Bronckhorst Landschap

Het landschap

Natuurlijk Achterhoek knotbomen en boederij

Bronckhorst is gelegen tussen de IJssel en de rand van het Oost-Nederlands zandplateau. Binnen de gemeente liggen diverse typen landschappen met elk hun eigen kenmerken: het IJsselland, broekland, oud cultuurland, landgoedland en velden. Van west naar oost loopt het landschap op van laag, open en drassig naar een licht glooiend zandgebied met kronkelende oude wegen. Die diversiteit is kenmerkend voor Bronckhorst.

Een deel van Bronckhorst ligt in het Nationaal Landschap De Graafschap. In het kleinschalige coulissenlandschap heeft het agrarisch gebruik van oudsher een beeldbepalende invloed gehad. Nu nog is circa 10 procent van de bevolking agrariër. De familiebedrijven met veelal jonge boeren aan het roer, zijn belangrijke beheerders van het landschap. Daarnaast bepalen de landgoederen en bijbehorende kastelen, landhuizen en pachtboerderijen het beeld.

Bijna 200 kilometer onverharde wegen ligt op het grondgebied van Bronckhorst. Openbare zandwegen, kerkenpaden en oude schoolpaden. Sommige paden hebben zelfs een eeuwenoude geschiedenis, zoals de hessenwegen. Deze oude handelswegen slingeren zich door bos en weiden. De hessenwegen zijn karakteristiek voor de Achterhoek en ook voor de gemeente Bronckhorst. ’t Wapen van Heeckeren in Hummelo is een voormalige hessenherberg, waarlangs de Duitse kooplieden met hun handelswaar ons land binnentrokken.

Het gebied rond de Hessenweg tussen Hummelo, Laag-Keppel en buurtschap Wittebrink is van hoge cultuurhistorische waarde. Hier is de ligging van de weg op een hogere zandrug herkenbaar. Het betreft een gaaf en daarom zeldzaam deel van de hessenwegen. Dit maakt het verhaal over de handelaren die van Duitsland naar Doesburg trokken over de hogere liggende wegen afleesbaar.

In de gemeente Bronckhorst ligt een groot areaal aan kampenlandschap. In de buurtschap Linde bij Vorden is dit type landschap goed te herkennen aan de kleinschaligheid, historische boerderijopbouw, opgaand groen, onregelmatige kavelpatronen en slingerende oude wegen.

Natuurlijk Achterhoek bakhuisje bij Vorden

Bakhuisje bij Vorden.

Authentieke elementen duiken hier en daar op in het groen. Juweeltjes van kippenhokken die niet meer in gebruik zijn, of bakhuisjes waar ooit brood gebakken werd. Of de mangelhut bij een boerderij aan de Strodijk in Vorden, die half verdiept in de grond ligt en met riet is bedekt. Mangels zijn voederbieten in het dialect. De bewaarplaats was oorspronkelijk gebouwd om voederbieten vorstvrij op te slaan. Rond 1930 zijn er twee gebouwd in het buitengebied van Vorden, door de familie Wuestenenk. Het was een proef, maar de mangelhut is niet gemeengoed geworden. Het lukte namelijk niet om de voederbieten vorstvrij te bewaren. De hut is circa 15 meter lang en 4 meter breed.

Plattelands vernieuwing

Bronckhorst is oorspronkelijk een agrarische gemeente. Ook tegenwoordig werkt nog 9,9% van de inwoners in de agrarische sector (cijfer 2016-2017), terwijl dit in heel Gelderland maar 2,8% is. Tientallen bedrijven en particulieren in het buitengebied geven echter een nieuwe invulling aan het platteland. Zoals een caravanstalling, zorgboerderij, landwinkel, paardenpension, bed & breakfast, theeschenkerij, zuivelmakerij, mini-camping of een galerie.
Enkele voorbeelden van plattelandsvernieuwing zijn hier beschreven: wijnboeren die hun eigen druiven telen en zelf wijn maken, een ambachtelijke bierbrouwerij in een voormalige paardenschuur, de duurzame exploitatie van landgoed Zelle en de aanleg van nieuwe landgoederen.

Natuurlijk Achterhoek Hek in mistig weiland bij Eldrik

Paardendorp

Een nieuw project is het Paardendorp. Er worden zeven aardwalwoningen gebouwd voor paardenliefhebbers in Velswijk. Evenals paardenbakken, een rijhal en een ruitersportcentrum. Dit unieke plan waarin het leven met een paard centraal staat, zal gerealiseerd worden in de landelijke omgeving in het buitengebied van de driehoek Doetinchem, Zelhem en Hengelo. Een oase van vrijheid en groen. De verkoop van de aardwalwoningen is in 2017 gestart.

Bronckhorster Brewery Company

Midden tussen de weilanden in het buitengebied van Rha is sinds 2010 een bierbrouwerij te vinden: de Bronckhorster Brewery Company. De brouwerij is gevestigd in de voormalige paardenstal van boerderij Rodenburg, die in eerste instantie de naam aan de brouwerij gaf. Door de grote internationele belangstelling wijzigde bierbrouwer Steve Gammage de naam.
Steve brouwt de Bronckhorster Bieren op ambachtelijke wijze en gebruikt alleen natuurlijke ingrediënten, de beste moutsoorten en verfijnde hopsoorten. Het assortiment bestaat uit vijftien vaste bieren. Daarnaast brouwt Steve speciaalbieren die regelmatig in de prijzen vallen. Zelfs in Japan en Australië zijn ze gek op de bieren uit de Achterhoek. De prijzenkast van de Bronckhorster Brewery Company puilt intussen wel uit.
De van oorsprong Engelse brouwmeester is getrouwd met een echte Achterhoekse. Bezoekers aan de landelijk gelegen brouwerij worden gastvrij door hen ontvangen. Steve geeft graag een rondleiding en vertelt met passie over ‘zijn’ bieren. Het proeflokaal, met zicht op de koperen ketels, is het domein van Steve’s schoonzus en zwager, Thea en Antoon Wieland. Beiden dragen al jaren bij aan het succes van de brouwerij. Speciaalbiercafés verkopen de Bronckhorster Bieren op fust en op fles. En ze staan op de kaart bij verschillende restaurants in de Achterhoek.

Natuurlijk Achterhoek

Landgoed Zelle

Landgoed Zelle met het Huis Zelle ligt tussen Hengelo en Ruurlo. Het gebied van 360 hectare bestaat uit eeuwenoude bossen, lanen, akkers, houtsingels en weiden en vormt een inspirerend decor in alle seizoenen. De eigenaar, de familie Van Dorth tot Medler, geeft een nieuwe invulling aan het beheer van het landgoed en houdt daarbij altijd rekening met de natuur.

De instandhouding van dit soort historische buitenplaatsen is financieel niet eenvoudig. Vóór de Tweede Wereldoorlog vormden de producten van het land en uit het bos de belangrijkste inkomstenbronnen, samen met de inkomsten uit het verpachten van boerderijen. De vader van de huidige eigenaren bouwde in de jaren vijftig al een aantal vakantiehuizen, als nieuwe bron van inkomsten. Die weg is daarna verder ingeslagen. Vier comfortabele vakantieboerderijen staan op ruime afstand van elkaar aan de rand van de akkers, het bos of een weiland, evenals de vier houten Finse bungalows. De voormalige boswachterswoning en twee vakantieboerderijen hebben eind 2016 een permanente woonbestemming gekregen, zodat ’t Zelle via verhuur en erfpacht verzekerd is van een vaste inkomstenbron.

Op het landgoed bevindt zich één van de mooiste 18 holes golfbanen van Nederland. Bij de aanleg van golfbaan ’t Zelle is gebruik gemaakt van de structuur van het Achterhoekse coulissenlandschap. De holes zijn uitgezet langs en soms over prachtig oud geboomte en kronkelende beken, die verschillende waterpartijen verbinden. Het restaurant/clubhuis is gevestigd in een voormalige pachtboerderij van het landgoed.

In de weilanden graast een fraaie kudde Limousin-koeien. Op verschillende plekken zijn poelen aangelegd en zijn landbouwpercelen omgevormd tot bos of natuurgrasland. Een prachtige natuurplas sluit aan op een gerestaureerd waterdoolhof. Verder is het oorspronkelijke lanenstelsel met zevensprong hersteld.

Het hoofdhuis wordt sinds 1838 bewoond door de familie Van Dorth tot Medler. Het fraaie koetshuis uit 1787 en de historische schuur zijn verbouwd tot eigentijdse kantoorpanden, maar met behoud van de charme die de monumentale gebouwen onderscheidt van andere kantoorlocaties. In totaal is er 400 m² verhuurbaar vloeroppervlak. Een deel ervan is nog te huur.

Marope, zo heet de zorgboerderij die binnen de gracht gevestigd is. Een woon-werkgemeenschap voor jongeren en jong volwassenen, die voor korte of langere tijd niet mee kunnen komen in de maatschappij. Marope zorgt voor afwisselende werkzaamheden in een prachtige en veilige omgeving. De jongeren doen het onderhoud van de moestuin en al het groen binnen de gracht, maar ook boswerkzaamheden, padenonderhoud en het knotten van knotwilgen op de rest van het landgoed.

Bezoekers mogen wandelen en fietsen over het particuliere terrein. Aan de hand van een plattegrond die op de site van ’t Zelle staat, kunnen gasten zelf hun weg door de natuur vinden. Ook loopt een extra lus van de Achtkastelenroute van Vorden over Landgoed Zelle, evenals de Knooppuntenroute Achterhoek voor fietsers. Iedereen is welkom op het landgoed, maar het privéterrein binnen de gracht is niet toegankelijk omdat Huis Zelle bewoond wordt. Het Pieterpad en de Varsselroute lopen vlak langs de buitenplaats, midden over het landgoed. 

Nieuwe landgoederen

Ook is er een aantal ‘nieuwe landgoederen’ in de gemeente Bronckhorst. Ze zijn een aanvulling op de aloude landgoederen als ’t Zelle, de Wildenborch en de Wiersse. Het beleid daarvoor is rond 2000 door de overheid ontwikkeld. Eén van de redenen was de wens van grondeigenaren en agrariërs die met hun bedrijf willen stoppen, om een landgoed op te richten. Nieuwe landgoederen worden zo een vorm van plattelandsvernieuwing. De meerwaarde voor natuur, landschap, recreatie en cultuurhistorie staat voorop.

Onder een landgoed wordt verstaan een openbaar toegankelijk bos of natuurcomplex van minimaal 10 hectare, met daarin een wooneenheid van allure. Dat kunnen drie huizen zijn, maar ook één gebouw met drie woningen. Het woonhuis moet een architectonische eenheid vormen met het omringende groen. Dat biedt mogelijkheden voor een klassieke oplossing, maar ook voor een eigentijdse. De nieuwe landgoederen in Bronckhorst zijn dan ook totaal verschillend qua stijl en entourage. Bijvoorbeeld het modern vormgegeven landgoed Heidevloed in Halle/Zelhem, dat in 2011 de Architectuurprijs Achterhoek won. Of het landgoed De Driesprong, in de stijl van de Gouden Eeuw in Zelhem.

Wijngaarden

Door de komst van nieuwe druivenrassen en de ontwikkeling van nieuwe vinificatietechnieken is ook wijnbouw in Nederland mogelijk. De vruchtbare bodem in de Achterhoek is uitermate geschikt voor de teelt van wijndruiven. Met ruim dertig hectare aan wijngaarden is de Achterhoek één van de grootste wijnstreken van Nederland. Er zijn zo’n twintig wijngaarden in de regio, waarvan er vijf in de gemeente Bronckhorst liggen.

Wijnboerderij ’t Heekenbroek ligt tussen de dorpen Achter-Drempt en Hoog-Keppel, vlakbij het gelijknamige bosgebied en landgoed De Ulenpas. Voor bezoekers is er een wijngaardterras en een sfeervolle binnenruimte. Overnachten kan er in een bed & breakfast en verschillende wandelroutes gaan hier van start.

Wijngaard Um d’n Olden Smid in Velswijk omvat naast de lange rijen wijnstokken ook een boomgaard, fruittuin, groentetuin en een kikkerpoel. Het is genieten op de terrassen, in de serre of de gelagkamer. Alle wijn, de ambachtelijke jam, stoofpeertjes, appelchips en honing worden biologisch gemaakt. De bed & breakfast heeft een serre met zicht op de wijngaard.

Wijngoed Kranenburg ligt in de buurtschap Kranenburg, niet ver van Vorden. Hier worden op milieuvriendelijke wijze druiven verbouwd. Bij het wijngoed hoort een sfeervol proeflokaal, waar geregeld proeverijen worden gehouden, al dan niet in combinatie met een rondleiding door de wijngaard. Gasten kunnen er ook een potje kegelen op een replica van van een originele houten Italiaanse kegelbaan.

Wijngaard De Oogsthoek ligt aan de rand van natuurgebied de Heidenhoekse Vloed, tussen de dorpen Zelhem en Halle. In 2003 zijn de eerste stokken geplant van het ras Johanniter. In de jaren erna is de wijngaard uitgebreid met o.a. Solaris en Pinotin. Ook in 2007 en 2008 zijn er stokken aangeplant. Hiermee heeft de wijngaard een omvang van ruim 800 stokken.

De wijnbouwers van Wijnhoeve Elanova zijn Rob Roth en José de Hoog. Ze zijn afkomstig uit het westen en realiseerden hun droom van een eigen wijngaard op een voormalige veehouderij in het buitengebied van Vorden, grenzend aan landgoed ’t Zelle. Achter de hoeve  en de wijngaard ligt hun mini-camping Elanova. Voor de gasten is een lekker glas Achterhoekse wijn altijd binnen handbereik.

Landschappelijke projecten

De gemeente Bronckhorst hecht veel waarde aan natuur en landschap en betrekt haar bewoners en diverse organisaties daarbij met kennis en subsidies. Er zijn verschillende plannen en projecten in het kader van plattelandsontwikkeling.

Eén boom mot kunn’n

Veel vrijstaande bomen in het landschap zijn door schaalvergroting verloren gegaan. Juist zo’n enkele boom is waardevol voor vogels en insecten en maakt het landschap bijzonder. Met het project ‘Eén boom mot kunn’n’ wil de gemeente Bronckhorst beeldbepalende bomen, zoals eiken, lindes en beuken terugbrengen in het landschap. De boomsoort wordt afgestemd op de plaatselijke omstandigheden en de boom moet ruimte hebben om uit te groeien tot een mooi fors exemplaar. In de winter van 2015/2016 namen bewoners uit het buurtschap Bekveld het initiatief om onder het mom ‘Eén boom mot kun’n’ om de grondeigenaren in het buitengebied van Bronckhorst een gratis boom aan te bieden. Dit deden ze samen met de Vereniging Bomenbelang, ’t Onderholt, LTO en de gemeente Bronckhorst. Het was een groot succes. Sindsdien wordt er ieder jaar een vervolg gegeven aan het initiatief. In totaal zijn er ruim 400 nieuwe bomen geplant (tot 2020). De partijen geven daarom een vervolg aan dit initiatief.
Bronckhorst heeft het project en de uitvoering ervan gekopieerd van Anton Stortelder uit Zieuwent. De adviseur natuur en landschap bedacht het project samen met de gemeente Oost Gelre. Zijn gedachte was: ‘Er wordt zoveel gekapt in het buitengebied. Als iedereen in het buitengebied één boom plant, is dat heel mooi’.

Natuurlijk Achterhoek

Solitaire boom in het buitengebied van Vorden

De Baakse Beek rondom Vorden

Onder de titel ‘Samen voor een stroomgebied op orde’ wordt gewerkt aan een duurzame ontwikkeling van het gebied van de Baakse Beek Veengoot. De Baakse Beek rondom Vorden is een deelproject, dat uitgevoerd is van medio 2016 tot medio 2018. Zo is er onder meer een wandelroute van ‘kasteel naar kasteel’ (van Hackfort naar Vorden) en de beek heeft een doorwaadbare plaats (een voorde) gekregen. Het hemelwater van parkeerterrein De Bleek is afgekoppeld van het rioolstelsel;  het water wordt opgevangen in een wadi en kan op natuurlijke wijze infiltreren in de bodem. Bij de wadi is een natuurlijke speelplek voor de jeugd aangelegd. De voorde – stapstenen door de beek van de ene naar de andere kant – is ook te gebruiken als aantrekkelijk speelelement voor kinderen.

De oevers van de beek zijn natuurvriendelijker gemaakt en oude meanders zijn hersteld zodat meer water c.q. stroming in de beek ontstaat. Bij de Horsterkamp is een vistrap aangelegd; de vissen kunnen nu het hoogteverschil bij de stuw overbruggen en verder zwemmen. De wandelbrug bij het Kerkepad is opgeknapt en er is een nieuwe brug over de beek geplaatst, als verbinding van de wijk Vorden-Zuid naar het centrum. De bewoners zijn blij met deze brede, stevige brug ‘waar je goed overheen kunt fietsen’.
Het ontwerp is tot stand gekomen in samenspraak met aanwonenden, maar daar blijft het niet bij. Ook in het beheer van het parkgedeelte helpen de inwoners een handje. Een groep Vordenaren heeft de nieuwe speelplek geadopteerd; o.a. legen ze de afvalbakken en houden ze de voorde vrij van drijfvuil. Zo is Vorden een klein recreatiegebied aan de rand van het dorp rijker. In het project Baakse Beek Veengoot werken samen: gemeente Bronckhorst, Waterschap Rijn en IJssel, Provincie Gelderland, Natuurmonumenten en Geldersch Landschap en Kasteelen.

Natuurlijk Achterhoek

Baakse Beek bij Vorden

Aanleg kerkenpaden rond Zelhem

De gemeente Bronckhorst wil de lokale initiatieven rondom kerkenpaden op elkaar afstemmen, zodat er een regionaal padenstelsel ontstaat met een streekeigen karakter. Inmiddels zijn enkele kerkenpaden aangelegd in Halle Heide en Halle Heidenhoek.In de 17e eeuw ontstonden de kerkenpaden. Het katholieke geloof was verboden, maar veel streekbewoners bleven trouw aan het geloof en bezochten schuilkerken die in boerderijen en schuurtjes op het platteland waren ondergebracht. Omdat de kerkgangers vaak flinke afstanden moesten overbruggen om bij een kerk te komen en veel rechtstreekse wegen niet bestonden, liepen zij binnendoor over weilanden, langs slootjes, over bruggetjes en door bossen. Hierbij werd noodgedwongen over de grond van de buren gewandeld, maar iedereen kreeg recht van overpad. Zo ontstond een groot netwerk van kerkenpaden. Door de ruilverkaveling in de jaren zeventig van de vorige eeuw verdwenen de laatste kerkenpaden, samen met vele houtwallen en drinkpoelen voor het vee. Nu is een aantal van deze paden weer in ere hersteld. Boeren en privé-eigenaren werken mee en de paden komen vrij toegankelijk voor wandelaars en fietsers die van het Achterhoekse landschap willen genieten.

Natuurlijk Achterhoek

Solarpark in Hengelo

De gemeente hecht veel waarde aan duurzaamheid en wil in 2030 energieneutraal zijn. Solarpark De Kwekerij in Hengelo draagt daar aan bij. In dit zonnepark leveren circa 7.000 zonnepanelen duurzame energie op voor ruim 500 huishoudens. Bijzonder is dat men er kan recreëren in het groen tussen duizenden zonnepanelen. Het landschapspark waar zonnestroom wordt opgewekt is zaterdag 3 juni 2017 onder grote belangstelling geopend.

Er zijn vijvers met drijvende zonnepanelen, wandelpaden en natuurlijke speelplekken voor kinderen. En dat alles mooi landschappelijk ingepast in de omgeving. Het park is de eerste in z’n soort in Nederland en ligt aan de noordkant van het dorp, grenzend aan woonwijk De Kwekerij. ’s Ochtends wordt het opengesteld en ’s avonds weer afgesloten. De brilschapen die het gras in het solarpark kort hielden, zijn er niet meer. Enkele dieren liepen flinke snijwonden op door de scherpe metalen delen, waarop de zonnepanelen zijn gemonteerd. De schapen hebben het park drie seizoenen begraasd. Mede doordat alleen de paden mechanisch gemaaid werden, is er een enorme biodiversiteit in het park, waar regelmatig zeldzame bloemen en planten worden ontdekt. De stichting Solarpark De Kwekerij, verantwoordelijk voor het onderhoud, wil het park nu zo laten maaien dat er zo min mogelijk schade aan de natuur ontstaat, want de biodiversiteit staat er voorop. De stichting wil zich inzetten om het park nog fraaier en groener te maken. Er zijn plannen voor bijenkasten, vogelkasten en een waterput, evenals een kabelbaan voor kinderen. Oplaadpunten voor auto’s en fietsen zouden een mooie aanvulling zijn. Maar de belangrijkste taak is educatie bieden over duurzaamheid door rondleidingen te verzorgen en lezingen te geven.

In het project werken samen: Gemeente Bronckhorst, NL Solarpark De Kwekerij BV, Sunwatt De Kwekerij BV, NL Greenlabel en B&W Energy Nederland BV.  NL Greenlabel zorgt voor de landschappelijke inpassing. Dit bedrijf is van de bekende Achterhoekse tuin- en landschapsontwerper Nico Wissing uit Megchelen.

Schapen in Bronckhorst

Met het project ‘Schapen in Bronckhorst’ is een begin gemaakt met het terugbrengen van de schapencultuur in het landschap. Dit gebeurt vanuit de gedachte van plattelandsvernieuwing. De gemeente beheert samen met Natuurmonumenten en Schaapskudde ’t Niejboer, de bermen in ’t Groote Veld in Vorden met een gehoede schaapskudde. Uitgangspunt is vooral de cultuurhistorische waarde die van de schaapskudde met herder uitgaat. Positieve neveneffecten zijn het ecologische beheer en de toeristische waarde van de kudde. Herder Maarten van Baaren hoedt de schaapskudde met 370 schapen van het ras Groot Heideschaap.
Een groot deel van de bermen langs de zandwegen in ’t Groote Veld wordt in de zomermaanden door de schaapskudde begraasd. Om de beleving zo groot mogelijk te houden, blijven de wegen open voor recreanten. De reacties van wandelaars, fietsers en ruiters zijn erg positief.

Natuurlijk Achterhoek

Samen voor biodiversiteit

Bronckhorst heeft een prachtige en waardevolle natuur. De gemeente wil de natuurwaarde en de biodiversiteit ervan structureel versterken. Herstel van de variatie van soorten, ecosystemen en landschappen is van belang voor een rijke natuur en de basis van ons welzijn. Het plan ‘Samen voor biodiversiteit’ is onderdeel van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP). De gemeente gaat samen met inwoners aan de slag met bomenonderhoud, beheer van de bermen en het groen in de kernen. Zij ondersteunt organisaties en initiatieven die zich sterk maken voor natuurinclusieve landbouw en landschapsontwikkeling. Iedereen kan een steentje bijdragen. Enkele proeven zijn in 2019 al gestart. Zoals het project ‘Dorp en Rand’ voor het  verbeteren van de landschappelijke kwaliteit in de buurtschappen.

Project Dorp en Rand

Het project Dorp en Rand is onderdeel van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Bronckhorst, Lochem en Zutphen. Doel is de landschappelijke kwaliteit te verbeteren door aan te sluiten bij de karakteristieken van het landschap. Er lopen verschillende deelprojecten. Bij al deze projecten zijn de Stichting Achterhoek weer Mooi, de Provincie Gelderland, de gemeente Bronckhorst, de Stichting Landschapsbeheer Gelderland en de Stichting Staring Advies betrokken.

Bloemrijke bermen

De werkgroepen van project Dorp en Rand zaaien jaarlijks akkerranden, bermen of overhoekjes in met een bloemenmengsel. Bloemrijke randen en bermen trekken nuttige insecten aan die schadelijke insecten in gewassen bestrijden. Het ziet er niet alleen mooi uit, het is dus ook effectief. Daarnaast kunnen voorbijgangers genieten van deze bloemenpracht. Langs diverse fiets- en wandelpaden paden zijn bermen opgevrolijkt en ruikt het er heerlijk kruidig naar de wilde veldbloemen.

Meuhoek in Halle 

De Meuhoek onder Halle is een fraai gebied met knotelzensingels en eenmansessen. Dit kleinschalige coulissenlandschap heeft een oppervlakte van 3 km² en kent een afwisseling van graslanden, akkers, landwegen en natuurterreinen. Door de aanvoer van kwelwater is het hier van oorsprong zeer nat. In dit milieu voelt een boomsoort als de zwarte els zich goed thuis. Op de perceelsscheidingen staan maar liefst 3.000 knotelzen en elzenbomenrijen. Veel elzen zijn meer dan 100 jaar oud. Dit omvangrijke knotelzenlandschap is uniek voor de Achterhoek én voor Nederland.
Deze bomen werden vroeger regelmatig geknot. Omdat het gebruik van brandhout in de laaste dertig jaar steeds minder nodig is, dreigt het beheer van deze elzen in de knel te komen. Daarnaast heeft de Meuhoek te maken met verdroging. Deze factoren vormen een gevaar voor dit fraaie landschap. Een aantal bewoners, de Stichting Achterhoek weer Mooi en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap hebben gekeken naar de mogelijkheden om dit gebied in stand te houden. Door het afsluiten van een langjarige verplichting tussen Stichting  Landschapskapitaal en een aantal eigenaren is het onderhoud van de bomen gewaarborgd.

Natuurlijk Achterhoek Knotelzen in de De Meuhoek

Knotelzen in de Meuhoek bij Halle

Heidenhoek, Wassinkbrink en Winkelshoek

‘Trots op de Heidenhoek, de Wassinkbrink en de Winkelshoek’ heet het project van bewoners  en partnerorganisaties. De initiatieven worden één voor één uitgevoerd. Verschillende landschapselementen zijn al hersteld. De waterloop Heidenhoekse Vloed is zichtbaarder gemaakt. En de bewoners zorgen voor bloemrijke bermen en akkerranden.
De Heidenhoek ten zuiden van het dorp Zelhem is een kenmerkend oud cultuurlandschap. De buurtschap is een van de landschapsmonumenten in deze regio. Het gebied kent nog een uitgestrekt netwerk van zandwegen. De Stichting Achterhoek weer Mooi heeft een zandwegenroute van 9 kilometer uitgezet, die vanaf de rand van Zelhem voert naar het buitengebied. Onderweg zie je de sporen uit het verleden aan de hand van teksten en foto’s. Ook beleeft de wandelaar hoe het hier rond de Tweede Wereldoorlog was. Sinds 2010 loopt de etappe Zelhem-Montferland van het Pieterpad over de Heidenhoekse zandwegen.
In de Heidenhoek ligt een gaaf exemplaar van een typische ‘dodenweg’, de Barinkweg. In deze contreien spreekt men over de ‘Liekweg’. Over de lijkwegen werden de overledenen naar de begraafplaats gebracht. Vanaf de Heidenhoekse Barinkweg is de kerktoren van Zelhem te zien, waarnaar de weg leidt.

De oude spoorbaan

Ooit heeft er een treinspoor tussen Ruurlo, Zelhem en Doetinchem gelopen. Het spoor liep grotendeels over de huidige fietspaden tussen Doetinchem en Zelhem en verder via Wolfersveen richting Ruurlo. Om de herinnering levend te houden verdiepte een werkgroep zich in de historie van de oude spoorbaan. Die is nu inzichtelijk gemaakt voor inwoners en toeristen. In april 2017 is een informatiepaneel langs het traject onthuld en de website oude-spoorbaan.nl gelanceerd.

Steenderen, Bronkhorst, Baak en Toldijk

Het karakteristieke landschap rond de dorpen behouden en versterken. Daarvoor zetten bewoners, gemeente en landschapsorganisaties zich samen in. Er zijn ruim 70 initiatieven. Enkele zijn al gerealiseerd:
Het Plantenbos aan de Landlustweg in Steenderen is beleefbaarder en toegankelijker gemaakt. Er is een poel aangelegd. De oude zomerdijk is verlengd en hier loopt een pad overheen.
Langs het fietspad tussen Bronkhorst en Olburgen zijn informatieborden geplaatst over de voormalige steenfabrieken, kapel en inundatiesluis. Ter hoogte van de Lindeweg is een extra bankje neergezet. Op diverse particuliere terreinen zijn landschapselementen geplant. Zoals een struweelhaag om het aangezicht van de dorpsrand te versterken of om een bedrijf meer landschappelijk in te passen. Wildspiegels zijn geplaatst voor bescherming van het reewild aan de N314, Dolfingweg aan de zijde Baak, J.F. Oltmanstraat te Steenderen en de Vordenseweg tussen Baak en Wichmond. Bewoners zaaien akkerranden, bermen en overhoekjes in met een bloemenmengsel. Bloemrijke randen en bermen trekken nuttige insecten aan die schadelijke insecten in gewassen bestrijden. Het ziet er niet alleen mooi uit, het is dus ook effectief.

Natuurlijk Achterhoek

Bloeiende bermen.

Subsidieregeling Landschap

De Subsidieregeling Landschap maakt subsidie mogelijk voor het aanleggen, herstellen of verbinden van landschapselementen, zoals van hoogstamboomgaarden, houtwallen of houtsingels, struweelhagen, hakhoutbosjes, knotbomen, bomenrijen, solitaire bomen of poelen. De regeling is ook van toepassing op het verbeteren van kleinschalige recreatieve mogelijkheden, zoals het plaatsen van een bankje of bruggetje ten behoeve van een fiets- of wandelroute. De gemeente Bronckhorst en de Provincie Gelderland stellen samen geld beschikbaar voor het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap. De projecten kunnen ondersteuning krijgen in de vorm van kennis of bij de uitvoering. De gemeente werkt hiervoor samen met de Agrarische Natuurvereniging ’t Onderholt.

Bronnen voor dit document zijn o.a.
www.bronckhorst.nl, Gebiedsbeschrijving Bronckhorst, Wikipedia, Landschappelijk Ondernemen in de Achterhoek, Stichting Achterhoek Toerisme en websites van bedrijven en organisaties.

Mystieke plekken in het landschap

Er zijn tientallen mystieke plekken in het landschap van de Achterhoek die de bron vormen voor opmerkelijke volksverhalen, zo ook in de gemeente Bronckhorst. In de 19e eeuw werden ze in verschillende varianten opgeschreven, maar de verhalen leven voort tot op de dag van vandaag. Ze behoren bij het niet zichtbare ofwel immateriële cultureel erfgoed, ook bekend onder de term ‘landschapsmythologie’.

Zunnebelt bij Vorden

Vlakbij kasteel de Wildenborch ligt een grote heuvel, de Zunnebelt. Heuvels met de naam Zonneberg of Zonneheuvel zouden vroeger gebruikt zijn als zonneofferplaats voor het heidense volk. De heuvel heeft aan de voet een afmeting van ongeveer 80 bij 60 meter. De top is duidelijk kunstmatig afgevlakt tot een plateau met een afmeting van ongeveer 30 bij 30 meter. Er werd een hoefijzervormige omwalling ontdekt bij een onderzoek tussen 1900 en 1909. De heuvel zelf heeft een hoogte van 35 meter boven NAP. De belt ofwel bult is te vinden als je van de Wildenborchseweg aan de rechterkant de Reeoordweg ziet liggen. De slagboom van huisnummer 8 wijst naar de Zunnebelt, die zelf circa 50 meter verder in het bos ligt, aan de rechterkant van de weg.

Schelleguurkensbelt bij Vorden (1)

Nabij de Zunnebelt liggen meer kleine heuvels. Je vindt ze als je van Vorden oostwaarts naar kasteel de Wildenborch loopt. De bekende dichter, jurist en landbouwkundige A.C.W. Staring die daar woonde, schreef rond 1830 over de Schelleguurkensbelt, een heuvel met een bron. Een arbeider zou in een donkere nacht bij de heuvel een verlichte ruimte hebben gezien. In de ruimte zag hij een schat. Op de plek kon men in de Kerstnacht een klokje horen luiden. Een ‘Guurken’ was een klein ondeugend mannetje.

Schelleguurkensbelt bij Vorden (2)

De eerste hoogleraar Germanistiek en Sanskriet, Johan Hendrik Gallée (1847-1908) uit Vorden, schreef begin 20ste eeuw over een variatie op het verhaal van de witte wieven (of Vüleken) die in de heuvels zwierven. Een stiefdochter van een boer was eens op een kerstavond langs de belten gelopen, nadat ze olie was gaan halen in het dorp. Eenmaal bij de belten was een van de heuvels geopend. Licht scheen uit het huisje. Een oude vrouw kwam naar haar toelopen en zei: ,,Ik heet Guurte, kom er maar in en neem zoveel je wilt.’’ Het meisje nam een zilveren kandelaar mee. De boerin wilde dit later ook proberen. Zij was echter zo inhalig dat ze opgesloten werd in de heuvel toen de klok 12 uur sloeg. Ze bleef daar zeven jaar. Toen ze weer thuiskwam, bleek haar man hertrouwd. Van woede veranderde ze in een zwarte kat. Gallée noemt bij dit verhaal ook een grotere bult, de Vülekensberg, die toen al afgegraven was. De witte wieven die daar woonden, keerden ’s nachts bij de boeren het melkgerei om.
Lees hier het hele verhaal van Schele Guurte, uit het boek ‘Volksverhalen uit Gelderland’, samengesteld door Henk Krosenbrink uit Winterswijk.

Lemkesbeumken en Smoks Hanne in Zelhem

Aan de Barinkweg, die vanaf de Brinkweg in Zelhem richting Heidenhoek loopt, ligt een plek die in de volksmond bekend staat onder de naam Lemkesbeumken. Het was een kenmerkend punt, omdat men hier het dorp Zelhem binnenging vanaf de zuidkant. Voorheen zou hier een boom hebben gestaan op hogere zwarte grond. In de boom hing volgens de verhalen een lamp die de passerende reiziger bijlichtte, vandaar de naam Lemkesbeumken. De Barinkweg was oorspronkelijk een lijkweg (Liekweg), waarlangs de begrafenisstoet vanuit de Heidenhoek naar Zelhem trok. Als de stoet bij de Lempesbeumken was, werd ze zichtbaar vanuit de kerktoren en begon men de klokken te luiden.

In de omgeving van de Lemkesbeumken woonden kolenbranders in plaggenhutten. Eén van de bewoners was de kruidenvrouw Smoks Hanne. Zij zou genezende en helderziende gaven hebben gehad. Men denkt dat ze geleefd heeft in de 19e eeuw. Smoks Hanne moet een markante figuur zijn geweest in Zelhem en omgeving. De verhalen rondom haar persoon zijn in de loop der tijd steeds groter geworden. Inmiddels is ze gepromoveerd tot een goede toverheks. In het dorp kun je niet om Smoks Hanne heen, het kruidenvrouwtje met een eigen gedicht en standbeeldje. Veel lekkernijen zijn naar haar vernoemd.

De Boelekeerl in Halle en Zelhem

Op de grens van Halle en Zelhem speelt het verhaal van de Boelekeerl. Het verhaal speelt zich  midden 19e eeuw af. In die tijd was er nog veel heide en veen te vinden bij Halle en Zelhem. Daar woonden arme mensen met bijnamen als Rooie Arie, Pannekoeken Willem en Jan Bannink van het Verzopen Gat. Rooie Arie was op 1 april 1852 aan het maaien op de heide toen hij Mieneke, de dochter van Jan Bannink, aan zag komen lopen. Ze maakten een praatje en even later liep zij van de heide naar het moerassige veen, de Halsevloed. Niet veel later hoorde Arie een vreselijk gegil van een vrouwenstem van achter het bosje. Hij rende naar de plek des onheils en zag Mieneke op haar buik in het water liggen, vechtend voor haar leven. Een grote vuist hield haar mond dicht en een andere vuist probeerde haar onder water te trekken. Arie maaide met een zwaai van zijn zeis de vuist weg en pakte de groenige vuist uit het water. Hij zei tegen Mieneke: ,,Daar was hij dan, die smeerlap, die lapzwans. Jaren zie je hem niet en ineens is hij er weer.’’ Arie had het over de Boelekeerl. Eens per 150 jaar komt hij tevoorschijn. Niemand weet wanneer en hoe vaak hij toeslaat. En ook weet niemand hoe zijn gezicht eruit ziet. Arie begroef de vuist achter het kippenhok.
Met het verhaal van de boelekeerl ofwel boeman werd in vroeger tijden kinderen angst aangejaagd om ze op die manier bij putten, sloten en poelen vandaan te houden.

Door het veen en het natuurgebied Heidenhoeksevloed is een wandelpad aangelegd met de naam Boelekeerlspad. De legende wordt werkelijkheid: midden in een poel steekt de hand van de boelekeerl omhoog, klaar om iedereen te grijpen die te dicht in zijn buurt komt. Lees hier meer over de route en de startpunten. Ook lees je er een lange versie van het verhaal, zowel in het Nederlands als in het dialect, van verteller en tekenaar Herman Peppelman uit Varsseveld.

Zwarte en Witte Kolk en Wrangebult bij Hummelo en Keppel

Natuurlijk Achterhoek, Wrangebult, Hummelo, Gemeente Bronckhorst

Bij Hummelo en Keppel liggen meerdere plekken met een mysterieuze naam bij elkaar. Volgens de overlevering zou het spoken in het bos ten zuiden van de Hessenweg bij Hummelo. Om precies te zijn bij de Wrangebult en de Zwarte en Witte Kolk. Om middernacht rijzen de witte wieven op uit het water van de Witte Kolk en verplaatsen zich vervolgens naar de Wrangebult. Daar houden ze een geheime bijeenkomst en na een uur keren ze weer terug naar het water. Witte wieven manifesteren zich als langzaam zwevende wit of vuilwit geklede vrouwenfiguren. In werkelijkheid zijn het nevelslierten, die de mensen in het maanlicht tussen de bomen zien. De benaming met ‘zwart’ en ‘wit’ komt vaker in volksverhalen voor. De betekenis ervan zou gerelateerd zijn aan de dood. De Wrangebult zou een offerheuvel van de heidenen geweest zijn.

Het verhaal gaat dat bij de Zwarte en Witte Kolk gevechten hebben plaats gevonden tussen de bewoners van Hummelo en Keppel. Dit zou te maken hebben met de Saksische achtergrond van de Hummelosen en de Frankische afstamming van de bewoners van Keppel. Naar verluidt diende de Wrangebult in de Middeleeuwen als een plaats waar recht gesproken werd door de heren van Keppel, én als galgenberg. De mensen werden op de bult terecht gesteld.

Dr. B.J. Westerbeek van Eerten was huisarts in Hummelo van 1917 tot 1950. Hij kwam in het dorp toen het feodalisme en het volksgeloof nog niet waren verdwenen. Hij had gehoord dat sommige mensen paranormale ervaringen hadden gehad bij de Wrangebult. Of dat ze er ’s nachts werden tegengehouden; ze voelden een druk tegen de knieën of bij de nek. Zelf ervoer hij tijdens een wandeling ook een keer een angst die hem aan het rennen bracht. Hij had hier niet over durven praten totdat hij ook andere mensen soortgelijke verhalen hoorde vertellen.

Een van die verhalen is opgeschreven door Henk Krosenbrink uit Winterswijk. Plekken als de Wrangebult, Witte en Zwarte Kolk, en ook de Weppe en het Hennendal (stroompje en dal waar de kolken afwateren) komen voor in zijn boek ‘De Oele Röp, Achterhoekse Volksverhalen’ (1968).

De wandelroute ‘Kolkenkring – rijk der magie’ wordt beschreven in het boekje ‘Wandelen en fietsen in Hummelo en Keppel’ van J.G. Vos en G.M. Rabeling (1986). Deze 5 km lange route leidt langs de Wrangebult, de Witte Kolk en Zwarte Kolk.

Al deze mysterieuze plekken zijn beschreven in de Gebiedsbeschrijving Bronckhorst (2013). Dit is een uitgave van het Gelders Genootschap en de gemeente Bronckhorst.