Oost Gelre Landschap

Het landschap

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oost Gelre

Nat natuurgebied D’n Leeg’n Könningsstool bij Zieuwent.

De gemeente Oost Gelre kent een authentiek buitengebied, met een landelijk en agrarisch karakter. Naast het kenmerkende Achterhoekse coulissenlandschap telt de gemeente enkele mooie natuurgebieden. Verder kent het platteland veel jong ontginningslandschap, met rechte wegen, kavels en beken, maar ook tal van landelijk gelegen weggetjes, fietspaden en wandelpaden. Rondom Lievelde, Harreveld en Vragender vind je het essenlandschap. De essen zijn oude bouwlanden die door eeuwenlange plaggenbemesting zijn opgehoogd. De bollingen in het landschap zijn nog altijd goed te zien. Eeuwenoude kerkenpaden liggen bij Zieuwent en Mariënvelde; ze zijn in ere hersteld. Bijzonder zijn de schansen in het landschap, overblijfselen van de Tachtigjarige Oorlog, zoals de Engelse Schans bij Lievelde.

De mooiste stukjes natuur

Hieronder volgt een overzicht van de mooiste stukjes natuur van de gemeente Oost Gelre. Te beginnen bij het Vragenderveen, dat onderdeel is van het Nationaal Landschap Winterswijk. Het hele oostelijk deel van Oost Gelre maakt deel hiervan uit, dat wil zeggen een stuk van Lievelde en heel Vragender. Ook aandacht voor de watergangen in Oost Gelre en de historische plekken in het landschap.

Vragenderveen

Enkele kilometers ten oosten van Vragender ligt het Vragenderveen. Dit is een uniek hoogveengebied met zeldzame dieren en planten. Niet alleen veen, ook moerasbos, bloemrijk hooiland, heide en beken zijn er te vinden. Het Vragenderveen is ongeveer 110 hectare groot en maakt deel uit van het 400 hectare grote Korenburgerveen dat zich uitstrekt tussen Vragender en Winterswijk. Het is onderdeel van het Nationaal Landschap Winterswijk.

Het Vragenderveen is van oudsher een laag gelegen gebied, dat bovendien slecht water doorlaat. Het was daardoor een bijzonder nat gebied, waar het veenmos goed gedijde. Het plantje stierf van onderen af en groeide van boven verder. Op die manier ontstond in duizenden jaren tijd een metersdik hoogveenpakket. Dit werd later door de mens afgegraven en gebruikt als brandstof (turf). In de ontstane veenputten is dit natuurlijke proces nog altijd zichtbaar.

Het Vragenderveen is niet zomaar een natuurgebied. Het veen is een moeilijk toegankelijke ruigte met verraderlijke, zelfs levensgevaarlijke turfgaten. Daarnaast is er een bufferzone rond het eigenlijke veen die het natuurgebied moet beschermen tegen de instroom van voedselrijk water, dat schadelijk is. Dit unieke stukje natuur biedt nu interessante planten als de zonnedauw, het navelblad, waterdrieblad, wateraardbei, snavelbus plus een aantal zeer zeldzame variëteiten.

Verschillende panelen geven informatie over ontstaan, flora en fauna van het Vragenderveen, onder andere op de parkeerplaats aan de Manenschijnweg. Ook via een trappaal kom je van alles te weten over het gebied. Met vooral de waarschuwing er niet in te gaan, omdat het levensgevaarlijk is. Het gaat dan om het eigenlijke veen. Vanuit de 15 meter hoge natuurobservatiepost heb je een schitterend uitzicht over het hele natuurgebied, dat alleen te bezoeken is onder begeleiding van een van de gidsen van de Stichting Marke Vragender Veen. Vanaf 1 mei tot en met 15 oktober zijn er dagelijks excursies, te boeken in overleg met de coördinator van de gidsen. Daarnaast heeft de VVV samen met de stichting speciale excursiedagen uitgezocht, waarop je je kunt inschrijven. Ook de Vereniging Natuurmonumenten organiseert excursies.

Het gebied wordt al meer dan zestig jaar met succes beheerd door de Stichting Marke Vragender Veen, de oudste agrarische natuurbeschermingsorganisatie van Nederland. Deze stichting is opgericht in 1956 door een groep boeren, die als eigenaar en ‘naober’ verknocht waren aan dit unieke natuurgebied. Vele generaties van deze boeren waren vertrouwd met het veen. Ze staken er turf en haalden er hout voor de kachel en hun gereedschappen. Het bestuur bestaat nog steeds voor een groot deel uit actieve landbouwers, maar inmiddels zetten zich ook heel wat niet-agrariërs in voor het behoud van het Vragenderveen.

De Biezenplas

De Biezenplas is een mooi stukje natuur bij Vragender. Veel oudere inwoners van Oost Gelre hebben hier leren zwemmen en schaatsen. Op deze plek was zwembad ’t Meeken. Het bad werd in de crisistijd (1930-1934) van de vorige eeuw aangelegd als een werklozenproject. Met het bodemzand werd de wal rondom het zwembad gemaakt. Zwemmen is tegenwoordig verboden, maar het gebied is wel toegankelijk voor wandelaars. Het bijna geheel omwalde gebied is inmiddels opgeknapt. Rondom de plas is een voetpad aangelegd, overwelfd door de almaar breder uitwaaierende takken van de oude bomen die op de wal staan. De plas bestaat feitelijk uit twee aaneengesloten kleinere plassen, het oude zwembad en de schaatsbaan. In een ervan, de oostelijke, liggen twee eilandjes. Het is een ideaal broedgebied voor de watervogels. Het idyllische plekje is ook een stek voor de hengelaars van De Rietvoorn. Het gebied grenzend ten noorden, zuiden en westen van de Biezenplas, en ook de westelijke plas, wordt nog altijd met de veldnaam ’t Meeken aangeduid. De oorsprong van de Biezenplas is uitgebreid beschreven in de Lichte Voorde, het tijdschrift van oudheidkundige vereniging Lichtenvoorde, april 2008.

Natuurgebied Koolmansdijk

Het natuurgebied Koolmansdijk, gelegen in het buitengebied van Lievelde, is landelijk bekend vanwege de grote diversiteit aan orchideeën. De afgelopen tien jaar is het gebied omgevormd. Voorheen werd er intensieve landbouw bedreven. Nu is het een open weidegebied met extensief beheer, waarbij geen meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Door enkele maatregelen, zoals het afplaggen van de rijke bovenlaag en het vasthouden van kwelwater, zijn de omstandigheden voor planten en dieren sterk verbeterd. Vooral in de maanden mei en juni kan iedereen hier genieten van de kleurige explosie van zeer waardevolle planten. Het gebied is voor wandelaars via gemaaide paden vrij toegankelijk. Borden bij de parkeerplaats aan het begin van de zandweg geven informatie over dit project. Natuurgebied Koolmansdijk bestaat mooi beschreven op de site van Buitengewoon Lievelde, evenals op de site van Lichtenvoorde. Enkele stukjes daaruit:

,,Bij de Koolmansdijk in Lievelde ligt een uniek veld met zeldzame bloemen- en grassoorten met een oppervlakte van ongeveer 70 hectare. De Koolmansdijk is een schoolvoorbeeld van natuurontwikkeling. Vanwege de hoge waterstand was de omgeving van de Koolmansdijk altijd een wanhoop voor boeren. Dankzij ruilverkaveling kregen de boeren beter land en de nattere delen kwamen in handen van Staatsbosbeheer. In 2001 is de zwaar bemeste bodem afgegraven en kwam de 100 jaar oude zaadbodem weer boven.

De Koolmansdijk ligt op de rand van het Oost-Nederlands plateau, op een plek waar de watervoerende laag dekzand heel ondiep wordt. Of anders gezegd, de niet waterdoorlatende laag onder de grond vormt hier een soort ondergrondse heuvelrug, waardoor het grondwater hier als kwelwater omhoog geperst wordt. Hierdoor is dit gebied zelfs in de zomer nat en drassig. En juist doordat de dekzandlaag hier relatief dun, is zorgen op het oog kleine hoogteverschillen bovengronds in combinatie met diepteverschillen in de barrière ondergronds voor een opvallend rijke variatie in vegetatie.

Meest opvallend zijn de orchideeën in voorjaar en zomer. Maar je vind er ook het rijk bloeiende duizendguldenkruid, campanula, gewone brunel en grote ratelaar. Tevens zijn er vele insecten en vlinders te vinden die in de Achterhoek verder weinig voorkomen. Dwars door de velden loopt het Laarzenpad. Het pad is 3 km lang, is met paaltjes gemarkeerd en laat de mooiste plekjes zien. Rondom en door het natuurgebied is ook een mooi fietspad aangelegd.’’

Voor vragen of excursies kun je contact opnemen met boswachter Thea van der Veen. Tel. 0314-650450 of kijk op de site van Staatsbosbeheer. Koolmansdijk, parel in de Achterhoek door succesvol natuurherstel. Dat is de titel van een diepgravend artikel in het tijdschrift De Levende Natuur. De titel geeft de essentie van het natuurgebied weer.

De Leemputten

De Leemputten in Zwolle (bij Groenlo) is voor veel mensen een begrip. Waar ooit leem gegraven werd voor de steenfabriek in Groenlo, ontstond later een prachtig natuur- en recreatiegebied. Op een oppervlakte van zo’n 30 hectare zijn plassen, broekbossen en vochtige graslanden te vinden. Vele vogelsoorten maken hier dankbaar gebruik van als broed- en rustplaats. Een gedeelte van het totale terrein, ongeveer 8 hectare, is uitsluitend toegankelijk per waterfiets. Dit is een originele en milieuvriendelijke manier om dit gebied vanaf het water te verkennen. Je kunt genieten van de vele planten- en dierensoorten die er te vinden zijn, zowel op, langs, als in het water. In de andere 22 hectare is een natuurpad van circa 3 km uitgezet. Dit natuurpad sluit aan op de route om het Zwillbrocker Venn, net over de Duitse grens, met een prachtige meeuwen-kolonie en flamingo’s.

Natuurpark de Leemputten kent een prachtig oud visbestand op met schub-, spiegel- en lederkarpers van het Heidemij-ras. Vanaf 2018 is het hele gebied binnen de omheining een exclusief visgebied. Het totale water beslaat ruim 5 hectare, met allerlei doorgangen en eilandjes. Het is een mooi uitdagend water om te vissen, o.a. met verschillende dieptes in het water en alle ruimte voor de vissen. Het is zeer geschikt voor de ervaren karpervisser en er zijn enkele mooie visstekken. Ook is het mogelijk een vissersbootje te huren.

Het ontstaan: In 1892 werd nabij Zwolle de steenfabriek opgericht. Deze gebruikte het leem uit de leemputten voor het maken van dakpannen en later stenen. Het afgraven gebeurde in het begin met de schop. Vervolgens werd het leem afgevoerd in kipwagentjes, die met behulp van paarden onder uit de put werden getrokken. Vanaf 1931 werd het zware handwerk overgenomen door een baggermachine. De leem werd in kipwagentjes per ‘leemtram’ naar de steenfabriek in Groenlo gebracht. De klei in de leemputten is miocene klei, ongeveer 20 miljoen jaar geleden ontstaan. In het verre verleden is hier ooit een zee-milieu geweest, wat blijkt uit de walvisbotten en haaientanden die bij het afgraven zijn gevonden.
In januari 1975 stopte de steenfabriek met de activiteiten en liet de leemputten na. Dit 30 hectare grote terrein heeft zich dankzij de industriële activiteiten ontwikkeld tot een uniek gebied, dat vanaf 1978 opengesteld is voor het publiek onder de naam Natuurpark de Leemputten. Een toeristische parel in de gemeente Oost Gelre. Er is ook een speelweide en je kunt er klootschieten. Bij slecht weer blijven de poorten van het park gesloten. De actuele openingstijden staan op de site.

Zwillbrocker Venn

Het Zwillbrocker Venn ligt net over de grens bij Groenlo en vormt een belangrijke schakel in het grensoverschrijdende netwerk van natuurgebieden. Het beslaat ongeveer 157 hectare en omvat zowel bos als moerasgebied. In het natuurgebied, waar ooit turf gewonnen werd, broeden meer dan honderd verschillende vogelsoorten. Het Zwillbrocker Venn heeft de grootste kokmeeuwenkolonie van Duitsland, ongeveer 16.000 getelde dieren. Het is wereldwijd de meest noordelijk gelegen broedplaats voor ongeveer 40 flamingo’s. De kokmeeuwen zijn er het gehele jaar, de flamingo’s zijn er van maart tot eind mei en trekken dan naar warmere oorden. Vanwege deze unieke broedvogels (evenals de zomertaling, blauwborst en wielewaal) staat het gehele gebied onder Vogelbescherming. Op diverse plekken staan vogelkijkhutten om de vogels te bespieden. Ook een blik vanuit de uitkijktoren is zeker de moeite waard.

Het Zwillbrocker Venn is een Natura 2000-gebied. Natura 2000 staat voor karakteristieke natuurgebieden met een bijzonder landschap en een hoog gewaardeerde biodiversiteit. Deze terreinen scoren wat natuurwaarde betreft in Europees verband hoog. Informatie over het natuurreservaat is te vinden in het bezoekerscentrum van het Biologisch Station Zwillbrock (BSZ). Er is een permanente tentoonstelling te zien met een overzicht van de flora en fauna in Westmünsterland. Het veen staat onder het beheer van het BSZ. Het BSZ werkt samen met de boeren in de omgeving. Deze boeren plegen extensieve landbouw, waarbij geen meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt om zo het voedselarme veen en de heide te beschermen.

Het Grieze Veld

Het Grieze Veld is onderdeel van het Lievelderveld, vlakbij Lievelde. Dit stuk grond was aan het eind van de vorige eeuw ontgonnen bouwland. De mineraalrijke bodem is er afgeschraapt en dat heeft grote gevolgen gehad voor de vegetatie: meer soorten planten en nieuwe natuur. Het maaiveld bevat grindhoudend en leemarm zand. Keileem bevindt zich hier op 25 cm diepte. Het zuidelijke gedeelte is 3 meter lager dan het noordelijke deel.
Op de glooiing bevindt zich kwel en dat is te zien aan de kleine kreekjes. Sommige bevatten ijzeroxide. Het Grieze Veld is een bloemrijk gebied. De grote en kleine wolfsklauw zijn er te zien, de kleine zonnedauw, diverse zeggesoorten en mossen. De gewone dopheide heeft zich er ontwikkeld; verder zijn aanwezig de volgende kensoorten: gewoon veenbies, kleine zonnedauw, kussentjes veenmos. En de klokjesgentiaan is terug. Daarnaast zijn te zien de witte en bruine snavelbies en moeraswolfsklauw, evenals de blauwe-, pil- en zwarte zegge. Op meerdere plekken heeft zich beenbreek gevestigd. In de loop der jaren heeft deze stengel met gele bloemen zich sterk uitgebreid.

In het Grieze Veld bevindt zich een schuilhut onder de grond, die van juli 1944 tot april 1945 is gebruikt door onderduikers. Een Engelse piloot en enkele gedeserteerde Duitse soldaten verbleven er. De schuilhut is in ere hersteld door vrijwilligers van de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Groen Goed en  de stichting AVOG’s Crash Museum in Lievelde. Je komt bij de schuilhut door bij de zwarte 18e eeuwse houten schuur van Erf Braker het pad in te gaan. De bewoonster van deze eeuwenoude boerderij voorzag de onderduikers van voedsel. De Brakerweg in Lievelde is een karakteristieke weg met hoge bomen. De wandeling ’t Griezeveldpad (14 km) loopt dwars door het gebied.

D’n Leeg’n Könningsstool

D’n Leeg’n Könningsstool ligt ten noorden van Zieuwent, in de nabijheid van de Grobbeweg. Een nat natuurgebiedje in het beekdal van de Baakse Beek, dat heringericht is door het Waterschap Rijn en IJssel. Er lopen enkele kerkenpaden doorheen. Sinds 1997 is het markante stuk natuur eigendom van de Van der Lugt Stichting; vrijwilligers beheren het.

D’n Leeg’n Könningsstool bestaat uit een kleine zandwinplas, omgeven door bosfragmenten, twee grote poelen en een nat grasland waar in juni orchideeën bloeien. Langs het terrein loopt een fiets- cq wandelpad dat begeleid wordt door knotwilgen. De cultuurgrond bestaat uit een voormalig gedraineerd maïsland waarvan de drainage buiten werking is gesteld. De waterpartijen zijn in 1995 uitgegraven om een biotoop te ontwikkelen voor de boomkikker. Deze kwam destijds tot op 500 meter van het terrein voor. Het streven is om een kolonisatie van deze soort in de poelen te bewerkstelligen. De groene en bruine kikker en gewone pad komen hier al voor, evenals diverse libellensoorten. De flora: in de jaren negentig van de vorige eeuw kwam er al een aantal beschermde plantensoorten van de Rode Lijst voor, zoals doorgroeid fonteinkruid, borstelbies en waterpunge. Tevens is de aanwezigheid van waterviolier, kikkerbeet en oeverzegge vastgesteld. Het aantal soorten liep eind 20ste eeuw al op tot boven de 100. Een verdere toename wordt verwacht langs de oevers en op het natte stuk cultuurgrond, als dit juist beheerd en verder verschraald wordt.

De Witte Riete

De Witte Riete is een mooi natuurgebiedje dat niet in cultuur gebracht is. Het ligt direct ten westen van Mariënvelde en is één van de zeldzame restanten van de uitgestrekte heide- en moerasgebieden rondom dit dorp. Om hier de natuur in te gaan, kun je de auto parkeren bij het authentieke café De Tolhut aan de Tolhutweg 5.

Water

Ook al lopen er door Oost Gelre geen grote rivieren, water is toch erg belangrijk. Niet toevallig liggen alle natuurterreinen in kwelgebieden: het Vragenderveen ligt in een kom van de gletsjerrivier, het Lievelderveld is één van de brongebieden van de Lievelderbeek en Koolmansdijk is een kwelgebied van diepe mineraalrijke kwel. Ook de ecologische hoofdstructuur (EHS) is voor een belangrijk deel gekoppeld aan water: zij beslaat vooral de zones langs de Hupselse Beek, de Slinge, de Baakse Beek (vanaf het Otterpad) en de Veengoot, naast de al genoemde natuurgebieden. De Lievelderbeek is een van de eerste beken die na de Tweede Wereldoorlog zijn gekanaliseerd, maar is ook de eerste beek die weer is teruggebracht in de oude vorm. De diverse watergangen zijn als een soort snelwegen voor diverse diersoorten. De kamsalamander en de boomkikker zijn weer in een grote populatie teruggekomen dankzij de aanleg van de ecologische verbindingszones.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oost Gelre

Baakse Beek bij Zieuwent.

Historische plekken

In het landschap kun je de geschiedenis lezen. Bijzondere voorbeelden daarvan zijn de Engelse en de Franse Schans tussen Groenlo en Lichtenvoorde. Het zijn restanten uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). De Engelse Schans is in volle glorie hersteld, de Franse wordt alleen zichtbaar bij extreme droogte, zoals in de zomer van 2003 en 2018.

Engelse Schans

Een historisch monument van formaat is de insluitingslinie rond Groenlo, aangelegd ten tijde van de belegering van Groenlo in 1627. Van deze circumvallatielinie is de Engelse Schans bij Lievelde op dit moment het enige zichtbare voorbeeld in het landschap. De schans ligt op het hoogste punt van de omgeving en was dus een belangrijke strategische plek voor de verdediging van het kampement van prins Frederik Hendrik. De Engelse Schans is in 2002 volledig hersteld; in 2010 is een uitkijktoren geplaatst. Vanaf het uitzichtplateau (20 meter boven het maaiveld) heb je een spectaculair uitzicht op de schans; de gereconstrueerde bastionvorm is goed zichtbaar. Het hele profiel van de gracht is bewaard gebleven. Bij goed weer kun je ook de Lievelder Es zien; hier lag het kampement van Frederik Hendrik. Bordjes in alle windrichtingen geven de dorpen van Oost Gelre aan. Op de site van de Engelse Schans lees je er meer over.

Franse Schans

In de zomer van 2003 is de Franse Schans vanuit de lucht ontdekt. Piloot Martin Grevers vloog met zijn ultra-light vliegtuigje over het geel verbrande maïsveld van de familie Wassink aan de Europaweg 40. Daar waar meer dan drie eeuwen geleden de gracht van het militaire bouwwerk werd gegraven, was de grond iets vochtiger. Dat zorgde ervoor dat ter plekke de maïs niet verdord was en de contouren van de schans als groene banen zich duidelijk aftekenden in het verder vergeelde landschap. De geschiedenis herhaalde zich in de extreem hete zomer van 2018. Met een drone zijn opnieuw foto’s gemaakt van de Franse Schans.

De vage omtrekken van de Franse Schans zijn te zien op Google Earth.

Rijksmonument

In het voorjaar van 2016 kreeg de gehele circumvallatielinie de status van beschermd rijksmonument. Er is een fietsroute van 25 of 40 km die langs de plekken voert die een belangrijke rol speelden in de Tachtigjarige Oorlog. De Grolse Linie van 1627 wordt op meerdere plekken in het landschap gemarkeerd, o.a. aan de Eefselerweg in Lievelde en aan de Oude Winterswijkseweg in Zwolle door middel van doorkijkpanelen.

De circumvallatielinie rondom de belegerde stad Groenlo was in totaal 15 kilometer lang. De linie is binnen een week aangelegd, met forten, wallen, loopgraven en grachten. Waarschijnlijk uniek in Europa is dat de restanten in Oost Gelre vrijwel geheel in agrarisch gebied liggen. Bij andere belegerde steden, zoals bijvoorbeeld ‘s-Hertogenbosch (belegerd en veroverd door Frederik Hendrik in 1629), ligt de linie inmiddels onder nieuwbouwwijken. De verdedigingslinie van prins Frederik Hendrik komt uitgebreid aan bod op www.circumvallatielinie.nl en in het boek ‘Kijk op de linie’ van Godfried Nijs en Joep van der Pluijm. Verder in het Stadsmuseum Groenlo, in het multimedia-spektakel in de Oude Calixtuskerk en natuurlijk tijdens de tweejaarlijkse Slag om Grolle.

Landschaps ontwikkeling

De gemeente Oost Gelre zet in op behoud en versterking van groen en landschap, zowel in de kernen als in het buitengebied. Er zijn verschillende plannen en projecten in het kader van landschapsontwikkeling, samen met de inwoners. Enkele voorbeelden.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oost Gelre

Groen licht voor het landschap

In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) is het landschapsbeleid van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. De plannen en initiatieven dragen bij aan een positieve ontwikkeling van het, veelal agrarisch, cultuurlandschap, waar de mensen in Oost Gelre terecht trots op zijn. Ten aanzien van het beheer van het landschap in het buitengebied geldt de gedachte ‘Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat’. Hiermee wordt bedoeld dat gemeente en inwoners samen voor het landschap zorgen. Ten eerste door de bestaande natuur- en landschapselementen (zoals bosjes en houtwallen, maar ook steilranden en oude kapelletjes) te beschermen. Ten tweede worden in het landschap nieuwe elementen ontwikkeld. Deze ontstaan o.a. uit ideeën en wensen uit de samenleving.
Centraal in het LOP staat ook het begrip duurzaamheid. De gemeente stimuleert duurzame ontwikkeling van het landschap, bijvoorbeeld door het mogelijk te maken dat nieuwe landgoederen worden gerealiseerd.

Bomenwacht

De Bomenwacht Oost Gelre bestaat sinds 2013. De vrijwillige leden voeren concrete projecten uit om met bomen de omgeving te verfraaien en te vergroenen. Bomen zijn immers heel belangrijk voor de toekomst van mens, dier en natuur. Ze geven karakter aan een dorp of  stad, hebben grote ecologische en cultuurhistorische waarde en ze zorgen voor een eigen microklimaat. Daarom wil de Bomenwacht de huidige bomen beschermen en nieuwe bomen duurzaam aanplanten. Ook is er al een inventarisatie van waardevolle bomen in de gemeente. De Bomenwacht bestaat uit een betrokken groep Oost Gelrenaren.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oost Gelre

Gratis boom: mot kunn’n

Eén van de projecten van de Bomenwacht is ‘Een gratis boom voor elke boer: mot kunn’n’,  naar een idee van Anton Stortelder uit Zieuwent. Veel vrijstaande bomen in het landschap zijn door schaalvergroting in de landbouw verloren gegaan. Juist zo’n enkele boom is waardevol voor vogels en insecten en maakt het landschap bijzonder.
Aan alle grondeigenaren van de buitengebieden is gevraagd of ze belangstelling hadden om op hun grond bomen te planten en die vervolgens vrij uit te laten groeien. Circa veertig grondeigenaren hebben gereageerd. Omdat er belangstellenden zijn, die meer dan één boom geplant willen hebben, zijn er inmiddels zo’n tweehonderd bomen geplant. Met het project wordt bewerkstelligd dat er over pakweg tachtig jaar weer een groot aantal landschappelijk beeldbepalende bomen in de gemeente Oost Gelre zullen staan. Meerdere Achterhoekse gemeenten hebben het project en de uitvoering van ‘Eén boom mot kunn’n’ inmiddels gekopieerd.

De Klimaatboom

Klimaat Klaor omarmt het idee van de Bomenwacht voor de zogenaamde Klimaatboom. Dat is een boom op het bedrijventerrein die duurzaam wordt geplant en voor de broodnodige schaduw en verkoeling zorgt en daarnaast ook bijdraagt aan een groene uitstraling. Door een boom te planten nemen bedrijven hun verantwoordelijkheid voor een klimaatvriendelijke omgeving, passend bij het maatschappelijk verantwoord ondernemen (mov) en de duurzame ambities van ondernemers. De Bomenwacht daagt ondernemers op de bedrijventerreinen De Kamp en Lindebrook in Lichtenvoorde uit om ook op hun terrein symbolisch een Klimaatboom te planten. Vanuit Klimaat Klaor kan de helft van de aanschaf van de Klimaatboom worden vergoed, tot een maximum van 250 euro. De lokale bomenclub werkt zo samen met het waterschap Rijn en IJssel, de gemeente en de provincie aan het vergroenen van bedrijventerreinen.

Klimaat Klaor

Door klimaatverandering nemen extremen in het weer toe. Het gebied rond Lichtenvoorde, Lievelde en Vragender staat bekend vanwege het mooie landschap en prachtige fietspaden, maar ook om het hoogteverschil en de weersextremen. Droogte en wateroverlast wisselen elkaar af en het veranderende klimaat vraagt om een actieve houding. Waterschap Rijn en IJssel, gemeente Oost Gelre, provincie Gelderland en LTO Noord-federatie Oost Achterhoek zijn gezamenlijk de pilot Klimaat Klaor gestart. Bewoners, ondernemers en organisaties zetten zich in voor een veerkrachtig gebied dat tegen een stootje kan. Klimaat is daarbij het verbindende thema. De projecten raken aan groen, bodem, water en klimaat. Dit voor een aantrekkelijk gebied om te wonen, ondernemen en recreëren. Inwoners kunnen ideeën indienen op de site van Klimaat Klaor. Enkele gehonoreerde projecten zijn:
* Operatie Breekijzer: tegel eruit, planten erin.
* Een natuurlijk schoolplein op de Antoniusschool
* Wellink Equipment: minder bodemverdichting door gebruik rupsvoertuigen

Natuur in de buurt

Leg de mooie plekjes natuur als monumenten vast, want als je dat niet doet dan zijn ze binnen de kortste keren verdwenen. Zo pleit Mr. Pieter van Vollenhoven in het boek ‘Natuur in de buurt’ – dat in 2018 is verschenen – voor het behoud van de kleine natuurgebiedjes, zoals houtwallen, broekbossen, akkerranden en heideveldjes. Hij zou deze mooie natuurgebiedjes graag als ‘gemeentelijke natuurmonumenten’ willen aanmerken. In ‘Natuur in de buurt’ zijn vijf pilots in vijf Nederlandse gemeenten opgenomen, waaronder Oost Gelre. Het boek is mede geschreven door Anton Stortelder uit Zieuwent, bioloog en verbonden aan de landbouwuniversiteit Wageningen. Professor Mr. Pieter van Vollenhoven is voorzitter van de Commissie Realisatie Natuurverkiezing en van de Commissie Herbestemming Monumenten.
Het boek moet vooral als een inspiratiedocument dienen om de kleine natuurgebieden als Wentholtpark, Grolse Weide, de kerkenpaden, het brongebied van de Baakse Beek en de bermen te benoemen, ze zo ‘waardevast’ te maken en te beschermen. Vanwege de grote versnippering in het landschap is dat nu een stuk moeilijker. In Oost Gelre zijn vooral lokale clubs actief betrokken bij het beheer en het onderhoud, zoals buurtvereniging de Wentholtjes, agrarische natuurvereniging Groen Goed en de Stichting Kerkepaden.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oost Gelre

Natuurgebiedje De Witte Riete bij Mariënvelde

Groene kathedraal

Een ‘groene kathedraal’ verrijst in het weiland van Jan Nijenhuis, aan het begin van de Rouwhorsterdijk kruising Zegendijk in Zieuwent. In het voorjaar van 2018 zijn hier 86 jonge Italiaanse populieren aangeplant in de vorm en afmeting van de grote Werenfriduskerk in het dorp, ook wel ‘de kathedraal van de Achterhoek’ genoemd. De populieren zullen in de toekomst zo’n 25 tot 30 meter hoog worden. Wandelaars kunnen dan door het kunstwerk wandelen en zich door het fraaie ruisende geluid van de bladeren even in een andere wereld wanen. De ‘groene kathedraal’ is namelijk het startpunt van een nieuwe wandelroute over de grond van Nijenhuis en een aantal andere grondeigenaren in Zieuwent. Het Kienbanepad is een soort struinpad; 2,5 km lang dwars door de weide, over in onbruik geraakte doorsteekjes naar verstilde meertjes verscholen in het bos. Een informatieplaquette markeert de start van de wandelroute in het gebied Kienbane. Initiatiefnemer is de stichting Distelkring. Met de ‘groene kathedraal’ is ook een begin gemaakt van een nieuw soort kunstroute. Duurzame kunst die onderdeel uitmaakt van het landschap en daar als het ware in opgaat.

Dorpen in het Groen

Dorpen in het Groen is een beplantingsproject dat in meer Achterhoekse gemeenten gehouden wordt, samen met Landschapsbeheer Gelderland. Zo ook in Lievelde. Samen met Lievelds Belang en de gemeente Oost Gelre zijn boeren, burgers en buitenlui enthousiast gemaakt  om (meer) inheemse bomen en struiken aan te planten op hun erf. Ook buiten het erf kunnen landschapselementen als singels, houtwallen en poelen worden aangelegd. Dit draagt niet alleen bij aan het versterken van het streekeigen landschap rondom Lievelde, maar ook flora en fauna profiteren hier volop van. Inwoners van het buitengebied kunnen met subsidie de inheemse bomen en struiken aanplanten op eigen terrein. Het project ‘Lievelde in het Groen’ is in 2016 uitgevoerd en is mede mogelijk gemaakt door financiering van de gemeente Oost Gelre en de provincie Gelderland.
Ook in het dorp Harreveld is een werkgroep aan de slag gegaan met de herinrichting van het buitengebied, zoals het stimuleren van randbeplanting bij boerenerven, bloemrijke akkerranden, omvorming van agrarische grond tot houtwallen, maar ook onderhoud van wandel- en fietspaden en de aanleg van een nieuw wandelpad, de Blindediek. Deze vormt de verbinding tussen twee bestaande wandelpaden. De naam van de werkgroep? Harreveld in het Groen!

Wadi Zegendijk

De Wadi Zegendijk is een ontmoetingstuin voor jong en oud in Zieuwent, geopend in het voorjaar van 2018. Een toegankelijke plek met een picknicktafel, speeltoestellen, fruitbomen, veldbloemen en een moestuin bij de Waareise. Dit dorpsinitiatief is voortgevloeid uit de reconstructie van de Zegendijk. De wadi is bedoeld als bufferopvang voor hemelwater. Het water uit de wadi wordt via infiltratie in de grond afgevoerd. De wadi en het omringende terrein zijn enkele duizenden vierkante meters groot.
Het plan is ontworpen door de inwoners van Zieuwent; zij nemen ook het beheer en onderhoud voor hun rekening. Wadi Zegendijk is een mooi voorbeeld van de samenwerking tussen de gemeente en vele vrijwilligers van Zieuwents Belang, de bewoners van de Waareise en Zegendijk, Stichting Speeltuin Zieuwent, basisschool St. Jozef en de buitenschoolse opvang. Het project draagt zo bij aan de leefbaarheid en sociale samenhang in het dorp.

Plattelands vernieuwing

Oost Gelre is oorspronkelijk een agrarische gemeente. Veel boeren zijn echter gestopt. Alleen de grote bedrijven en megastallen kunnen het hoofd nog boven water houden. Tientallen boeren in het buitengebied geven echter een nieuwe invulling aan hun bedrijf. Zoals een caravanstalling, zorgboerderij, landwinkel, bed & breakfast, theeschenkerij, kaasmakerij, mini-camping of een wijngaard. Nieuw in Oost Gelre zijn de hopteelt en de koeientuin. Het platteland vernieuwt; dat komt de leefbaarheid ten goede. Enkele voorbeelden.

Natuurlijk Achterhoek gemeente Oost Gelre

Hopteelt

Lange palen, bijna loodrecht omhoog. Ertussen is een web van draden gespannen, horizontaal en verticaal. Daar groeit hop, een gewas dat onmisbaar is voor het brouwen van bier. De hopteelt vind je aan de rand van Zieuwent, bij Hogenelst Hop. In het voorjaar van 2017 realiseerden Reinier en Riet Hogenelst het hopveld met zo’n 300 planten in zes soorten. Gedegen bodemonderzoek en advies van vakmensen uit binnen- en buitenland bleek onmisbaar bij de oprichting van het bedrijf.
Door de ruime opzet van het veld proberen ze ziektes te voorkomen en telen ze bij voorkeur zonder bestrijdingsmiddelen. Indien noodzakelijk bestrijden ze ziektes met de ‘onkruiden’ die ze vinden op hun erf of met middelen die in de biologische teelt geoorloofd zijn. Inmiddels weten zowel hobbybrouwers als gespecialiseerde craftbeer brouwers Hogenelst Hop te vinden. Zij experimenteren met de hopbellen, die vers en gedroogd te koop zijn. Hop uit de Achterhoek, in plaats van uit Tsjechië of Zuid-Duitsland.
In 2018 kregen Reinier en Riet een subsidie uit het Innovatiefonds Oost Gelre. Hiermee kan Hogenelst Hop een elektrische mobiele hopmachine ontwikkelen om de hop op een duurzame manier te kunnen oogsten. Voor kleinschalig gebruik bestaat er nog niet zo’n apparaat.

Koeientuin

De allereerste Koeientuin van Nederland staat op biologisch melkveebedrijf Kraanswijk van de familie Bomers in Zwolle, vlakbij natuurgebied de Leemputten. De Koeientuin was bij de opening in september 2015 een baanbrekende innovatie op het gebied van huisvesting voor koeien. De natuurlijke leefomgeving van de koe is hier zoveel mogelijk nagebootst, met bomen in de open stal. De vloer waarop de koeien lopen is emissie-arm. Dat wil zeggen: de kunststof bodem scheidt de mest, waarbij de dunne fractie meteen wordt afgevoerd door het drainagesysteem. Een mestrobot neemt de dikke fractie op en vervoert die naar de biogasinstallatie op het erf, waar de mest omgezet wordt in elektriciteit voor vele huishoudens. Daarnaast geeft de vloer veel comfort aan de dieren. De dieren zakken als het ware weg in de toplaag. Ze hebben veel grip en kunnen gaan staan en liggen alsof ze in de wei lopen. Een diervriendelijke huisvesting dus. Ook klinkt er muziek in de Koeientuin.

De Koeientuin kreeg in 2015 de Gouden Mispel uitgereikt door de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. De jury roemde de wijze waarop ondernemer Chris Bomers van boerderij Kraanswijk voortdurend zoekt naar verbeteringen in de agrarische bedrijfsvoering op het vlak van natuur- en landschapsbehoud, recreatief medegebruik, dierwelzijn en milieu. De Koeientuin kreeg ook een speciale vermelding voor het huisvestingsconcept. Het unieke initiatief werd door de jury gewaardeerd vanwege het getoonde lef van de ondernemer.
Uiteraard zijn er meerdere partijen verbonden aan dit project. Het idee komt van Jan Pape uit Beltrum, hovenier in ruste. De Koeientuin werd ontwikkeld door een samenwerkingsverband van vier partners. Naast Jan Pape zijn dit stichting Courage (innovatiestichting voor de melkveehouderij) uit Zoetermeer, ID Agro BV (ontwerper en leverancier van innovatieve stalsystemen) uit Lemelerveld en BETEBE GmbH uit Vreden, Duitsland (producent en leverancier van reinigingstechnieken voor de veehouderij). Voor de ontwikkeling van de Koeientuin is verder nog een ‘denktank’ ingesteld met zes enthousiaste melkveehouders uit verschillende delen van Nederland.

Kaasboerderij

Bij Kaasboerderij Weenink aan de Eimersweg in Lievelde wordt nog op traditionele wijze boerenkaas gemaakt in vele soorten en smaken. Met rauwe melk, zo blijven de fijne aroma’s behouden. Met de film ‘Van gras tot kaas’ krijgen bezoekers een duidelijk beeld van wat er allemaal gebeurt op de kaasboerderij, van productie tot verkoop. Proeven en kopen, dat doe je in de landwinkel of op het terras naast de boerderij. Een rondleiding is op afspraak.

Boerengolf

Nieuw agrarisch erfgoed, zo zou je Boerengolf kunnen noemen. Voor dit spel tussen de koeien in de wei kun je ook terecht bij Kaasboerderij Weenink. Het golfspel, maar dan net even anders. ‘The green’ is het weidse boerenerf waar tien holes de route door het landschap bepalen. De deelnemers moeten in zo min mogelijk slagen de bal in een hole ofwel melkemmer zien te krijgen. De golfstick heeft een klomp aan het uiteinde. Elk jaar wordt het Open NK Boerengolf gehouden, en in 2018 was dat weer bij Weenink in Lievelde, in de weilanden waar het spel in 1999 is ontstaan. Gestreden wordt er om de Gouden Klomp.
Peter Weenink noemt zijn zaak een ‘beleefboerderij’. Hij biedt nu ook Boerenbiljart aan, en een Boerensurvival voor degenen die meer actie en sensatie willen. Andere activiteiten zijn workshop koe schilderen, workshop kaas maken, boogschieten of een gps-tocht door het Achterhoekse landschap.

Wijngaard

Iets verderop ligt wijngaard Schepershof, net buiten de bebouwde kom van Groenlo. Hier worden drie soorten wijndruiven verbouwd: de rode Regent, de witte Solaris en de Johanniter. De wijnen hebben namen als Weerkomm’n, Good goan en Uutbloaz’n. In 2006 hebben Frans en Sylvia Sonderen hun wijngaard aangelegd in de landelijke omgeving. Regelmatig vallen hun wijnen in de prijzen. De wijnbouwers zijn aangesloten bij de Verenigde Achterhoekse Wijnbouwers. Een siertuin, moestuin en boomgaard maken de Schepershof compleet. Mooie oude onderdelen zijn een kapschuurtje en een tuinhuisje. In deze gemoedelijke sfeer is het goed wijn proeven. ‘De Achterhoek op z’n best’ schrijft het stel op hun website.

Ekoboerderij en Biotel

Ekoboerderij Arink ligt aan de Gasteveldsedijk in Lievelde, tegen de Besselinkschans aan. De kudde van ongeveer 60 Fries-Hollandse koeien vormt het hart van de boerderij; hier is alles eigenlijk omheen gevormd. John en Liane Arink werken geheel antibiotica-vrij, waardoor ze kunnen garanderen dat het vlees in de boerderijwinkel geen residuen bevat. Op 85 hectare telen ze het voer voor de dieren zelf. De melk van de koeien gaat voor het grootste deel naar zuivelverwerker Aurora, waar een gevarieerd palet aan biologische kaas gemaakt wordt. Zwaluwgekwetter maken ze in de eigen kaasmakerij; dit is een zachte witschimmelkaas van rauwe melk. Naast de kaasmakerij is er nog de boerderijwinkel met vlees en kaas van de eigen boerderij. De elektrische energie op de boerderij wordt duurzaam opgewekt door een dak van zonnepanelen.

In 2016 begon Arink op het erf met het Biotel Achterhoek: een eetgelegenheid en vijf gastenkamers. De gasten hebben zicht op de koeien in het weiland. Het Biotel is zo duurzaam mogelijk gebouwd: een houten skelet met stro en leem. Met de restwarmte van de koel- en vriescel wordt het hele Biotel van energie voorzien.
Drie dagen in de week worden er gerechten geserveerd. De producten zijn vers en seizoensgebonden en zoveel mogelijk van de eigen boerderij. De kokkin Irma Vreeman is gespecialiseerd in vegetarische en veganistische gerechten. De vleesliefhebber komt echter ook aan zijn trekken; hij kan rekenen op een mooi stuk biologisch vlees van de eigen boerderij. In combinatie met een overnachting zijn allerlei workshops te boeken, of een rondleiding over de boerderij en de landerijen. John en Liane Arink vertellen er graag over, en over de ontstaansgeschiedenis van het Biotel.

Paardenopvang

Net buiten Harreveld aan de Aagtemanweg is de Stichting Paardenopvang Achterhoek gevestigd. Hier worden maximaal 25 paarden opgevangen die verwaarloosd zijn, mishandeld of getraumatiseerd. Ze kunnen tot rust komen, revalideren en als ze weer zich zelf zijn, kijkt de stichting of ze ergens geplaatst kunnen worden. ,,Vergelijk het met een honden- en kattenasiel’’, zegt Gerrit Simmelink, geestelijk vader van de opvang. Als particulier redde Gerrit al op kleine schaal veel paarden en pony’s van de handel en de slacht. Toen het aanbod van ‘afstandspaarden’ bleef groeien, richtte hij in 2009 de stichting op. Bij de paardenopvang is ook een winkeltje met tweedehands paardenspullen voor wat extra inkomsten.

IJs uit de Achterhoek

Alie & Ko is het resultaat van de samenwerking tussen De Timp Evenementenservice uit Zieuwent, IJsboerderij De Steenoven uit Hummelo en ’t Kempke IJsspecialiteiten uit Etten. De drie bedrijven hebben hun krachten gebundeld voor de productie van ambachtelijk ijs dat van grasspriet tot eindproduct uit de Achterhoek komt. Het ijs wordt exclusief bereid voor de evenementenmarkt.
De oorsprong van het ijs ligt bij boer Ronald Pelgrom uit Hummelo. Van begin tot eind – van gras tot ijs – wordt veel zorg en aandacht besteed aan het productieproces. Duurzaamheid is daarbij het uitgangspunt. De koeien krijgen zoveel mogelijk weidegang; daar blijven ze gezond door. Gezonde koeien geven betere melk en dat betekent nóg lekkerder ijs. Wanneer het weer het toelaat, lopen de koeien in de wei. Elke koe wordt twee tot vier keer per dag gemolken door een melkrobot, wanneer de koe daar zelf klaar voor is. In de ijsmakerij wordt vervolgens met natuurlijke ingrediënten het (h)eerlijkste ijs gemaakt. De stroom die hiervoor nodig is, wordt opgewekt door middel van de zonnepanelen die op de stal van de boerderij liggen.
De naam Alie & Ko staat voor een echt Achterhoeks product, gemaakt van verse melk. Alie 1 is één van de oermoeders van de koeien van ijsboerderij De Steenoven. De nakomelingen van Alie 1 zorgen nog steeds voor een groot deel van de melkproductie. Ko is ‘koe’ in het Achterhoeks dialect. Het merk biedt niet alleen roomijs en sorbetijs, maar ook softijs en frozen yogurt. Voor kleine feestjes is er de duwkar voor ambachtelijk schepijs. De klapkar biedt ruimte voor meerdere smaken en is breed inzetbaar op evenementen, evenals de IJstainer.

Pipowagen

Landgoed Het Hoge Meinen bij esdorp Vragender ligt op het hoogste punt van Oost Gelre, 39,2 meter boven NAP. Een uitzichtrijke plek. Willem en Sandra Hijink zijn eigenaar van het landgoed. Het echtpaar woont in een monumentale herenboerderij uit 1913, en ze hebben een melkveebedrijf. Sinds 2015 verhuren ze op hun landgoed een pipowagen uit 1935 als gastenverblijf. Deze nostalgische, ruime tweepersoons woonwagen is geheel gerestaureerd en staat aan de rand van een bosje, omgeven door weidse weilanden. Een prachtige plek in de natuur. De gasten zijn van harte uitgenodigd om te komen kijken hoe de koeien worden gemolken. Naast de melkkoeien heeft de familie Hijink ook Friese paarden, kippen, een varken, poezen en een hond. Meerdere wandelroutes lopen langs en over het landgoed, dat openbaar toegankelijk is.