwste bewoners. Een rijtje knotbomen vormt een verbindingsroute voor allerlei dieren, zoals vleermuizen.

Natuurlijk Achterhoek

Rij knotbomen in de gemeente Oude IJsselstreek

De elzensingel

Een elzensingel is een rij met zwarte elzen langs slootkanten. Elzensingels ontstonden spontaan op slootkanten, langs perceels- en eigendomsgrenzen door elzenzaadjes die daar kiemden. De vroegere boeren waren blij met de op hun perceelsranden kiemende boompjes en zaagden ze periodiek af voor brandhout en gebruikshout. Veel singels bevatten naast de zwarte elzen ook een ondergroei van meidoorn of braam, vlier, hop en lijsterbes. Dit zorgde ervoor dat de elzensingel een veekerende functie had. Later werd het elzenhout ook gebruikt in ijzersmelterijen voordat de steenkool het hout verdrong. Veel elzensingels zijn echter verloren gegaan door de ruilverkavelingen en schaalvergroting in de landbouw. ’s Winters maakt de boom door zijn donkere schors en elzenproppen een zwarte indruk, vandaar dat de boom ‘zwarte els’ wordt genoemd. Sijsjes zijn dol op de zaadjes in de elzenproppen.

Rij knotelzen in de Meuhoek, bij Halle.

De struweelhaag

De Achterhoek kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de struweelhaag. De struweelhaag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien. De functie van de haag was perceelsscheiding en veekering. Daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doorndragende soorten, zoals meidoorn, sleedoorn, hondsroos en braam. Soms werden ook nog wat andere struiken en (knot)bomen in de haag aangeplant. Denk hierbij aan wilg, eik of es. De hagen boden beschutting voor het vee en leverden gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, ruilverkavelingen en schaalvergroting zijn veel van deze elementen verdwenen.
Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen, zoals het leggen of vlechten van hagen (lees meer hierover verderop in dit artikel).
Hagen zijn soms al honderden jaren oud en zijn daarom van onvervangbare waarde voor planten en dieren. Ze vormen een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en ze bieden voedsel, nestgelegenheid en een plek om te overwinteren. Ook fungeren ze als verbindingslijnen tussen andere landschapselementen.

De poel

Vroeger legde men vaak poelen in het weiland aan als drinkplaats voor het vee, op plaatsen in het weiland die van nature laag liggen en waar het grondwater hoog zit. Door het gebruik van pompen werden de drinkpoelen overbodig en verdwenen ze langzaam maar zeker uit het landschap. Voor de flora en fauna zijn poelen van grote waarde. Dit geldt vooral voor kikkers, padden salamanders en libellen die zich in de poel voortplanten, maar ook voor vogels en zoogdieren. Zij maken gebruik van het water als drink- of wasplaats. Zwaluwen en watervleermuizen jagen op insecten boven het water. Het water in de poel volgt het natuurlijke ritme van het grondwater; in de zomer kan de poel in extreme gevallen zelfs droogvallen. Voor de meeste dieren en planten van de poel is dit geen probleem. Door deze afwisseling van nat en droog groeien in en rond de poel allerlei oeverplanten. Bij een flauw aflopende oever ontstaat een grote variatie in vochtigheid en kunnen vele plantensoorten hun plek vinden. Een natuurvriendelijke oever is ook zeer interessant voor amfibieën die zich in de oeverzone kunnen verschuilen. In de zomer barst het van het leven in en om de poel.

Natuurlijk Achterhoek

Vennebulten bij Heelweg.

De hoogstamboomgaard

Al veel eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Van een hoogstamfruitboom spreek je als de eerste zijtakken van een fruitboom als kers, pruim, peer of appel vanaf 180 centimeter hoogte uit de stam groeien. Aanvankelijk vond je ze vooral bij kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19e eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Een groot voordeel van het hoogstamfruit is dat dieren er onder kunnen grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboogaarden flink achteruitgegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt op laagstam. Hoogstamboomgaarden hebben een grote landschappelijke en ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil broedt graag in de holle takken van fruitbomen. Van de bloesems profiteren weer bijen. Een meidoornhaag als windsingel om de boomgaard vergroot de natuurwaarde van de boomgaard. Net als een takkenwal en houtstapel biedt het een schuilplaats aan vogels, amfibieën en kleine zoogdieren zoals egels.

Kale fruitbomen op landgoed Hackfort bij Vorden.

Het vogelbosje en geriefhoutbosje

Vogelbosjes kom je vaker tegen op het erf. Een vogelbosje is een bosje dat voornamelijk uit struiken bestaat en vaak niet groter is dan 500 m². De soorten die in het bosje aangeplant worden, zijn vooral besdragende struiken als meidoorn, Gelderse roos en lijsterbes om vogels aan te trekken. Ook zijn ze goed voor insecteneters, want ze trekken wormen, rupsen en kevers aan. Een vogelbosje dient als broedplaats en schuilplaats voor zowel vogels als kleine zoogdieren. Daardoor voegt een vogelbosje veel toe aan de ecologische diversiteit op en rondom het erf.
Geriefhoutbosjes zijn vrij liggende elementen in het landschap. Vaak kom je ze tegen in een overhoekje tussen de weilanden, al dan niet omgeven door een sloot. De sloot deed dan dienst als veekering. Een geriefhoutbosje is groter dan 500 m² en werd vroeger aangeplant om in geriefhout, hout voor dagelijks gebruik van de boer, te voorzien. Elke boer had veel hout nodig: essenhout voor gereedschapsstelen, berkentwijgen voor bezems, wilgenhout voor in de kachel. Doordat een geriefhoutbosje voor de houtvoorziening op eigen erf meestal niet meer van toepassing is, worden tegenwoordig vaak vogelbosjes aangeplant om iets meer variatie te krijgen. Vogel- en geriefhoutbosjes kunnen door de rust die er heerst veel betekenen voor planten en dieren. Ook landschappelijk zijn vogel- en geriefhoutbosjes van groot belang.

Natuurlijk Achterhoek

De Leemputten bij Groenlo.

Boerenerven

Traditioneel gebruik: Van oudsher stonden boerderijen en boerenerven in dienst van de agrarische bedrijfsvoering. Alles wat te vinden was op en rond het erf had een functie. Nut ging altijd voor de sier en niets was toevallig. De boerenerven verschillen per regio. De grondsoort en de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering hadden grote invloed op de inrichting van het erf en de keuze van bomen en struiken. Maar ook de godsdienst drukte onbewust een stempel op het erf. Katholieke erven stonden vroeger vol bloemen, terwijl in de protestante gebieden van de Achterhoek het erf veel eenvoudiger was ingericht, zonder uitbundige bloemen.

Opbouw van een boerenerf: Ook de taakverdeling tussen de boer en boerin heeft een belangrijke invloed gehad op de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook. De voor- en achterkant worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het hele erf worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen en werken goed zichtbaar wordt.

Natuurlijk Achterhoek

Buurtschap Huppel bij Winterswijk.

Het voor: De vrouw had de verantwoordelijkheid voor het woongedeelte, het daar dichtbij liggende terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin met bloemperken en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal ‘het voor’ genoemd en ‘het voor’ was het domein van de boerin. Voor deze delen van het boerenerf was een goede zichtbaarheid vanuit het woonhuis vereist, omdat in de boomgaard bijvoorbeeld de jonge kalveren liepen, die extra aandacht nodig hadden. ‘Het voor’ is meestal een stuk groener dan ‘het achter’. Voor staan de meeste bloemen, struiken en bomen. Ook speelde aan de voorkant mee dat men graag wilde laten zien hoe goed men het had. Daarom werden later parkbomen zoals de (treur) beuk, de paardekastanje, de rode beuk, (lei) linden en sierstruiken, kortom de wat luxere soorten, aangeplant. Het voorste deel van het boerenerf was meer gericht op het gezin en had een bepaalde beslotenheid.

Het achter: De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor ‘het achter’. Aan de achterkant moest men ruimte hebben om met paard en wagen te manoeuvreren en later met steeds groter wordende tractors. Achter stonden ook de schuren. De boer was er de hele dag te vinden. Hij hield zich bezig met het bewerken van het land, de verzorging van het vee óf met onderhoud en reparaties aan machines en bedrijfsgebouwen. ‘Achter’ werden de zakelijke contacten met de omgeving afgehandeld, koop en verkoop van zaken vonden vooral daar plaats. Aan de achterkant lag ook de verbinding met de bij het bedrijf behorende percelen.
De beplanting aan de achterkant bestond meestal uit bomen en struiken die ook in de omgeving voorkwamen. Achter op het erf bevond zich het geriefhoutbosje dat diende voor de houtvoorziening. De beplanting achter was hoog, los en afwisselend en bestond uit singelachtige beplantingen. Ook kwamen veel solitaire bomen voor. Verder waren in de weilanden veel poelen aanwezig, die dienden als drinkplaats voor het vee.

Beheer van het landschap

Wie meer wil weten over de aanplant, het beheer en onderhoud van de landschapselementen, kan contact opnemen met de Stichting Landschapsbeheer Gelderland of bekijkt de duidelijke instructiefilmpjes.

Subsidie aanvragen voor agrarisch en particulier natuurbeheer is alleen mogelijk via zogenaamde gebiedscollectieven. Voor de Achterhoek is dit de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek, de VALA. Het is een samenwerkingsverband van de zes agrarische natuurverenigingen. De VALA wil het karakteristieke landschap van de streek voor de toekomst behouden. De organisatie heeft circa 600 leden in de Achterhoek; dat zijn zowel boeren als particulieren die aan landschapsbeheer en agrarisch natuurbeheer doen.

Natuurlijk Achterhoek

Heg in het buitengebied van Laag-Keppel.

De Stichting Heg & Landschap streeft naar mooiere heggen en heggenlandschappen in heel Nederland. ,,We willen heggen weer een plek op het platteland geven: een duurzame plek voor de heg die belangrijke rollen vervult. Heggen als ecologische verbindingsstroken. Heggen voor identiteit van streken met kleinschalige, besloten landschappen. Heggen als groene monumenten die verhalen over heggenleiers, landweren, kerkenpaden en omhaagde boomgaarden. Heggen die wandelaars en fietsen langs hun pad geleiden en niet te vergeten heggen die schapen en koeien in de wei houden’’, aldus de landelijke organisatie.
Ook wil de stichting het ambacht levend houden. Jaarlijks wordt het NK Heggenvlechten gehouden. Heggenvlechters vlechten dan volgens de eeuwenoude traditie een meidoornheg. Met handzaag, bijl en hiepje (een platte bijl) wordt een natuurlijke afrastering tot stand gebracht. Het handwerk dateert uit de tijd dat er nog geen prikkeldraad was om te zorgen dat het vee in een weiland bleef. Ruim honderd jaar geleden werd in Amerika het prikkeldraad uitgevonden. Sinds het ‘puntdraod’ ook in Nederland geïntroduceerd werd, worden heggen bijna niet meer gevlochten.
In de Achterhoek kom je hier en daar in oude heggen nog sporen van oud vlechtwerk tegen. Op landgoed Keppel, langs de Wehlsedijk in Laag-Keppel, staat een vlechtweg, net als bij Zupthen  langs de Den Elterweg, ter hoogte van de Warnsveldse molen. De Wierssebroekweg in Barchem en de Brunsveldweg in Zelhem zijn nog twee locaties waar vlechtheggen staan.

Landschapsmonumenten

De Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM) benoemt bijzondere elementen in het landschap van Achterhoek en Liemers tot ‘landschapsmonument’. Daarmee wil de stichting de kwaliteit en de waarde van zo’n mooi stukje landschap bij het publiek onder de aandacht brengen. Het gaat om een bepaald onderdeel van het landschap met een bijzondere waarde op ecologisch, cultuurhistorisch of aardkundig gebied. Deze waarde wordt bepaald door eigenschappen als kenmerkend, zeldzaamheid, diversiteit en gaafheid. Een landschapsmonument kan klein zijn, zoals een monumentale eik. Maar ook een kilometerslange dijk of een historisch verkavelingspatroon. Ook valt te denken aan zandwegen, een landweer, stuifduinencomplexen, houtwallen en heggen.
Om de landschapsmonumenten zichtbaar te maken voor het publiek, wordt er een infopaneel met uitleg geplaatst. Zo’n bord staat bijvoorbeeld in de Meuhoek bij Halle (markante knotelzen), bij de Varsseveldse kopjes (essen met steilranden), in het Azewijnse Broek (nieuwe natuur) of bij de holle paden in de buurtschap Barlo bij Winterswijk.

Natuurlijk Achterhoek

Bloeiende berm in de Meuhoek bij Halle.

Bedreigingen en kansen

Eerst het slechte nieuws over de natuur en het landschap in de Achterhoek. Daarna het goede nieuws; we eindigen positief! Bedreigingen van het Achterhoekse landschap zijn o.a. de droogte; de grote hoeveelheid stikstof in de lucht in met name de Natura 2000-gebieden; de letterzetter die hele bomen kaalvreet; duizenden essen die aangetast zijn door een schimmel; de insectenstand die terug is gelopen.

Natuurlijk Achterhoek

In het buitengebied van Gaanderen

De enorme bomenkap – duizenden exemplaren – overal in de Achterhoek. Het zijn vaak bomen die in slechte conditie zijn door ouderdom, in combinatie met aantasting door insecten en twee opeenvolgende extreem droge zomers. Voornamelijk naaldbomen zoals de grove den en de spar hebben het moeilijk, net als oude beukenrijen. De grootste kaalslag is er de komende jaren in Winterswijk. Daar moet twee derde van de 40.000 laanbomen in het buitengebied om. Dit gebeurt niet ineens. Per jaar worden 450 bomen gekapt en ook weer evenveel geplant. De hele operatie gaat zeker tientallen jaren in beslag nemen.

Veel fijnsparren leggen het loodje vanwege de letterzetter. Dat insect kruipt onder de bast in de sapstroom van de boom. Dat is dodelijk. Er is al heel veel gekapt o.a. in het Bergherbos, gemeente Montferland.

Het kenmerkende coulissenlandschap staat onder druk doordat singels tot landbouwgrond worden omgeploegd. Landschapselementen in het buitengebied zijn aan het verdwijnen, zoals steilrandbeplanting en houtwallen.

De achteruitgang van boerenlandvogels hangt samen met de schaalvergroting en intensivering in de landbouw. Kleinschalige gevarieerde akkers maken plaats voor grote percelen met monotone gewassen. De biodiversiteit in agrarische gebieden is door deze ontwikkeling sterk achteruitgegaan. Het verdwijnen van insecten is van grote invloed op de achteruitgang van boerenlandvogels, omdat dat hun voedsel is.

De jarenlange verzuring van de bodem is vooral voor de bossen op arme zandgronden een groot probleem. Kostbare mineralen als magnesium en kalium spoelen door verzuring de bodem uit. Deze kostbare voedingsstoffen worden door het regenwater en grondwater afgevoerd en kunnen niet worden opgenomen. De kenmerkende Achterhoekse eiken hebben er veel last van. Bomen krijgen minder blad, takken worden afgestoten en de sapstroom loopt terug. De eikenprachtkever, die leeft van de bast van eiken, valt verzwakte  exemplaren aan. Soms zo erg dat na enkele jaren de boom al sterft. Paddenstoelen verdwijnen als gevolg van verzuring van de bodem.

Een andere oorzaak van de terugloop in biodiversiteit is de hoeveelheid stikstof die we via de intensieve veehouderij, het verkeer en de industrie uitstoten. De van nature schrale gebieden waar heide groeit, hebben zwaar te lijden onder deze hoge stikstofuitstoot. Snelgroeiende grassen, struiken en bomen verdringen daar nu de heideplantjes en bloemige kruiden, waardoor er voor insecten – en dus voor vogels – minder te eten is.

In 2018 tekende ruim 3.000 mensen de petitie ‘Help, ons Achterhoekse landschap verdwijnt’. Deze werd aangeboden aan de burgemeesters van alle Achterhoekse gemeenten. De petitie is een initiatief van de Gelserse Natuur en Milieufederatie en Natuurmonumenten. Inzet van de actie: behoud van het coulissenlandschap.

 ‘’Het karakteristieke Achterhoekse coulisselandschap waar iedereen zo trots op is dreigt te verdwijnen. Houtwallen, heggen, kruidenrijke greppels en natuurlijke bermen worden massaal verwijderd. Uit recent onderzoek blijkt echter dat de aanwezigheid van houtwallen, heggen en natuurlijke greppels juist een groot positief effect heeft op de biodiversiteit. Het behoud daarvan is dus van groot belang, zoals blijkt uit de dramatische berichten dat de insectenstand met zo’n 75% is teruggelopen.

Wij roepen de gemeenten in de Achterhoek op om houtwallen, heggen en greppels terug te brengen in het landschap.  Neem eigen grond weer in eigen beheer. Beheer deze grond ecologisch zodat bloeiende planten, insecten en vogels de kans krijgen om zich hier te nestelen. Maai op de juiste manier en op het juiste moment. Bescherm alle landschapselementen in het bestemmingsplan. Zorg voor voldoende handhaving. Volg hierin het voorbeeld van de gemeente Berkelland. Neem uw maatregelen op in het bestuursconvenant dat u na de verkiezingen opstelt.’’

Veel maatregelen zijn inmiddels al genomen. Welke? Lees verder onder ‘goed nieuws’.  Overigens blijkt uit internationaal onderzoek in 2020 dat de insectenafname in dertig jaar 24%  is in plaats van 75%. De afname is dus een heel stuk minder, maar alsnog zorgwekkend.

Het aangezicht van de Achterhoek is ook ingrijpend veranderd. Denk alleen al aan het inpassen van windmolens en zonneparken. Steeds grotere melkveestallen en de grootschalige industrieterreinen zoals DocksNLD bij ’s-Heerenberg. De beeldbepalende hoogspanningslijn 380kV tussen Wesel en Doetinchem. Grote witte masten trekken 57 kilometer lang een lijn door het landschap in de gemeenten Oude IJsselstreek en Doetinchem. Dergelijke grootschalige projecten zijn van invloed op de omgeving. Die vernieuwingen worden als belangrijk gezien voor de economie en de werkgelegenheid.

Coulissenlandschap - Heidedijk, Sinderen

Goed nieuws

Goed nieuws is er gelukkig ook. Gemeenten, natuurverenigingen, boeren en burgers slaan de handen ineen voor de natuur en het landschap. Er is samenwerking met organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landschapsbeheer Gelderland, het Waterschap Rijn en IJssel.

Bij sloop, bouw en vernieuwing worden afspraken over natuurcompensatie gemaakt: verdwijnend groen moet elders worden aangeplant. Veel gemeenten maaien slechts een deel van de bermen af, of zelfs helemaal niet.

De Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek, de VALA, startte in 2020 een poelenproject om het leefgebied voor zeldzame amfibiën te verbeteren, zoals de boomkikker, de knoflookpad en de kamsalamander. De Achterhoek is voor de boomkikker momenteel het belangrijkste gebied in Nederland. De knoflookpad komt nog maar op 40 plekken in ons land voor, waarvan er twee in de Achterhoek liggen.

Een project als ‘Samen voor de Patrijs’ is begonnen in de gemeente Aalten en vervolgens uitgerold in de hele Achterhoek. Akkerranden en bermen worden ingezaaid met bloemen- en kruidenmengsels. Boeren krijgen het advies om de akkers na de oogst niet helemaal leeg te halen, maar wat te laten liggen als voer voor de vogels. De patrijzen kunnen nu genoeg voedsel vinden in de vorm van insecten en zaden. De kruidenrijke en ruige akkerranden en de graanstoppelvelden bieden de patrijzen inmiddels alles wat ze nodig hebben. Die aanpak werkt, want de patrijs doet het steeds beter. Inmiddels krijgt het initiatief navolging op diverse plekken in Nederland. Zelfs van over de Duitse grens is er belangstelling voor het project.

Denk aan initiatieven van de gemeenten en Landschapsbeheer Gelderland, zoals Dorpen in het Groen of Eén boom mot kunn’n. Of de vernieuwde aandacht voor de oude kerkenpaden, het omzetten van landbouwgrond in nieuwe natuur, de aanleg van een vistrap in beken en rivieren, het plaatsen van een oeverzwaluwwand, het inzaaien van bermen met bloemenmengsels, schapen die de bermen afgrazen. Ecologisch en duurzaam!

Met betrekking tot de droogte worden al maatregelen genomen. Beekbodems worden opgehoogd; er worden extra bochten in de beken aangebracht. Er zijn meer retentiegebieden, waar in natte perioden het overtollige water rustig in de bodem kan zakken. De droogte zorgt voor een totale omslag bij zowel de landbouw als het waterschap. In plaats van water zo snel mogelijk af te voeren, worden nu allerlei maatregelen bedacht om het water langer vast te houden in sloten. Bijvoorbeeld door duikers, de constructie die twee sloten tussen de weilanden met elkaar verbindt, af te sluiten, met een grote rubberen bal. Er zijn eveneens regelbare schotten in beken en sloten geplaatst. Ook de kringlooplandbouw zal in de toekomst belangrijker worden en dat leidt er toe dat de bodems vocht beter en langer vast zullen houden.

De boommarter keert terug in het bosgebied van Achterhoek. Het dier is al gesignaleerd bij Winterswijk; in moerasbos de Bekendelle en in de grotere randbossen van de veengebieden. Ook goed nieuws is dat de bever weer terug is. Er zijn knaagsporen gevonden aan bomen op de oever van de Baaksebeek bij Wichmond. Ook bij de Schipbeek ten noorden van Neede is er sprake van bevervraat. De bever is eveneens gezien in de Fraterwaard bij Doesburg. Voor onderzoekers hét bewijs dat de bever opnieuw een leefgebied aan het zoeken is in de Achterhoek. Als er maar water voor de bever is, met houtige begroeiing en kruiden. En het water moet voldoende diepte hebben.

Natuurlijk is dit overzicht niet compleet. Bovengenoemde organisaties kunnen veel meer vertellen over de bedreigingen, maar ook over de kansen voor de natuur. Daar zitten de deskundigen, de mensen met liefde en passie voor het landschap, de flora en fauna in de Achterhoek.

Natuurlijk Achterhoek

Coulissenlandschap aan de Heidedijk bij Sinderen.