Doesburg Algemeen

Over de gemeente

De allerkleinste gemeente in de Achterhoek, dat is de gemeente Doesburg met een oppervlak van 1.296 hectare en ruim 11.000 inwoners. Ze wonen voornamelijk in de stad Doesburg, want zoveel buitengebied is er niet. Het pittoreske Hanzestadje aan de rivier de IJssel is van oudsher bekend om de mosterd en de vele historische gebouwen, zoals De Waag en het fraaie stadhuis uit de 15e eeuw. Daar zetelt burgemeester Loes van der Meijs.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

Achterhoek

De gemeente Doesburg ligt op het snijpunt van Achterhoek, Liemers en de Veluwe. In Doesburg hebben ze het wel eens over een ‘drielandenpunt’. Aan de ene kant kun je het coulissenlandschap van de Achterhoek in. Aan de andere kant heb je de Veluwe met de Posbank, bossen en heidevelden en aan de overkant van de Oude IJssel ligt het vlakke Liemerse land. Voeg daaraan toe dat de Oude IJssel en de IJssel elkaar ontmoeten bij het Hanzestadje en het is duidelijk dat deze gemeente een bijzondere geografische positie inneemt. Als je de IJssel en de Oude IJssel als grens neemt, dan liggen de wijken Beinum en Beinum-West in de Liemers. Zij liggen immers aan de overkant van de rivier. Maar het centrum van Doesburg is toch écht Achterhoek.

Hier en daar wappert fier de groene Achterhoekse vlag in het stadje, al zie je hem niet zo veel als in de andere Achterhoekse gemeenten. Dat is niet zo gek. Begin 20ste eeuw was Doesburg nogal arm. Maar de laatste pakweg vijftig jaar is de hele binnenstad gerestaureerd, zijn de huizenprijzen flink gestegen en zijn er heel wat mensen van buitenaf naar Doesburg gekomen. Ze wonen graag in een rustige omgeving met een historisch karakter. Feit is dat bij de import, zoals de westerlingen vaak genoemd worden, het Achterhoekgevoel minder is.

De brug

Wie Doesburg vanuit het noorden nadert ziet in de verte al de brug over de IJssel. De totale overspanning van de boogbrug is 138 meter. In 1643 kreeg Doesburg al een schipbrug over de IJssel. Na de verwoesting door de Fransen in 1672 zou het tot 1721 duren eer het stadsbestuur een nieuwe schipbrug aanlegde. De schipbrug bestond uit een rij schepen naast elkaar in de IJssel, met daarop de houten pijlers van de brug. Deze bijzondere brug, die dé toegang tot de Achterhoek vormde, lag er echter regelmatig uit bij hoog water en ijsgang en vanwege de scheepvaart. De schipbrug was een tolbrug en die leverde dus inkomsten op voor Doesburg. Daarom heeft het tot 1952 geduurd voordat de nieuwe vaste brug werd gerealiseerd, de IJsselbrug.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

In 2016 kreeg de IJsselbrug de naam Alexander Ver Huellbrug. Deze man, tekenaar en schrijver, werd in 1822 in Doesburg geboren. Na zijn overlijden in 1897 liet hij een bedrag van 77.000 gulden na om een vaste oeververbinding over de IJssel te bekostigen. Doesburg gebruikte het geld destijds voor andere doeleinden, waarna in 1952 de brug alsnog werd aangelegd. Al is de naam nu officieel Alexander Ver Huellbrug, de inwoners van de Achterhoek hebben het nog altijd over de IJsselbrug. Dagelijks rijden er zo’n 20.000 auto’s overheen.

Lees meer over de schipbrug op de site van Doesburg Toen en Nu. Of lees het verhaal ‘Een geschilderde impressie’ op de site van de Bruggenstichting. Het schilderij ‘De brug te Doesborgh’ uit 1889 behoort tot de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. In erfgoedmuseum De Roode Tooren in Doesburg hangt een maquette van de allerlaatste schipbrug van Nederland.

Hanzestad

Doesburg is een van de zeven Hanzesteden aan de IJssel. In 1447 werd Doesburg lid van de Hanze, en dat bracht de nodige welvaart in de stad. De Hanze was aanvankelijk een samenwerkingsverband van kooplieden en vanaf 1356 van steden. Het vroegere Hanzestedenverbond was internationaal. 70 belangrijke en 130 kleinere steden sloten zich aan bij het verbond, dat het gebied omvatte van Nederland tot Estland en van Zweden met een lijn van Keulen naar Erfurt, tot aan Krakow toe. Maar de invloed van de Hanzesteden reikte veel verder. Van Portugal tot Rusland en van Scandinavië tot Italië. Tegenwoordig is het internationale Hanzestedenverbond opnieuw krachtig en levend. De nieuwe HANZE omvat 182 steden uit zestien Europese landen. In de tijd van het middeleeuwse Hanzeverbond ontmoetten de aangesloten steden elkaar tijdens een Hanzedag. De nieuwe HANZE laat deze traditie herleven. Elk jaar is een andere Hanzestad gastheer voor dit verbond. En natuurlijk is Doesburg ook altijd van de partij.

De zeven Hanzesteden aan de IJssel, later uitgebreid met Elburg en Harderwijk, hebben zich georganiseerd in een toeristisch platform: Visit Hanzesteden. Lees hier meer over Doesburg en de Hanze, op Toen.NU, onderdeel van de Canon van Nederland.

IJsselkade

Rond het jaar 2000 is de dijk aan de IJssel onder handen genomen en aangepast aan de veiligheidseisen. De dijk is 440 meter lang en bestaat uit een hoge en lage kade. De hoge kade ligt op het peil van de dijk. De lage kade bestaat uit kasseien, ligt buitendijks en fungeert als aanmeerplaats voor schepen. Hij overstroomt bij hogere rivierstanden. De witte strepen in de kademuur geven de verschillende waterstanden uit het verleden weer. In de muur van de hoge kade is een brede zittrap opgenomen met een prachtig uitzicht over de rivier en de voorbij varende schepen.

Aan de fraaie boulevard heeft de Italiaanse architect Adolfo Natalini een woontoren dat met de IJssel meebuigt. De lichte kromming van de rivier zie je terug in de gevels van de appartementen en de rij grachtenwoningen daarachter. Ze liggen als een schil tussen het centrum en de rivier. Eigentijdse architectuur in harmonie met het historische Doesburg.

De opvallende beeldengroep bij de kade is van de Italiaanse kunstenaar Roberto Barni. Drie lange magere mannen variërend in lengte van één tot vier meter. Een herkenbaar en veel gefotografeerd beeld!  De rivier de IJssel inspireert dus architecten en beeldhouwers, maar ook dichters. Op twee zuilen aan de kade wordt de rivier dichterlijk geëerd. Stadshotel Doesburg is een bij inwoners en toeristen geliefde horecalocatie aan de boulevard.

Toerisme

In de fraaie middeleeuwse straten komen cultuur en historie samen. Toeristen komen voor de sfeer in het Hanzestadje, voor de historische panden, voor Stadsbierhuys de Waag uit 1478 die daarmee de oudste horecagelegenheid van Nederland is, voor de vele kunstgaleriëen en leuke kleine winkeltjes, voor het Mosterdmuseum en het erfgoedmuseum De Roode Tooren. Maar de grootste publiekstrekker van de laatste jaren is het Lalique Museum, dat geheel gewijd is aan de Franse glaskunstenaar René Lalique. De bezienswaardigheden liggen allemaal op loopafstand van elkaar.

Populair, aldus de VVV, zijn de stadswandeling onder leiding van een gids, de huifkartocht door het stadje en de torenbeklimming van de Martinikerk. Ze vinden gretig aftrek in de vakantieperiodes, net als de mosterdsoep die bij de horecazaken op de kaart staat. Dan zijn er nog de vele evenementen, zoals de Doesburgse Hanzefeesten, de IJsselbiënnale, Doesburg Binnenste Buiten, de Doesburgse Kadedagen, de Fotografica Markt en de Culturele Zondag op de eerste zondag van de maand. Met name Lalique en de Culturele Zondag trekken jaarlijks tienduizenden bezoekers uit Nederland, maar ook uit Duitsland en België.

Volgens cijfers van de gemeente ontvangt Doesburg jaarlijks circa 1 miljoen bezoekers. In het seizoen zitten alle b&b’s vol. Campers kunnen terecht in de Turfhaven en kampeerders op de campings aan de IJssel, zoals het IJsselstrand en het Zwarte Schaar. Er zijn hier ook enkele jachthavens voor de pleziervaart. Klik hier voor de 10 aanraders van de stad Doesburg.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

Bedrijven

De twee grootste bedrijven van Doesburg zijn Ubbink en Rotra, gevestigd op  bedrijventerrein Verhuellweg. Ubbink is producent van verwarmings- en installatiesystemen. Het bedrijf dateert uit 1896, toen Barend Ubbink een ijzergieterij oprichtte in Doesburg. Rotra  is een internationale speler op het gebied van transport en logistiek. Op Beinum-West zitten de wat kleinere en middelgrote bedrijven.

De historie van Doesburg

Doesburg wordt voor het eerst genoemd in een akte die dateert uit de 11e eeuw. In die tijd bestond de omgeving uit moerassen en zandruggen, waarvan sommige bewoond werden. De naam Doesburg duidt ook op een dergelijke omgeving. Volgens taalkundigen waren does, duis en doze benamingen voor een met struiken of bomen begroeid moeras. De toevoeging van het woord burg aan het woord does wijst op een burcht of nederzetting in een dergelijk moerasgebied.

Van nederzetting tot stad

Doesburg was gunstig gelegen op de plek waar de Oude IJssel in de Gelderse IJssel stroomt. Hierdoor groeide ze uit tot een sterke nederzetting. In 1237 ontving Doesburg stadsrechten. In het jaar 1343 breidde de stad nog verder uit, nadat hertog Reinald II van Gelre en Zutphen hiervoor toestemming had gegeven. De huidige Ooipoortstraat en Meipoortstraat kwamen binnen de muren te liggen. Vanaf dat moment had Doesburg vier stadspoorten: de Veer- of Saltpoort, de Koepoort, de Meipoort en de Ooipoort. Inmiddels was de stad een belangrijk administratief middelpunt geworden van een groot gebied dat tot aan Emmerik reikte. Na Zutphen was Doesburg steeds de tweede stad van de Graafschap en is dit tot in de 19e eeuw gebleven. Ook het lidmaatschap van de Hanze, sinds 1447, bracht de nodige welvaart in Doesburg.

De terugval

Aan het einde van de 15e eeuw keerde het tij echter. De welvaart van Doesburg liep terug. Eén van de oorzaken hiervan was het verzanden van de IJssel. In 1552 is daarom besloten de rivier te verleggen. Het mocht echter niet baten. De eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog en de Franse bezetting van 1672 tot 1674 brachten de stad in een nog dieper dal. Doesburg was van een handelsstad vervallen in een marktplaatsje. Een groot deel van de inwoners leefde van landbouw en veeteelt. Slechts als vesting had ze nog enige betekenis. Vanaf 1607, toen Maurits de stad als grensvesting inrichtte, tot 1945 heeft Doesburg vrijwel permanent een garnizoen binnen haar wallen gehad. In de Tweede Wereldoorlog bleef Doesburg grotendeels gespaard.

Van vestingstad naar moderne stad

In 1701 ontwierp Menno van Coehoorn plannen om ten oosten van de stad een versterkte verdedigingslinie aan te leggen. De verdedigingslinie werd tussen 1702 en 1730 aangelegd. In de praktijk betekenden deze wallen echter ook een ruimtebeperking, waardoor Doesburg  werd belemmerd in haar uitbreiding. Hierdoor stagneerde zelfs de industrialisatie. Een groot deel van de verdedigingslinie is overigens nog steeds aanwezig en staat bekend onder de naam Hoge en Lage Linie of de Batterijen. In 1923 is de vestingstatus van Doesburg opgeheven. Later zijn de wallen tot beschermd natuurgebied verklaard. Staatsbosbeheer is eigenaar van het gebied.

Sinds 1925 vond er op beperkte schaal woningbouw plaats, allereerst in het Molenveld. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook het Zuidelijk en Noordelijk Molenveld in twee fasen volgebouwd. In de jaren 60 van de vorige eeuw werd vervolgens de nieuwbouwwijk De Ooi gerealiseerd. Na de grenswijziging in 1974 werd Beinum, aan de overkant van de Oude IJssel, deel van Doesburg; hier werd nog verder uitgebreid. Maar in het centrum is de historische rijkdom volop af te lezen van de prachtige gevels en het ongeschonden middeleeuwse stratenpatroon. Bron: Stadsgids Doesburg

Historische binnenstad

Doesburg met zijn middeleeuwse stratenpatroon kent maar liefst 360 beschermde monumenten en beeldbepalende panden. Veel bouwwerken uit de 14e, 15e en 16e eeuw zijn bewaard gebleven. Aan de gevels hangt een schildje rijksmonument of gemeentelijk monument en/of een bruin bordje met informatie over de historie van het pand. Dit heeft ervoor gezorgd hebben dat de binnenstad in 1974 als beschermd stadsgezicht is aangewezen door het rijk.

Stadhuis

Middelpunt is het stadhuis uit de 15e eeuw. In het rijksmonument zetelt het college van burgemeester en wethouders in de raadzaal. De trouwzaal is een prachtige entourage voor een huwelijkssluiting. Naast het stadhuis vind je sinds 1478 de Waag. De trapgevels van deze historische gebouwen zijn voorzien van rood-witte luiken; ze ademen de sfeer en de invloed van de baksteengothiek uit de Hanzeperiode, met schitterende details.

Het stadhuis bestaat uit verschillende panden. De oorspronkelijke kern is het Schepenhuis, gebouwd in de 15e eeuw. Het achterliggende Stadswijnhuis stamt uit dezelfde tijd, rond 1475. In het Schepenhuis werden onder meer terechtstellingen uitgevoerd. In het Stadswijnhuis ontving de magistraat zijn gasten onder het genot van een goed glas wijn. In 1663 zijn de twee panden samengevoegd. Het complex is vlak voor de Tweede Wereldoorlog gerestaureerd. Bij deze restauratie kwam ook een uitbreiding met het naastgelegen gebouw de Hoofdwacht. Weer later werd het laatgotische Hof Gelria erbij getrokken. Tijdens de restauratie werd op de hoek van de Koepoortstraat en de Roggestraat een beeld van Sint Maarten geplaatst. Het beeld staat boven de Blauwe Steen, een laatste stuk dat nog rest van een voormalige schandpaal. In de kelder van het stadhuis bevinden zich kruisgraatgewelven, steunende op vier zandstenen pilaren. De raadzaal heeft een schouw met pleisterwerk, voorstellende het Salomonsoordeel, uit 1665. De schouw stamt dus uit dezelfde periode toen het Schepenhuis en het Wijnhuis samengevoegd werden.

De Waag

Hoe is Stadsbierhuys De Waag ontstaan? Doesburg is eeuwenlang een handelsstad geweest; in 1447 sloot zij zich aan bij de Hanze. Dit verbond diende ter bescherming van de steden tegen de vele roverijen die er plaatsvonden. Handelaren moesten over de inkomende goederen belasting betalen aan de stad Doesburg. In die tijd gebeurde dit op basis van het gewicht. Vandaar dat de goederen gewogen moesten worden. In 1478 is De Waag van Doesburg dan ook in gebruik genomen.

De pachter van De Waag had tevens het monopolie op de verkoop van bieren in de stad. In de 15e eeuw was bier dé volksdrank; water bevatte immers te veel ziektekiemen. Zo is De Waag ontstaan als combinatie van waaggebouw en stadsbierhuis. Arbeiders kregen er een gedeelte van hun loon uitbetaald in bier, kooplieden sloten er contracten af en jongeren zongen er hun drinkliederen onder het genot van een kruik bier. De Waag werd zo de centrale ontmoetingsplaats van Doesburg. Dit is eigenlijk door de eeuwen heen nooit wezenlijk veranderd. Gedurende de laatste vijf eeuwen was het pand uitsluitend herberg, café en restaurant. De Waag is daarmee de oudste horecagelegenheid van Nederland en wordt dan ook vermeld in het Guiness Book of Records. Bron: De Waag. 

Martinikerk

Kenmerkend is ook de 95 meter hoge toren van de Grote of Martinikerk in hartje Doesburg, het hoogste gebouw van Gelderland. De huidige vormen van de kerk dateren uit 1493-1521. De toren is een stuk jonger. Deze werd in 1959 herbouwd nadat de Duitsers dit ideale uitkijkpunt vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog met dynamiet opbliezen. In de monumentale kerk zijn regelmatig exposities, concerten en voorstellingen.
Onder leiding van de torengids kun je de 220 treden van de toren beklimmen. Deze beklimming wordt beloond met een spectaculair uitzicht over de stad, het IJssellandschap en vergezichten over de Veluwezoom, Achterhoek en Liemers. De gids vertelt alles over de geschiedenis van de toren, het carillon en de Hanzestad. De torenbeklimming is favoriet bij toeristen; de activiteit is dan ook één van de tien aanraders voor een bezoek aan Doesburg.

Vredesmonument

Pal naast de kerk staat het glazen vredesmonument van Jan Wolkers, met daarin opgenomen een 16e eeuwse Angelusklok. De sculptuur bestaat uit twee metershoge zuilen met vleugels van glas. Voor de sokkel ligt de klok, verzonken in een ‘sarcofaag’ onder een dikke glazen plaat met opschrift: Toen de klok zweeg, verschenen de vogels van de vrijheid. Daarmee doelend op de Spitfires en Hurricanes van de geallieerden. Vlakbij het monument aan de Kerkstraat ligt de ‘luisterplek’ die het oorlogsverhaal over de Martinikerk vertelt. De veldkei werd onthuld in het kader van de Liberation Route Europe. Er is een fragment over de oorlog en de bevrijding van Doesburg te beluisteren.

De Gasthuiskerk

De kleinere Gasthuiskerk ofwel de Antoniuskapel dateert uit de 14e eeuw en werd gebouwd als hospitaal en gasthuis voor doorgaande reizigers. Ze waren onderdeel van de Gestichten van Weldadigheid, en dat is nog steeds zo. De kerk en het pittoreske hofje met de gasthuiswoningen zijn een bezienswaardigheid. De huisjes worden nog steeds bewoond, en zijn zeer geliefd. De Gasthuiskerk profileert zich tegenwoordig als het culturele hart van Doesburg. Op het programma staan o.a. concerten, exposities, lezingen, culturele excursies en cabaretvoorstellingen. Daarnaast houdt de Remonstrantse Broederschap hier kerkdiensten.

Het Arsenaal

Het Arsenaal aan de Kloosterstraat is een begrip in Doesburg. Het bijzondere gebouw met ossenbloedrode luiken kent een rijke historie die teruggaat tot de Middeleeuwen. Het Arsenaal is één van de hoofdgebouwen van een voormalig middeleeuws klooster. Na de Reformatie was het eeuwen in gebruik als kazerne en wapenopslag. De laatste tachtig jaar raakte het in verval, maar inmiddels is het Arsenaal volledig gerestaureerd en een spil van bedrijvigheid geworden.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

Behalve de handel speelde het geestelijke leven ook een grote rol in de stad. In de Middeleeuwen kende Doesburg meerdere kloosters en religieuze ordes. Het Grote Convent, of ‘Convent van Maria op de Grave’ (Mariëngrave) was oorspronkelijk een begijnhuis, en werd voor het eerst vermeld in 1334. Het lag toen aan de gracht, net buiten de omwalling van Doesburg. Vandaar de naam ‘op de Grave’, wat op de gracht betekent. Een halve eeuw later, kort voor 1400, kwam het complex binnen de stadsmuren te liggen en werd het volledig herbouwd in steen aan de huidige Kloosterstraat. Kort daarop verrees hier ook een kapel en een eigen begraafplaats. In 1446 werd het Grote Convent een echt klooster. Ruim tien jaar later was het klooster zo rijk dat het zich een nieuw hoofdgebouw kon veroorloven. Het enorme gebouw dat er nu nog staat, dateert uit 1458. Vermoedelijk waren hier de slaapzaal en de eetzaal gevestigd en werden er ambachten door de nonnen uitgeoefend. De kelders en de grote zolder dienden voor opslag.

Na de Reformatie van Doesburg mocht het Grote Convent blijven bestaan, maar geen novicen meer aannemen. Toen in 1626 de laatste zuster overleed, was het gedaan met het klooster. De bezittingen vervielen aan de stad. Doesburg werd een garnizoensstad. De leegstaande kloostergebouwen bleken rond 1730 prima geschikt voor het huisvesten van soldaten. De vleugel aan de Kloosterstraat werd in gebruik genomen als kazerne; de haaks erop staande vleugel vormde het arsenaal ofwel de wapenopslagplaats. De aanwezigheid van ruige militairen drukte een sterk stempel op de stad.

In 1933 trok het Ministerie van Defensie het garnizoen terug uit Doesburg en verlieten de militairen het arsenaal. De daarop volgende periode van verval en gedeeltelijke leegstand deed het gebouw geen goed. De meest recente restauratie is in 2014 voltooid. In de historische ambiance zit nu grand-café Het Arsenaal 1309, de Sociëteit, het Filmhuis en enkele kleine bedrijfjes. En het jaartal 1309? In dat jaar zou al de toestemming gegeven zijn voor de bouw van een nonnenklooster in Doesburg.

Musea

Mosterdmuseum

Waar de mosterd vandaan komt? Uit Doesburg natuurlijk! De Doesburgsche Mosterd- en Azijnfabriek is een ambachtelijk bedrijf en museum ineen. ‘Sinds 1457’ vermeldt het bord aan de gevel in de Boekholtstraat. Hier wordt nog altijd op ambachtelijke wijze en volgens geheim recept de Doesburgsche mosterd gemaakt. De ingrediënten: water, zout, suiker, azijn en mosterdzaad. Meer is het niet. Maar met een zeer specifieke verhouding tussen het juiste gele en bruine Canadese mosterdzaad en de overige ingrediënten, zoals de zelfgemaakte azijn. Alleen die combinatie levert volgens eigenaar Rokus van Blokland ‘de enige echte Doesburgsche mosterd op’. Het familiebedrijf ontvangt jaarlijks zo’n 15.000 bezoekers. Je kunt er zelf rondkijken of je aansluiten bij een rondleiding. Van Blokland demonstreert verschillende oude apparaten, zoals een mosterdmolen en een ingenieus apparaat om de mosterdpotten mee te vullen.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

Al in 1457 werd er in Doesburg mosterd gemaakt. De oudste aantekening over de huidige mosterdfabriek stamt echter uit 1806. Rond 1900 werd de Doesburgsche mosterd in de wijde omgeving tot diep in de Achterhoek met kruiwagens en paard en wagen verkocht. Het goedje zat in Keulse potjes, afgedicht met een varkensblaas. Ook nu nog is de Doesburgsche mosterd in de originele Keulse potjes in de museumwinkel te koop. Lees hier meer over de historie.

Met het museum wordt de eeuwenoude band tussen Doesburg en mosterd voortgezet. Overal in de stad komt de mosterdliefhebber aan zijn trekken. Verkrijgbaar zijn o.a. mosterdkoekjes, mosterdkroketten, mosterdkaas, mosterdbonbons en zelfs mosterdijs. Op de site van het museum staat het recept voor de Doesburgse mosterdsoep. Bij diverse restaurants en eetcafés staat de pittige soep op de kaart. En tijdens de jaarlijkse Mosterd & Fooddag is er een verkiezing van de Beste Doesburgse Mosterdsoep.

Lalique Museum

Tegenwoordig is het Lalique Museum in de Gasthuisstraat 1 nog bekender dan het Mosterdmuseum. Van heinde en ver komen tienduizenden bezoekers naar de verfijnde juwelen en glaskunst van de Franse ontwerper René Lalique (1860-1945) kijken. Het is slechts één van de vier musea in de wereld die exclusief aandacht schenken aan deze kunstenaar uit de art nouveau- en art deco-periode. Lalique werd in 1900 internationaal gezien als dé ontwerper van het moderne sieraad. Er zijn honderden unieke vazen, parfumflacons en verscheidene exclusieve juwelen te bewonderen, die vervuld zijn van symboliek en details. Lalique werkte met een loep. In het museum zijn touchscreens waar de bezoeker kan inzoomen op de details van de tentoongestelde objecten. Het museum schenkt daarnaast aandacht aan werken van tijdgenoten, zoals Jan Toorop. Ook zijn er regelmatige tijdelijke tentoonstellingen. Gidsen geven uitleg bij de collectie.

Het Lalique Museum heeft een tweede expositieruimte in gebruik genomen tegenover het monumentale pand aan de Gasthuisstraat. De uitbreiding is noodzakelijk om de sterk groeiende bezoekersstromen in goede banen te kunnen leiden. In 2018 bezochten maar liefst 40.000 bezoekers het relatief jonge museum; het opende zijn deuren in 2011. De schatting voor 2019 is tussen de 70.000 à 80.000 bezoekers!

De Roode Tooren

De historische vereniging Stad en Ambt Doesborgh exploiteert het streekmuseum De Roode Tooren. Dit oudste museum van Doesburg (opgericht in 1950) aan de Roggestraat 9-11 is gewijd aan de stad, de streek en haar inwoners. Met o.a. een compleet ingerichte kruidenierswinkel uit 1890, een werkende tabakskerverij uit 1894 en een maquette van de oude Schipbrug over de IJssel die in 1952 werd opgeheven. Met archeologische vondsten en voorwerpen die herinneren aan Doesburg als vestingstad. Veel aandacht is er ook voor Theo Colenbrander (1841-1930), Nederlands eerste industrieel ontwerper en geboren Doesburger. En er is een portrettengalerij van nog meer bekende Doesburgers uit vorige eeuwen. Benieuwd wie dat zijn? Hun leven en betekenis staan mooi beschreven in een boekje. Het is gratis verkrijgbaar in de kleine museumwinkel met erfgoedproducten.

Naast de vaste collectie zijn er elk jaar wisselende tentoonstellingen. In 2019 (nog tot en met 1 maart 2020) is het thema ‘Hessenwegen en kiepkerels in de Achterhoek’. De expositie belicht het handelsverkeer vanaf de Hanzetijd naar en via Doesburg. Interessant voor iedereen die meer wil weten over de Achterhoek. De Roode Tooren is gratis toegankelijk, al wordt een vrijwillige bijdrage in de giftenbus op prijs gesteld.

Het museum heeft daarnaast een jaarprogramma met filmavonden en lezingen, uiteraard weer over Doesburg en de Achterhoek. Een paar keer per jaar organiseert De Roode Tooren de vestingwandelingen. De wandeling duurt ongeveer twee uur en besteedt aandacht aan de vestingbouwgeschiedenis en de natuuraspecten van de Hoge Linie. Een bijzonder monument dat in het jaar 1702 is aangelegd.

Verzamelingen

Naast deze drie bekende musea zijn er kleinere collecties en tentoonstellingen voor de liefhebbers. Eigenlijk zijn het verzamelingen van oudere Doesburgers.

Roel Fokken, de man achter de bekende Fotografica-markt in Doesburg, toont zijn cameraverzameling uit de periode 1840 tot 1990. In zijn museumwinkel in de Meipoortstraat 37 staat het vol met camera’s in allerlei soorten en maten, allemaal nog uit het analoge tijdperk. De meest imposante zijn de houten camera’s met glasplaten. Roel Fokken verhuurt ze voor filmproducties. En soms speelt hij zelfs een rol in een landelijk bekende film. Uiteraard als fotograaf!

Bij de historische drukkerij De Arend is te zien hoe in vroeger tijden boeken werden gedrukt. Dat gebeurt met historische materialen en losse letters van hout en lood. Er is nog altijd een oude handpers in bedrijf, en op de proefpers wordt meestal handgeschept papier bedrukt. Het oude ambacht van zetten en boekdrukken is hier dus nog te bekijken. In de ambachtelijke drukkerij aan de Burg. Nahuyssingel 28 vervaardigt Arie Niks uitsluitend drukwerken met een zeer geringe oplage. Bierviltjes, bijzondere kaarten, oorkondes, affiches, gedichten en dergelijke. Hij verzorgt ook lezingen voor verenigingen.

De Maurits 1940-1945 in de Boekholtstraat 19 laat de stille getuigen uit de oorlogsjaren in Doesburg zien. Zoals foto’s van de bevrijding en de kazerne, helmen van Duitse militairen, proclamaties, kogelhulzen et cetera. De Maurits is beperkt open, want verzamelaar Herman Riewald is niet de jongste meer.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

Groen in de stad

Tussen de historische gebouwen in de Hanzestad vind je hier en daar een mooi stukje groen, zoals het stadspark aan de Lindewal, dat sinds eind 2016 het Theo Colenbranderplantsoen heet. Het park is genoemd naar de eerste industrieel vormgever van Nederland en Doesburger van geboorte (1841-1930). Andere mooie plekken zijn het wandelgebied De Lage Linie, de Stadskruidentuin aan de Paardenmarkt en de openbare begraafplaats aan de Meipoortwal. Buiten het centrum, aan de uiterste rand van Doesburg, ligt Museumtuin ’t Olde Ras. Ze staan hieronder beschreven.

Natuurlijk Achterhoek, gemeente Doesburg

Stadspark aan de Lindewal.

Lage Linie

Een mooi stukje groen in Doesburg is het wandelgebied de Lage Linie, dat in vroeger eeuwen onderdeel was van de oude vestingwerken. Een onverhard pad is te betreden vanaf de Turfhaven of de Kraakselaan. Net buiten de stad ligt de Hoge Linie, in een open en landelijk gebied aan de oostkant van Doesburg. Dit deel van de wallen is alleen met een gids te bezoeken. De Linies zijn een rijksmonument; ze staan in de top 10 van bezienswaardigheden in Doesburg. Lees meer hierover onder Landschap.

Stadskruidentuin

Aan de Paardenmarkt, tegenover de Gasthuiskerk, ligt de Stadskruidentuin van Doesburg. Het is de vroegere tuin van een middeleeuwse korenopslag, het spijker. In 1970 is dat pand gesloopt. De tuin is in 1993 aangelegd en wordt door vrijwilligers in stand gehouden. De tuin is vrij toegankelijk. Bordjes geven uitleg over de bloemen en kruiden, maar het plukken ervan is niet toegestaan. Heel begrijpelijk! Er staan bankjes om van het groen te genieten. De tuin grenst aan het Vicariehuis uit 1405, een sfeervolle entourage!

Begraafplaats

De algemene begraafplaats aan de Meipoortwal is een verstilde plek met gebogen paden en fraaie bomen. Dit groene monument is in de 19e eeuw ontworpen door de bekende tuin- en landschapsarchitect John David Zocher jr. in een romantische Engelse landschapsstijl. De begraafplaats bestaat uit drie delen, met op het eerste en mooiste gedeelte vooral oude en monumentale graven. Het poortgebouw, ook van Zocher, is uitgevoerd in neoclassisistische stijl, met Dorische halfzuilen, kapitelen en een klassiek fries. Het eerste deel, het Ovaal geheten, en het poortgebouw zijn een rijksmonument.

De begraafplaats opende in 1829. Twee jaar eerder werd namelijk bij Koninklijk Besluit bepaald dat plaatsen met meer dan duizend inwoners een begraafplaats buiten de bebouwde kom moesten aanleggen. De eerste begraafplaatsen leken nog op het interieur van de kerk met een vloer van aaneengesloten zerken, maar dan in de buitenlucht. Dit is goed te zien op het oude gedeelte. Op het kerkhof liggen vele beroemde Doesburgers begraven, waaronder Alexander Ver Huell (1822-1897), een in die tijd landelijk bekende tekenaar en schrijver. De majestueuze rode beuk, die in 1829 geplant werd, is langzaam afgestorven. In 2016 is uit de stam een opmerkelijk beeld van drie mensen gesneden. De begraafplaats is aan drie zijden omgeven door het water van de stadsgracht, de Hessengracht. Aan de linkerkant ligt een mooi park.

’t Olde Ras

Museumtuin ’t Olde Ras ligt aan de rand van Doesburg, aan de Parallelweg Den Helder 1. Je kunt een mooie wandeling maken door de boomgaard; in het zomerseizoen hangt het fruit volop aan de bomen. Een groene oase van 1,5 hectare.

Met 850 appel-, 700 peren- en tientallen kersen- en pruimenrassen heeft ‘t Olde Ras de grootste particuliere collectie van Europa. De boomgaard is een initiatief van de Stichting Behoud en Bevordering Fruitcultuur. De stichting verzamelt oude, bijzondere én nieuwe fruitrassen, plant die aan in haar museumtuin en verspreidt deze weer door middel van een grote fruitshow, elke tweede weekend van november. Het gaat om soorten die in Nederland gedijen, zoals appel, peer, pruim, juttepeer, kers, moerbei, abrikoos, perzik, bessen, kweepeer, sierfruit, mispel, noten Japanse dwergkwee, Aziatische peer en amandel. De bomen zijn opgekweekt in alle vormen, zoals hoog- en laagstam, struik, spil, lei- en vormbomen, candelaber, spalier en parasolbomen.

In het binnengedeelte zijn oude en bijzondere fruitteelt- en landbouwgereedschappen te zien. Hier zijn eigengemaakte producten te koop, zoals jutteperenmoes, pruimencompôte, appelsap, appelmoes, jam en het eigen magazine Fructus. In het fruitseizoen, dat eind juni/begin juli begint met de kersen, ligt het eigen, onbespoten fruit op de kraam. Het hele jaar door verkoopt ’t Olde Ras oudere fruitbomen op kluit, zoals Groninger Kroon, Sterappel, Elstar, Schone van Boskoop en Notarisappel.

Wandelen en fietsen

In Doesburg zelf is alles op loopafstand: je kunt wandelen in het historische centrum, flaneren over de kade langs de IJssel of over het wandelpad door het verdedigingswerk de Lage Linie. Ga je iets verder rondom Doesburg, en neem je er de tijd voor, dan is er keuze uit meerdere wandelroutes. Zo zijn er bijvoorbeeld twee trajecten van het Graafschappad. De wandeling van Doesburg naar Brummen is 18 km lang, en het traject van Doesburg naar Doetinchem is 20 km. Terug met de bus, of  weer lopen. Ook van het Hanzestedenpad zijn er twee afstanden. Je vindt ze op de site van de VVV Doesburg.

Fietstochten

Vanuit Doesburg kun je ook prachtige fietstochten maken door de omgeving. Denk aan routes langs de IJssel en de Oude IJssel, zoals de Hanzeroute en de IJsselroute. Of een Rondje Liemers en een Rondje Achterhoek.

Leuk is de Veerpontjesroute van 38 km, die in Doesburg start. Tijdens deze route neem je drie keer het veerpontje over de IJssel. Op deze manier fiets je door de Achterhoek en de Veluwe. Tip: voordat je op de fiets stapt, bekijk dan eerst even de vaartijden van de pontjes. Ze staan op de wandel- en fietspagina van Doesburg.

De fietsroute ‘Fietsen langs de IJssel’ strekt zich uit over de hele lengte van de rivier vanaf het splitsingspunt bij Westervoort tot aan het einde van de IJsselmonding voorbij Kampen. De fietsroute is opgedeeld in zeven dagetappes, die als ommetjes zijn te fietsen. De route is ook als langeafstandsroute te volgen. De fietsroute volgt fietsknooppunten. Het levert in totaal 155 km fietsplezier op in het fraaie en afwisselende landschap van de IJsselvallei met prachtige vergezichten en zijn eeuwenoude Hanzesteden, zoals Doesburg. De route is beschreven in het boekje ‘Fietsen langs de IJssel’. In deze gids staan duidelijke kaarten. Als extra service zijn schema’s van de fietsknooppunten te downloaden. Deze schema’s zijn handig tijdens het fietsen. Ook zijn gps-bestanden beschikbaar.

De 225 km lange grensoverschrijdende Oranje-fietsroute, die van Apeldoorn naar het Duitse Moers loopt, doet ook Doesburg aan. Plaatsen die een zichtbare band hebben met het Huis van Oranje-Nassau, worden met elkaar verbonden. Prins Maurits van Oranje bouwde Doesburg uit tot een grensvesting en zo begon het Hanzestadje zijn carrière als garnizoensstad. Langs de route staan informatieborden en trappalen met interessante verhalen over het Nederlands koningshuis.

Voor wie al die uitgezette routes te veel van het goede is: fiets gewoon eens over de dijk naar Olburgen, langs natuurgebied de Fraterwaard en het Zwarte Schaar. Of door het buitengebied naar Drempt of Steenderen. Omdat de gemeente Doesburg niet zo groot is, ben je al gauw in de gemeente Bronckhorst.